Klik hier om onze site "Het Woord" te openen indien u alleen deze pagina zietAsa

 

Asa

De naam betekent arts. Hij was de derde koning van Juda en regeerde 41 jaar. Hij beklom de troon na de dood van zijn vader Abia in het 20e jaar van Jerobeam I van Israël (1Kon.15:9vv). Hij was een voorzichtig en krachtig vorst en gebruikte de tien jaar van vrede waarmee zijn regering begon (2Kron.14:1) om het land te versterken door het aanleggen van vestingen (2Kron.14:5-7; 1Kon.15:23) en voor het vormen van een groot leger (2Kron.14:8).
 
Toen na verloop van deze tien jaar Zerah (Osorkhon), koning van Egypte, met een groot leger het land binnenviel (2Kron.14:9, 16:8), waagde Asa het om tegen hem op te trekken. De Egyptenaar werd bij Maresa verslagen, tot Gerar vervolgd, en een grote buit viel van de Judeërs in handen (2Kron.14:10vv).
 
Tegelijkertijd zorgde Asa voor de eredienst. De onder zijn voorgangers inge- drongen afgodendienst, waarbij misbruiken als prostitutie, de zuilen van Baäl en de beelden van Astarte hoorden, schafte hij af (1Kon.15:12; 2Kron.14:3).
De koningin-moeder, een nakomelinge van Absalom, die de naam Maacha droeg (1Kon.15:10; vgl. 1Kon.15:2; 2Sam.3:3), was een ijverig beschermster van de afgodendienst. Zij had een afschuwelijke afgod opgericht, aan de on- tucht gewijd (miplezeth = fallus; (1Kon.15:13; 2Kron.15:16). Asa verstootte haar van haar plaats aan het hof.
 
Ook heiligdommen op de hoogten, die aan de afgoden gewijd waren, werden weggenomen (2Kron.14:5), maar heiligdommen die voor de HERE waren liet Asa bestaan (2Kron.15:17; 1Kron.15:14) hoewel hij zelf geen gebruik van maakte.
 
Hij toonde zich ook een dienaar van de theocratie en volgeling van David, doordat hij het vroeger verontreinigde brandofferaltaar in de tempel te Jeru- zalem tot zijn oorspronkelijke bestemming vernieuwde (2Kron.15:8).
 
Toen men van deze hervormingen hoorde, trok een groot aantal ontevreden burgers van het rijk van de tien stammen naar Juda om zich daar te vestigen (2Kr 15:9). De overwinning op Zerah, die gezien de meerderheid van het Ethiopische leger duidelijk aan de hulp van de HERE te danken was (2Kron.14:11,13), gaf aan deze hervormingsbeweging een grote vlucht.
 
Op aandrang van de profeet Azaria, zoon van Oded, verzamelde Asa het volk voor een grote en plechtige vernieuwing van het verbond met de HERE (2Kron.15:1vv). Hij offerde niet alleen dat wat hij zelf buit gemaakt had aan de HERE, maar ook datgene wat zijn vader Abia of aan de heiligdommen van de afgoden had geschonken of bij zijn eigen schatten had gevoegd (1Kon.15:15; 2Kron.15:18). Deze plechtigheid had plaats in het 15e rege- ringsjaar van Asa (2Kron.15:10).
 
Volgens (1Kon.16:8) is Baësa in het 26e jaar van Asa gestorven; dat getal moet in plaats van 35 en 36 in 2 (2Kron.15:19, 16:1,12,13) gelezen worden.  Toen vatte het rijk van de tien stammen, dat tot dusver in vrede met Asa geleefd had (2Kr 15:19) de oude vijandelijkheden tegen Juda weer op.
 
De onstuimige koning Baësa drong tot in de nabijheid van Jeruzalem door en stichtte het dorp Rama niet ver vandaar, tot bedreiging van Juda (1Kon.15:21).  Maar Asa haalde de Syriër Benhadad, met wie Baësa vroeger een verbond had gesloten, door grote sommen geld tot het verbreken van dit verbond en tot een inval in Israël over.  Zo dwong hij Baësa om Rama te ver- laten en gebruikte de door hem verzamelde bouwmaterialen om Geba en Miz- pa tegen Israël te versterken (1Kon.15:18; 2Kron.16:2; Jer.1:9).
 
Dat de koning vreemde hulp tegen zijn stamgenoten had ingeroepen werd vooral door de profeet Hanani streng afgekeurd (2Kron.16:7).  De ernst waarmee Asa zijn berisping en die van anderen uit het volk beantwoordde (2Kron.16:10), bewijst dat hij zelf niet van het goede van zijn handelwijze overtuigd was.
 
Intussen was de uitwendige veiligheid van het rijk hersteld en ging zijn rege- ring voorbij zonder verdere noemenswaardige voorvallen en zonder dat er vrede met Israël gesloten werd (1Kon.15:16; 2Kron.16:9).
 
Na een ernstige ziekte aan de voeten, die 3 jaar duurde (2Kron.16:12; 1Kon.15:23), waarbij hij in kracht afnam en teveel op de geneeskunde ver- trouwde (2Kron.16:12) stierf Asa en werd hij met koninklijke eer bijgezet in het familiegraf (2Kron.16:14; vgl. Jer.34:5) dat hij in de heilige stad had laten uithouwen (1Kon.15:24; 2Kron.16:14).

 

.

o

 

Inhoud

o

 

Referenties

o

 

.

o

 


Het Woord Index Woordenboek A Totaal
Voordat we bovenstaande teller in werking stelden
werden we reeds 180977 bezocht
Helaas stopte die teller met zijn service.