|
Samuël was
zowel de laatste richter (Hand.13:20) als de eerste profeet
(Hand.3:24; 2Kron.35:18; Hebr.11:32). Hij was de zoon van de
Efraïmiet Elkana en werd geboren in Ramathaïm-Zophim op het
gebergte Efraïm. Zijn moeder Hanna verwachtte hem met vurig
verlangen. Zij beloofde vóór zijn geboorte, dat zij hem tot
Nazireeër zou wijden en noemde hem Samuël, "verhoord
door God".
Deze naam werd ook gedragen door het hoofd van een familie in
het geslacht Thola, uit de stam Issaschar (1Kron.7:2).
Zodra hij gespeend was, bracht Hanna hem naar de hogepriester
Eli te Silo. De toestand van Israël was ongunstig. Hoewel Eli
in de kracht van zijn leven was, kon hij de Filistijnen en
zijn eigen zoons niet de baas. Samuël kreeg van God bevel om
Eli het einde van zijn bestuur en zijn geslacht aan te
kondigen. Samuël zelf werd zijn opvolger als richter. Hij
werd in Israël ook geëerd als profeet. Daarnaast deed hij
soms ook priesterlijk werk zoals offeren (1Sam.7:9vv; 9:22vv;
10:8; 11:15; 16:1vv) en bemiddelend optreden tussen God en
zijn volk (1 Sam.7:5vv; vgl. 12:19,23). Maar hogepriester was
hij niet. Samuël begon zijn werk met het volk terug te
brengen bij God en zijn wet. God schonk Israël de overwinning
op de Filistijnen, waardoor verloren gegane steden weer bij
Israël kwamen en het land lange tijd rust had. Samuël
richtte op het slagveld een gedenksteen op en noemde die
Eben-Ezer, "steen der hulpe". Hij probeerde het volk
met liefde en geestdrift voor God en zijn dienst te vervullen.
Hij wordt zelfs als de tweede stichter van Israël naast Mozes
genoemd (Jer.15:1; Ps.99:6). Hij legde de grondslag voor het
koningschap.
Om de afgoderij tegen te gaan en de wet te propageren, maakte
Samuël jaarlijks een reis door het land en richtte in Bethel,
Gilgal en Mizpa; ook koos hij jongens en mannen om hem bij
zijn werk te helpen en werd zo de stichter van de zgn.
profetenscholen, of liever profeten-verenigingen. Deze groepen
bevonden zich in Gibea (1Sam.10:5,10), Jericho (2Kon.2:5),
Rama (1Sam.19:18vv), Bethel (2Kon.2:3) en Gilgal (2Kon.4:38) -
dus de plaatsen waar Samuël het meest werkte.
Het koningschap was geen rechtstreeks gevolg van Samuëls
optreden. Het volk kreeg voorkeur voor een meer permanente
bestuursvorm en was tegeljk verbitterd over het wangedrag van
Samuëls zoons. Samuël verzette zich tegen deze wens
(1Sam.8:7). Alleen op Gods bevel gaf hij toe aan het volk. Wel
wees hij het volk op mogelijk misbruik van de koninklijke
macht. Om misbruik te weren, diende de koningswet
(Deut.17:14-20).
Over het conflict van Samuël en Saul zie men het artikel
Saul. Na de zalving van David lijkt Samuël zich meer uit het
openbaar leven teruggetrokken te hebben (1Sam.16:13). Wij
lezen alleen over zijn dood en zijn begrafenis in Rama
(1Sam.25:1), weinig jaren vóór Sauls dood. Vgl. verder 1
Sam.28:3vv.
Onze twee boeken Samuël heten in de Griekse en Latijnse
vertalingen de eerste twee boeken Koningen, een naam die beter
past. Over "de geschiedenissen van Samuël, de
ziener" in 1kron.29:29vv zie men het artikel Kronieken.
|