|
Laat hij hen dan
ernstig waarschuwen, Lucas 16:28 Het onderwerp vandaag
is: Laat u
waarschuwen
|
|
19
En er was een rijk man, die gekleed ging in purper en
fijn linnen en elke dag schitterend feest hield. 20
En er was een bedelaar, Lazarus genaamd, vol zweren,
21
neergelegd bij zijn voorportaal, die verlangde zijn honger
te stillen met wat van de tafel van de rijke afviel; zelfs kwamen de
honden zijn zweren likken. 22
Het geschiedde, dat de arme stierf en door de engelen
gedragen werd in Abrahams schoot. 23
Ook de rijke stierf en hij werd begraven. En toen hij in het
dodenrijk zijn ogen opsloeg onder de pijnigingen, zag hij Abraham van
verre en Lazarus in zijn schoot. 24
En hij riep en zei: Vader Abraham, heb medelijden met mij en zend Lazarus opdat hij de top van
zijn vinger in water dope en mijn tong verkoele, want ik lijd pijn in deze vlam.
25
Maar Abraham zei: Kind, herinner u, hoe gij het goede
tijdens uw leven hebt ontvangen en insgelijks Lazarus het kwade; nu wordt
hij hier vertroost en gij lijdt pijn. 26
En bij dit alles, er is tussen ons en u een onoverkomelijke kloof, opdat zij, die vanhier tot u zouden willen
gaan, dit niet zouden kunnen, en zij vandaar niet aan onze kant zouden
kunnen komen. 27
Doch hij zei: Dan vraag ik u, vader, dat gij hem naar het
huis van mijn vader zendt, 28
want ik heb vijf broeders. Laat hij hen dan ernstig waarschuwen,
dat ook zij niet in deze plaats der pijniging komen. 29
Maar Abraham zei: Zij
hebben Mozes en de profeten, naar hen moeten zij
luisteren. 30
Doch hij zei: Neen, vader Abraham, maar indien iemand van de
doden tot hen komt, zullen zij zich bekeren. 31
Doch hij [Abraham]
zei tot hem: Indien zij naar Mozes en
de profeten niet luisteren zullen zij ook, indien iemand uit de doden
opstaat, zich niet laten gezeggen. |
|
De wereldse staat van een mens is
geen doorslaggevend bewijs van zijn staat voor God. Onze Heer, Jezus, de
Christus beschrijft ons in dit Bijbelgedeelte twee mannen, van wie er één
heel rijk is en de ander straatarm. De één at overvloedig. De ander was
maar een bedelaar die niets van zichzelf bezat. Maar de arme man had
genade gevonden en daarvan bezat de rijke helemaal
niets. De arme man leefde uit het geloof en
wandelde in de voetstappen van Abraham. De rijke man was een onnadenkende,
egoïstische wereldling, die hoewel hij nog leefde eigenlijk al dood was in
zonde en overtreding. Laten wij niet toegeven aan het
algemeen geaccepteerde gebruik mensen te waarderen naar hun inkomen en
degene die het meeste geld heeft, het hoogst te achten. Er is in de Bijbel
geen enkele grond voor dit idee. In het algemeen gaat de leer van de
Bijbel er zelfs dwars tegenin. Rijkdom en goede komaf zijn helemaal
geen kenmerken van Gods volk (1Kor.1:26; Jer.9:24).
Hoewel men in sommige pinksterkringen dit de gelovigen wel wil voorhouden
is rijkdom helemaal geen teken van Gods gunst en is armoede is geen bewijs
van Gods ongenoegen. Diegenen die door God worden gerechtvaardigd en
verheerlijkt behoren maar zelden tot de rijken van deze
wereld. Als wij de mensen willen meten bij
Gods maatstaf dan moeten wij hen waarderen naar genade die zij hebben
ontvangen. De dood is het algemene einde voor alle mensen uit alle klassen
van de maatschappij. De beproevingen van de bedelaar en de feesten van de
rijke hielden op toen zij stierven. Er kwam een tijd dat beiden moesten
sterven (Pred.3:20).
De dood is het ene grote feit dat door iedereen wordt erkend maar waar
slechts weinigen zich van bewust zijn. De mensen eten, drinken, praten en
maken plannen alsof zij eeuwig op aarde zullen wonen. De ware christen moet waken deze
geest niet in zich toe te laten. Er is geen beter middel tegen mopperen,
ontevredenheid en afgunst in een staat van armoede, en tegen hoogmoed,
onafhankelijkheid en arrogantie in een staat van rijkdom, dan de gedachte
aan de dood. De dood maakte een einde aan de
lichamelijke behoeften van de bedelaar. De dood maakte voor eeuwig een einde
aan het feesten van de rijke. |
|
1
Een psalm van Asaf. Waarlijk, God is goed voor Israël,
voor hen die rein van hart zijn. 2
Maar mij aangaande, bijkans waren mijn voeten afgeweken,
bijna waren mijn schreden uitgegleden. 3
Want ik was afgunstig op de hoogmoedigen, toen ik de
voorspoed der goddelozen zag. 4
Want moeiten hebben zij niet, gaaf en welgedaan is hun
lichaam; |
|
Deel dit goede
nieuws met anderen! Stuur het door het naar
een vriend die er mee geholpen kan zijn! |
|
|
Contact:
|
|
Steun onze internet
bediening!
Een grote interactieve site met meer
dan 10 domeinen, meerdere subdomeinen, nieuws- systemen, nieuwsbrieven,
forums, webpolls, etc. kost ondanks sponsoring van onze provider jammer
genoeg nog steeds erg veel geld. De reden waarom we dit ondanks dat we
van een bijstandsuitkering moeten rondkomen toch doen, is omdat we zeker
weten dat honderden mensen gezegend worden door dit werk via internet.
Immers, niet voor niets hadden we reeds meer dan een half miljoen
bezoekers op onze sites. Om dit alles draaiend te kunnen houden
zijn wij volledig afhankelijk van Gods Genade, en door uw giften zijn we
in staat om door te gaan. Daarom vragen we ook u dit werk te willen
ondersteunen met uw gebed of daadwerkelijk, en ons te helpen om deze
internet activiteit levend te houden! Alvast bedankt voor uw
steun! Indien u ons financieel wenst te
ondersteunen kan dit door een bijdrage over te maken op bankrekening
53.20.57.678 ten name van "Faith Evangelistic Assn." te Rotterdam onder
vermelding van bijv. "Dagelijks Brood" - Indien u wilt helpen om het
restbedrag van de nieuwe computer te voldoen zet u dan svp het woord
"computer" bij uw overmaking |
| Het Woord | Index | Dag.Br | Oktober | Totaal |