Lezen: Genesis
29:31-30:24
31
Toen nu de HEERE zag, dat Lea gehaat was, opende Hij haar
baarmoeder; maar Rachel was onvruchtbaar. 32 En
Lea werd bevrucht, en baarde een zoon, en zij noemde zijn naam
Ruben; want zij zeide: Omdat de HEERE mijn verdrukking heeft
aangezien, daarom zal mijn man mij nu liefhebben. 33
En zij werd wederom bevrucht, en baarde een zoon, en zeide:
Dewijl de HEERE gehoord heeft, dat ik gehaat was, zo heeft Hij
mij ook dezen gegeven; en zij noemde zijn naam Simeon. 34
En zij werd nog bevrucht, en baarde een zoon, en zeide: Nu zal
zich ditmaal mijn man bij mij voegen, dewijl ik hem drie zonen
gebaard heb; daarom noemde zij zijn naam Levi. 35
En zij werd wederom bevrucht, en baarde een zoon, en zeide:
Ditmaal zal ik den HEERE loven; daarom noemde zij zijn naam
Juda. En zij hield op van baren. 1 Als nu Rachel
zag, dat zij Jakob niet baarde, zo benijdde Rachel haar
zuster; en zij zeide tot Jakob: Geef mij kinderen! of indien
niet, zo ben ik dood. 2 Toen ontstak Jakobs toorn
tegen Rachel , en hij zeide: Ben ik dan in plaats van God, Die
de vrucht des buiks van u geweerd heeft? 3 En zij
zeide: Zie, daar is mijn dienstmaagd Bilha, ga tot haar in;
dat zij op mijn knieen bare, en ik ook uit haar gebouwd
worde. 4 Zo gaf zij hem haar dienstmaagd Bilha
tot een vrouw; en Jakob ging tot haar in. 5 En
Bilha werd zwanger, en baarde Jakob een zoon. 6
Toen zeide Rachel: God heeft mij gericht, en ook mijn stem
verhoord, en heeft mij een zoon gegeven; daarom noemde zij
zijn naam Dan. 7 En Bilha, Rachels dienstmaagd,
werd wederom bevrucht, en baarde Jakob den tweeden zoon.
8 Toen zeide Rachel: Ik heb worstelingen Gods met mijn
zuster geworsteld; ook heb ik de overhand gehad; en zij noemde
zijn naam Nafthali. 9 Toen nu Lea zag, dat zij
ophield van baren, nam zij ook haar dienstmaagd Zilpa, en gaf
die aan Jakob tot een vrouw. 10 En Zilpa, Lea's
dienstmaagd, baarde Jakob een zoon. 11 Toen zeide
Lea: Er komt een hoop! en zij noemde zijn naam Gad. 12
Daarna baarde Zilpa, Lea’s dienstmaagd, Jakob een tweeden
zoon. 13 Toen zeide Lea: Tot mijn geluk! want de
dochters zullen mij gelukkig achten; en zij noemde zijn naam
Aser. 14 En Ruben ging in de dagen van de
tarweoogst, en hij vond Dudaim in het veld, en hij bracht die
tot zijn moeder Lea. Toen zeide Rachel tot Lea: Geef mij toch
van uws zoons Dudaim. 15 En zij zeide tot haar:
Is het weinig, dat gij mijn man genomen hebt, dat gij ook
mijns zoons Dudaim nemen zult? Toen zeide Rachel: Daarom zal
hij dezen nacht voor uws zoons Dudaim bij u liggen. 16
Als nu Jakob des avonds uit het veld kwam, ging Lea uit hem
tegemoet, en zeide: Gij zult tot mij inkomen; want ik heb u om
loon zekerlijk gehuurd voor mijns zoons Dudaim; en hij lag
dien nacht bij haar. 17 En God verhoorde Lea; en
zij werd bevrucht, en baarde Jakob den vijfden zoon. 18
Toen zeide Lea: God heeft mijn loon gegeven, nadat ik mijn
dienstmaagd aan mijn man gegeven heb; en zij noemde zijn naam
Issaschar. 19 En Lea werd wederom bevrucht, en
zij baarde Jakob den zesden zoon. 20 En Lea zeide:
God heeft mij, mij heeft Hij begiftigd met een goede gift;
ditmaal zal mijn man mij bijwonen; want ik heb hem zes zonen
gebaard; en zij noemde zijn naam Zebulon. 21 En
zij baarde daarna een dochter; en zij noemde haar naam Dina.
22 God dacht ook aan Rachel; en God verhoorde haar, en
opende haar baarmoeder. 23 En zij werd bevrucht,
en baarde een zoon; en zij zeide: God heeft mijn smaadheid
weggenomen! 24 En zij noemde zijn naam Jozef,
zeggende: De HEERE voege mij een anderen zoon daartoe.
Volgens de
Levitische wet was het voor een man verboden twee zusters
tegelijk tot vrouw te nemen (Lev.18:18). Waarom God dit
verbiedt, wordt ook in dit bijbelgedeelte geïllustreerd: wat is
er een strijd gaande in het gezin van Jakob!
Jakob houdt van Rachel, maar niet van Lea. De HERE openbaart
Zich nu als Degene die het voor de verstotene opneemt (Vgl.
1Kor.1:27-29). Lea wordt zwanger en baart een zoon
(Gen.29:31,32). Na Ruben worden Simeon, Levi en Juda
geboren (Gen.29:33-35).
Hoe reageert Jakob op de kinderloosheid van Rachel?
Voorlopig kiest hij niet de geloofsweg van zijn vader Isaak.
Isaak bad de HERE om vruchtbaarheid voor Rebekka
(Gen.25:21). Jakob kiest voor de weg van het menselijk
proberen, een weg die in het gezin van Abraham zoveel ellende
had gebracht (Gen.21:1-21)... Jakob verwekt via Rachels
slavin Bilha twee zonen: Dan en Naftali (30:1-8).
Lea wil niet onderdoen voor Rachel. Zij geeft haar slavin
Zilpa aan Jakob tot vrouw. Zo worden Gad en Aser geboren
(Gen.30:9-13).
Wat de liefdesappelen van 30:14a betreft: men geloofde dat deze
vruchten vruchtbaarheid konden bewerken als ze onder het
echtelijk bed gelegd werden. Dit verklaart het verzoek van
de onvruchtbare Rachel in Gen.30:14b. Lea echter, die
opgehouden had te baren (Gen.29:35), wordt zònder deze vruchten
toch weer zwanger. Niet de liefdesappelen, niet magie,
maar de HERE, de soevereine God, geeft kinderen! Issakar,
Zebulon en Dina worden geboren (Gen.30:17-21).
Toch is Rachel met de nood van haar kinderloosheid ook naar de
HERE gegaan. Gen.30:22 zegt dat God haar verhoorde. Ze
krijgt nu zelf een zoon en bid om een tweede
(Gen.30:23,24). Rachel is klein geworden voor de
HERE. Dan kan God haar zegenen. Dan is er een nieuw
begin voor haar.
Hier is sprake van "bekering" in het leven van een
mens.
Bekering wil zeggen: we zien onszelf anders. We maken een
ommekeer. God krijgt het voor het zeggen in je
leven. Er komt een houding van gebed. We gaan het
aan de HERE overlaten.
Kern: Geen eigen wijsheid, maar afhankelijkheid van God.
Vraag: Hoe kunt u gevoelens van jaloersheid weerstaan? (Vgl.
1Petr.2:1-6)
Gebed: HERE, help me geen eigen oplossingen te zoeken,
maar te leven vanuit de relatie met U ...
|