Klik hier om onze site "Het Woord" te openen indien u alleen deze pagina zietSaul

 

Saul

Saul wiens naam "de begeerde" betekent, was Israëls eerste koning, die kort voor het jaar 1000 v. Chr. regeerde. De 40 jaar van zijn regeerperiode is een rond getal. Josefus stelt de duur van Sauls regering op 20 jaar (Ant. 10.8.4).
 
Saul is een naam die wel vaker in de Bijbel voorkomt we zien deze naam o.a. in Gen.36:37vv (vgl. 1Kron.1:48vv) voor een koning van Edom, in Gen.46:10 (vgl. Exod.6:14; Num.26:13 en 1Kron.4:24) voor een zoon van Simeon, in 1Kron.6:24 voor een Leviet, en in het Nieuwe Testament vanaf Hand.7:58 als de eerdere naam van Paulus.

 
De geschiedenis van koning Saul staat in 1Sam.9 tot 2Sam.1.
De Kroniekschrijver beperkt zich, na de vermelding van Sauls geslachtsregister in 1Kron.9:39-44, tot een uitvoerig bericht over zijn dood, als een rechtvaardige straf.
 
De geschiedenis van Saul en vooral het verhaal van zijn conflict met Samuël maakt op elke lezer diepe indruk. Saul was de eerste tragische figuur in de wereldgeschiedenis doordat hij niet alleen slecht handelde, maar ook veel goede kanten had.
We weten van hem dat hij was mooi en lang was, en van nature oprecht, nederig en dapper. In het besef van grote dank aan God kon hij persoonlijke beledigingen vergeten en vergeven, en dwong zo achting af.
Hij was niet trots op zijn hoge ambt. Waarzeggerij en toverij bestreed hij met kracht (1Sam.28:9). Hij vroeg in belangrijke zaken de wil van God (1Sam.14:2,18,37; 28:6); hij bracht de offers (1Sam.13:8; 15:15) en wilde zelfs zijn zoon niet sparen om zijn eed te houden (1Sam.14:14).
 
Daartegenover staan zijn fouten: de wil van God volgde hij niet: denk aan zijn ongeduld in de oorlog met de Filistijnen en aan zijn eigengereide optreden met de koning van de Amalekieten. Ook wilde hij soms zijn mannen door uiterlijke voordelen aan zich binden (1Sam.22:7).
Wanneer we de regering van Saul onpartijdig beoordelen, zullen we het met Samuël eens moeten zijn dat Saul niet geschikt was voor zijn functie. Opmerkelijk is overigens de liefde van het volk voor Saul: David kon pas na 7 jaar alleen over Juda geregeerd te hebben, over heel Israël gaan heersen.
 
Dat Saul meermalen tegen Gods bevel handelde, blijkt uit 1Sam.28:18 en 1Sam.15. Samuël had Saul uitdrukkelijk bevolen, alle Amalekieten, mensen en vee, zonder uitzondering te doden. Saul nam de koning van Amalek wel gevangen, maar doodde hem niet en hij gunde het volk het beste vee om het te offeren. Samuël doodde daarop de koning van Amalek eigenhandig, keerde naar Rama terug en zag Saul niet weer (1Sam.15; vgl. 1Sam.19:24).

In opdracht van God had Samuel David als vervanger/opvolger van Saul,
in ‘t geheim tot koning gezalfd (1Sam.16:1-13). Van nu af werd Saul beheerst door moedeloosheid en wantrouwen, waarbij neerslachtigheid en woede elkaar afwisselden. David kwam aan het hof om Saul door snarenspel tot rust te brengen (1Sam.16:14-23).
Op vlagen van woede die Davids leven bedreigden, volgden pogingen tot verzoening. Saul begon David te vervolgen; Jonathan (Sauls zoon en Davids vriend) tracht tevergeefs beiden te verzoenen.
Op vreselijke wijze vermoordde Saul de priesters van Nob, maar toen David tweemaal zijn leven spaarde, werd Saul tot tranen bewogen (1Sam.21, 22, 24 en 26). (Zie hiervoor ook onder David).
 
Saul was naam menselijke begrippen geen echt slecht mens, maar zijn hart had zijn rustpunt en daarmee het evenwicht verloren. Hij werd nu heen en weer geslingerd tussen vrees en overmoed. Toen de Filistijnen tegen Israël optrokken, wilde Saul de reeds overleden Samuël raadplegen en ging hiertoe naar de tovenares in Endor. Dit, ondanks het feit dat hij zelf wetten tegen de waarzeggers en bezweerders had uitgevaardigd en die met kracht had bestreden (1Sam.28:3-25).
Israël werd verslagen, drie van Sauls zoons sneuvelden en hijzelf pleegde zelfmoord nadat zijn wapendrager geweigerd had, hem te doden.
 
De boeken Samuël geven na het verhaal van Sauls eerste verwerping een overzicht van zijn daden en leven, alsof met zijn verwerping ook zijn geschiedenis al eindigde (1Sam.14:47-52). Volgens dit bericht bestreed hij de Ammonieten, Filistijnen, Amalekieten, Moabieten, Edomieten en de koningen van Zoba.
 
Naast de in 1Sam.14:49 genoemde zoons Jonathan, Iswi en Malchisua, noemen 1Kron.8:33 en 1Sam.31:2 als vierde zoon Abinadab. Iswi is dezelfde persoon als Isboseth in 2Sam.2:8 En Esbaäl in 1Kron.8:33. Sauls dochters waren Merab en Michal; zijn vrouw heette Ahinoam en zijn bijvrouw Rizpa (2Sam.3:7).
 
Sauls geslacht leefde voort in de nakomelingen van Jonathans zoon, Mefiboseth. De beide zoons van Rizpa en de vijf zoons van Merab (Statenvert. 2Sam.21:8: "Michals zuster") had David aan de wraak van de Gibeonieten prijsgegeven.

 

.

o

 

Inhoud

... Saul

 

Referenties

David en Saul
1Sam.  19:01

 

.

o

 


Het Woord Index Woordenboek S Totaal
Voordat we bovenstaande teller in werking stelden werden we reeds 180977 bezocht
Helaas stopte die teller met zijn service.