Klik hier om onze site "Het Woord" te openen indien u alleen deze pagina zietJonathan

 

Jonathan

Deze naam betekent "die de HEERE heeft gegeven", dus het Latijnse Theodorus. Het was de naam van verschillende personen.

  • 1) Jonathan, een zoon (afstammeling) van Gersom, de zoon van Mozes, niet van Manasse (Richt.18:30). Hij was een Leviet uit Bethlehem (Richt.17:7) en kwam niet lang na Jozua’s dood (Joz.19:47; Richt.1:34), toen hij naar het noorden trok om werk te zoeken (Richt.17:7-8), bij een zekere Micha. Hij werd priester bij de terafim en het beeld die Micha in zijn huis opgericht had. Zijn loon was tien zilverlingen, een stel kleren en voedsel (Richt.17:7vv; 18:3,15vv). Maar toen een bende Danieten naar het noorden trok, sloot Jonathan zich bij hen aan, omdat het eervoller en voordeliger was priester te zijn van een stam dan van een man (Richt.18:19).
     
    De Danieten begonnen een eigen eredienst, waaraan Jonathan en zijn familie als priesters verbonden werden (zie artikel Beeldendienst). In dit verhaal zien wij hoe verward Israëls godsdienstige en politieke toestand in het begin van de "richtertijd" was. Het maakt duidelijk dat de Levieten geen eigen stamgebied hadden.
     

  • 2) Jonathan, de oudste zoon van Saul. Op bevel van zijn vader haalde hij een zuil omver, die de Filistijnen in Gibea opgericht hadden (vgl. echter 1Sam.13:3vv in verband met 1Sam.10:5). Hij gaf hiermee het sein tot een algemene opstand tegen de onderdrukkers. Hij overviel, alleen met zijn wapendrager, een vijandelijke post van 20 man, doodde hen. Dit feit verspreidde zoveel schrik onder de Filistijnen dat Israël de overwinning behaalde, hoewel men er onvoldoende van profiteerde door de vervolging niet door te zetten (1Sam.14:30).
     
    Bij het achtervolgen at Jonathan wilde honing. Hij wist niets van de gelofte die zijn vader, in strijd met de geest van de wet, had afgelegd (Num.30:6,13). Het gevaar voor zijn leven werd door het dankbare volk gelukkig afgewend (1Sam.14:45). Overigens genoot hij het volledige vertrouwen van zijn vader (1Sam.20:2).
    Jonathan werd de vriend van David vanaf het moment dat deze Goliath had verslagen. Er staat dat hij hem liefhad als zijn eigen ziel (1Sam.18:1). Deze liefde leidde tot jaloersheid van zijn vader (1Sam.20:30vv). Maar zij hield stand toen de roem van David steeg en toen Jonathan wist dat zijn vriend koning zou worden. Als Saul hem vertelt dat hij David wil doden, probeert hij zijn vader tegen te houden (1Sam.19:1-17). Toen later Sauls argwaan opnieuw opgewekt was, gaf hij David een teken, dat zijn ondergang besloten was. Hij bezocht zijn vriend in de woestijn om "zijn hand te versterken in God" en het vriendschapsverbond te vernieuwen (1Sam.20:23). Vanaf dat moment zagen Jonathan en David elkaar niet meer.
     
    Volgens zijn belofte zorgde David later voor de familie van zijn vriend en nam Mefiboseth en diens zoon Micha aan zijn hof (2Sam.4:4). Jonathan zelf sneuvelde met zijn broers in de slag tegen de Filistijnen op Gilboa. David weende om hem in een aandoenlijke klaagzang, die iedereen in Israël moest leren, "het lied van de boog" (2Sam.1:17vv). Het Oude Verbond kent geen tweede voorbeeld van zo’n trouwe en edele vriendschap.
     

  • 3) Jonathan de Makkabeeër, de jongste zoon van de priester Mattathias (vgl. 2Makk.8:22), het hoofd van de nationale partij na de dood van Judas zijn broer in 160 v.Chr. (1Makk.9:28vv). Toen hij tot opvolger van zijn broer gekozen werd, waren de vooruitzichten slecht. De dood van Judas had bij velen de moed weggenomen. De vestingen waren in de macht van de Syriërs, en de Grieksgezinde partij ging verder met haar maatregelen ten nadele van de dienst aan de HEERE. Jonathan moest zich terugtrekken over de Jordaan en daar de gebeurtenissen afwachten (1Makk.9:47vv). Een aanval van de Syrische aanvoerder Bacchides in 157 sloeg hij af, waardoor hij rust kreeg en aan de versterking en uitbreiding van de volkspartij kon werken (1Makk.9:73).
     
    Pas 152 v. Chr. keerden de kansen, toen Alexander Balas aanspraak ging maken op de troon van Syrië, waarop Demetrius I Soter zat. Beide mannen zochten de vriendschap van Jonathan en zijn partij, en probeerden elkaar te overtreffen in beloften en gunsten. Jonathan poogde beiden te vriend te houden. Eerst nam hij met toestemming van Demetrius Jeruzalem in, met uitzondering van de burcht (1Makk.10:1-14). Maar toen Alexander Balas hem het hogepriesterschap opdroeg, sloot hij zich bij diens partij aan en trad op het Loofhuttenfeest van 152 v.Chr. voor het eerst als hogepriester op; hij hield het ambt tot aan zijn dood (1Makk.10:15-21).
     

    Demetrius deed wel schitterende aanbiedingen om hem van Alexander los te maken, maar tevergeefs: Jonathan bleef Alexander trouw (1Makk.10:22-47). De uitkomst bewees dat hij een goede keuze had gedaan. Demetrius werd in 150 verslagen (1Makk.10:48vv) en Jonathan werd bij het huwelijk van Alexander met Cleopatra zelfs tot stadhouder van de koning verheven (1Makk.10:51-66). Dit moment markeert de feitelijke vestiging van de Makkabese dynastie.
     

    De zoon van Demetrius I, Demetrius II, kwam tegen Balas in opstand en eiste dat ook Jonathan zich zou onderwerpen. Deze weigerde en trok tegen Demetrius op. Hij versloeg diens aanvoerder Apollonius bij Asdod (Azote); voor deze dienst beloonde Alexander hem met een gouden gordel en de stad Ekron met het omliggende land (1Makk.10:67-89). Alexander stierf in Arabië door verraad (146 v. Chr.) en Jonathan werd door Demetrius in zijn ambten bevestigd (1Makk.11:20-37). Intussen werd hij vaak in Syrische zaken verwikkeld. Een oproer in Antiochië werd door Joodse hulptroepen onderdrukt, in ruil voor de belofte van de koning dat de Syrische bezetting de burcht van Jeruzalem zou verlaten, maar Demetrius hield zijn woord niet (1Makk.11:41-53).
     
    Nu koos Jonathan de partij van de minderjarige Antiochus VI, die door een zekere Trypho als tegenkoning tegen Demetrius was aangesteld. Hij versloeg een leger van bij Hazor (1Makk.11:54-74) en een ander leger durfde de strijd met Jonathans leger niet aan (1Makk.12:24vv). Maar Trypho was even trouweloos als Demetrius. Hij wilde de jonge Antiochus doden en zelf op de troon komen. Omdat hij dacht dat Jonathan hem hierbij in de weg stond, lokte hij hem naar Ptolemaïs en liet hem gevangen nemen (1Makk.12:39-53). Zijn broer Simon kon hem niet redden en Trypho liet Jonathan doden (134 v. Chr.). Simon begroef hem in het familiegraf in zijn vaderstad Modin. Een prachtig gedenkteken wees de plek aan (1Makk.13:1-30).
     
    Jonathan was een bekwaam legeraanvoerder, maar was nog groter als staatkundige. Door moed en volharding was bij een waardig opvolger van zijn broer Judas. Onder de Makkabeeën neemt hij een eervolle plaats in.
     

  • 4) Een andere Jonathan komt voor in 1Makk.13:11. Hij was de zoon van Absalom en werd in 143 v. Chr. door Simon met een leger naar Joppe gezonden om deze stad voor de Joden te bewaren (1Makk.12:33).
     

  • 5) De naam Jonathan werd ook nog gedragen door tien andere personen, over wie wij niets weten.
    In 2 Sam.23:32vv leze men in plaats van "Jonathan, Samma, de Harariet" volgens 1Kron.11:34 "Jonathan, de zoon van Sage, de Harariet".
    De tijdgenoot van Nehemia die in 2Makk.1:23 voorkomt is waarschijnlijk de hogepriester Jonathan (Johanan); hij is dan foutief ten tijde van Nehemia geplaatst.

 

.

o

 

.

o

 

Inhoud

o

 

Referenties

1Sam.  19:01

 

.

o

 


Het Woord Index Woordenboek J Totaal
Voordat we bovenstaande teller in werking stelden werden we reeds 180977 bezocht
Helaas stopte die teller met zijn service.