|
Sterven
|
|
En Jezus riep met luider stem: Vader, in uw
handen beveel ik mijn
geest. (Luk.23:46)
Ik haalde al eens eerder aan hoe sterk men de neiging heeft om
allerlei lijden in de wereld, van volken en van van minderheden
zomaar naast het kruis van de Here Jezus te plaatsen en dat dit
het grote risico in zich bergt dat men voorbijgaat aan het feit
dat Zijn lijden zo volstrekt uniek is geweest.
Het is al weer wat jaren geleden dat de KRO een film uitzond
over het leven van pater Titus Brandsma, de man die in 1942 in
Dachau om het leven werd gebracht. De film is aangrijpend, en
het kijken waard, maar waarom zond men deze nu uitgerekend uit
op de avond van Goede Vrijdag? Zo werd door velen toch weer
vergeten hoe onvergelijkbaar het lijden van onze Heer is
geweest.
Wat komt dat ook sterk uit in zijn op één na laatste
kruiswoord: Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest. Wij
gebruiken deze woorden nog al eens in de omgeving van de dood.
Polycarpus, de bisschop van Smyrna, moet ze gebruikt hebben bij
zijn sterven en ook Luther deed dat.
Stervensbereid?
De Heiland citeert hier (Ps.31:6), maar wat is het verrassend te
ontdekken dat dit geen psalm is van een man die stervensbereid
is. Integendeel: Hij heeft het vreselijk benauwd onder de
plagerijen van zijn vijanden, maar temidden van zijn zoveel
bedreigends zegt hij: Bij U schuil ik (Ps.32:2). Wanneer je
mensen tijdens een bombardement naar de schuilkelders ziet
rennen is één ding heel duidelijk: die willen hun leven
behouden. In dat zelfde kader van een hardnekkige strijd om het
leven te behouden, staat dit woord: In uw handen beveel ik
mijn geest.
De dichter ziet om zich heen de grijpende, klauwende en
stompende handen van de vijand en temidden daarvan zoekt hij
naar een plek waar hij zijn leven veilig kan stellen. Hij weet
zo’n plek: Gods handen. En hij weet: wanneer ik daar mijn
leven neer kan leggen is het veilig.
Jammer van dat woord ‘bevelen’ dat een beetje in de buurt
komt van ‘aanbevelen’. Je zou moeten zeggen - en ik heb dan
geen mooie maar wel een rake vertaling - "Vader, in uw
handen leg ik mijn leven". Je hebt wat veel geld in huis en
je brengt het naar de bank. Daar deponeer je het: wilt u dit
voor mij bewaren, ik kom het weer terughalen wanneer de tijd
daar is.
Hoe ver we met deze woorden uit de buurt van stervensbereidheid
zijn, blijkt ook uit het feit dat de rabbijnen deze woorden
later hebben opgenomen in een kinderavondgebed. Kinderen,
moegespeeld, maar niet levensmoe, leren ‘s avonds te bidden:
"In uw handen beveel ik mijn leven". "Ik ga
slapen, ik ben moe ... Here houd ook deze nacht over mij getrouw
de wacht"
Dat heeft de Here Jezus, samen met alle kinderen van zijn volk
gebeden: In uw handen beveel Ik mijn geest. Ik ga slapen,
Ik ben moe ... Here houdt ook deze ene nacht van mijn dood over
mij getrouw de wacht.
Het hoofd opgeheven
Christus is niet voor ons gesneuveld. Hij is niet gevallen
in de strijd om een betere wereld. Hij heeft aan het kruis het
hoofd opgeheven en het met luider stem geroepen. Hij riep het zo
luid dat zij die van verre stonden, Maria, Suzanna, Jakobus en
Johannes het konden horen en weten: dit zijn geen nauwelijks
verstaanbare woorden van een stervende.
Zouden ze het toen begrepen hebben
wat Hij bedoelde, toen Hij over Zijn leven zei: Niemand
ontneemt het Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af. Ik heb macht
het af te leggen en macht het weder te nemen (Joh.10:18).
Wanneer wij sterven is het zo dat wij het leven niet
langer kunnen vasthouden. Het glijdt ons uit de vingers. Maar de
Heer gééft zijn leven, heel koninklijk, met luider stem, in de
kracht van zijn leven.
Daarin is Hij anders geweest dan allen die vandaag het leven
laten in de strijd om een betere wereld. Ik ben wel eens bang
dat wij tekortschieten in onze bewondering voor de velen die nu
opstandig zijn en hun leven wagen voor wat recht en vrijheid,
maar ik zeg er dit bij: al ben je nog zo bewogen om het onrecht
en de verdrukking: je leven geven voor de ander kun je niet.
Jawel, je kunt je leven wel laten, je kunt je leven wel
verliezen, maar niet in de plaats van die ander.
Misschien moeten we ons als
christenen ook een beetje matigen in onze passiemuziek en onze
lijdensliederen. Hij wordt daarin zo vaak afgeschilderd als een
meelijwekkend figuur. Menig traantje wordt in de lijdensweken en
paasdagen weg gepinkt, maar helaas zijn dat tranen om de pijn de
Hij leed, en niet om de zonden die wij doen, waardoor Hij die
pijn moest ondergaan.
Ook Jezus zei: "Dochters van Jeruzalem, weent niet over
Mij, maar weent over uzelf en over uw kinderen"
(Luk.23:28)
Hij was niet een verliezer, maar de winnaar, die het met luide
stem, en opgeheven hoofd uitriep. Dit is niet bedoeld om bij ons
medelijden en tranen op te wekken.
Kunnen we met dit woord nog iets bij het sterven?
Misschien is het goed om te horen hoe Stefanus het gebruikte
onder een regen van stenen: "Here Jezus, ontvang mijn
geest". Dat woord blijft tot onze beschikking, tot aan
onze dood.
Bron: J.
Kranenburg |
|
|