Het programma dat we
tot op heden gebruikten om Dagelijks Brood te verzenden,
begon problemen te
geven. Derhalve zien we nu uit naar andere wegen om de
berichten te kunnen
versturen. Tot dan zullen we het op deze manier
verzenden
|
Lucas 14:23 Het onderwerp vandaag
is: Eeuwig
leven
Laten we opnieuw de Bijbel openen en
er iets uit lezen. Vandaag vanuit: Lucas 14:15-24 en
Johannes 6:35-56 |
|
15
Toen iemand van de disgenoten [iemand die
met hen aanzat en mee at] dat hoorde, zei hij tot Hem: Zalig
wie brood eten zal in het Koninkrijk Gods. 16
Hij [Jezus]
zei tot hem: Iemand richtte een grote maaltijd aan en nodigde velen.
17
En hij zond zijn slaaf uit tegen het uur van de maaltijd om
tot de genodigden te zeggen: Komt, want het is nu gereed. 18
En zij begonnen zich allen opeens te verontschuldigen.
De eerste zei tot hem: Ik heb een akker gekocht en ik moet die nodig gaan
bekijken; ik verzoek u, houd mij voor verontschuldigd. 19
En een ander zei: Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga
die keuren; ik verzoek u, houd mij voor verontschuldigd. 20
Weer een ander zei: Ik ben net getrouwd en daarom kan ik
niet komen. 21
En de slaaf kwam terug en berichtte zijn heer deze
dingen. Toen werd de heer des huizes toornig en zei tot zijn slaaf: Ga nu
de straten en stegen van de stad in en breng de bedelaars en misvormden en
blinden en lammen hier. 22
En de slaaf zei: Heer, wat gij hebt opgedragen, is gedaan en
nog is er plaats. 23
En de heer zei tot de slaaf: Ga de wegen en de paden op
en dwing hen binnen te komen, want mijn
huis moet vol worden. 24
Want ik zeg u: Niemand van die mannen, welke genodigd waren,
zal van mijn maaltijd proeven. |
|
Wij weten niet wie voor onze Heer de
aanleiding was om deze gelijkenis te vertellen, maar het is niet
onwaarschijnlijk dat deze man tot het soort mensen behoorde die wel de uitdrukkelijke wens hebben om
naar de hemel te gaan maar in feite nooit verder komen dan alleen die
wens. Onze Heer nam de gelegenheid te baat
om hem eraan te herinneren dat mensen kunnen worden uitgenodigd het
Koninkrijk van God binnen te gaan, maar dat mensen die uitnodiging bewust
kunnen afwijzen en op die
manier toch nog voor eeuwig verloren kunnen gaan. God heeft een grootse voorziening
getroffen voor de zielen van mensen (Luk.14.16). Het
Evangelie heeft een volledige voorraad van alle dingen die zondaren nodig
hebben om zalig te worden. Wij zijn allemaal van nature vergankelijk,
leeg, hulpeloos en altijd geneigd tot het kwaad, altijd (bewust of
onbewust) zoekend naar wegen om verloren te gaan. Vergeving van zonden, vrede met God,
rechtvaardiging van de persoon en heiliging van het hart, genade op de weg
en glorie aan het einde - dit zijn de genadige voorzieningen die God heeft
getroffen voor onze ziel. Alles waar een met zonde beladen ziel
behoefte aan heeft of wat een vermoeid geweten nodig heeft, wordt in
Christus aan hem voorgezet in rijke overvloed. Kort gezegd bestaat het
grote maal geheel uit Christus. Zo wordt Hij ons voorgesteld in Zijn eigen
leer (Joh.6:35-36). De aanbiedingen en uitnodigingen van
het Evangelie zijn uiterst breed en royaal. De uitnodiging is verstuurd
(Luk.14.17). Van
de kant van God ontbreekt er niets voor de zaligheid van mensen. Als een
mens niet zalig wordt, dan ligt de fout niet bij God. ·
De Vader is bereid iedereen
aan te nemen die tot Hem komt in Christus. ·
De Zoon is bereid iedereen
van zijn zonden schoon te wassen die zich tot Hem wendt in geloof.
·
De Geest is bereid tot
iedereen te komen die erom vraagt. Er is een oneindige bereidheid in God
de mensen zalig te maken zolang zij maar bereid zijn zalig te worden.
Zondaren hebben een volkomen volmacht tot God te komen door
Christus. Het woord "Kom" wordt tot iedereen zonder
uitzondering gesproken. ·
Onze Heer spreekt tot
diegenen die vermoeid en belast zijn (Matth.11:28). ·
Onze Heer spreekt tot
diegenen die dorst hebben (Joh.7:37). ·
Onze Heer spreekt tot
diegenen die arm zijn en honger lijden (Jes.55:1). Niemand zal kunnen zeggen dat hij
geen aanmoediging heeft gekregen om zijn zaligheid te zoeken
(Joh.6:37).
|
|
35
Jezus zei tot hen: Ik
ben het brood des levens; wie tot Mij komt, zal nimmermeer
hongeren en wie in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten. 36
Maar Ik heb u gezegd, dat gij niet gelooft, ook al hebt gij
Mij gezien. 37
Alles wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen, en wie tot Mij komt, zal Ik geenszins
uitwerpen. 38
Want Ik ben van de hemel nedergedaald, niet om mijn wil te
doen, maar de wil van Hem, die Mij gezonden heeft. ·
39
En dit is de wil van Hem,
die Mij gezonden heeft, dat
Ik van alles wat Hij Mij gegeven heeft, niets verloren late gaan, maar het
opwekke ten jongsten dage. ·
40
Want dit is de wil mijns
Vaders, dat een ieder, die de Zoon aanschouwt en in Hem gelooft, eeuwig
leven hebbe, en Ik zal hem opwekken ten jongsten
dage. 41
De Joden dan morden over Hem, omdat Hij gezegd had: Ik
ben het brood, dat uit de hemel nedergedaald is, 42
en zij zeiden: Is dit niet Jezus, de zoon van Jozef, wiens
vader en moeder wij kennen? Hoe zegt Hij nu: Ik ben uit de hemel
nedergedaald? 43
Jezus antwoordde en zei tot hen: Mort niet onder
elkander. 44
Niemand kan tot Mij
komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke, en Ik zal hem
opwekken ten jongsten dage. 45
Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen
door God geleerd zijn. Een ieder, die het van de Vader gehoord en geleerd
heeft, komt tot Mij. 46
Niet, dat iemand de Vader gezien heeft; alleen die van God
komt, die heeft de Vader gezien. 47
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie gelooft, heeft eeuwig
leven. 48
Ik ben het brood des
levens. 49
Uw vaderen hebben in de woestijn het manna gegeten en zij
zijn gestorven; 50
dit is het brood, dat uit de hemel nederdaalt, opdat wie ervan eet, niet sterve.
51
Ik ben het levende brood,
dat uit de hemel nedergedaald is. Indien iemand van dit brood eet, hij zal in
eeuwigheid leven; en het brood, dat Ik geven zal, is mijn
vlees, voor het leven der wereld. 52
De Joden dan streden onderling en zeiden: Hoe kan deze
ons zijn vlees te eten geven? ·
53
Jezus dan zei tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u,
tenzij gij het vlees van de Zoon des
mensen eet en zijn bloed drinkt, hebt gij geen leven in
uzelf. ·
54
Wie mijn vlees eet en
mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem opwekken ten jongsten
dage. 55
Want mijn vlees is ware spijs en mijn bloed is ware
drank. 56
Wie mijn vlees eet en
mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. |
|
Deel dit goede
nieuws met anderen! Stuur het door het naar
een vriend die er mee geholpen kan zijn! |
|
Contact:
|
|
Steun onze internet
bediening!
Een grote interactieve site met meer
dan 10 domeinen, meerdere subdomeinen, nieuws- systemen, nieuwsbrieven,
forums, webpolls, etc. kost ondanks sponsoring van onze provider jammer
genoeg nog steeds erg veel geld. De reden waarom we dit ondanks dat we
van een bijstandsuitkering moeten rondkomen toch doen, is omdat we zeker
weten dat honderden mensen gezegend worden door dit werk via internet.
Immers, niet voor niets hadden we reeds meer dan een half miljoen
bezoekers op onze sites. Om dit alles draaiend te kunnen houden
zijn wij volledig afhankelijk van Gods Genade, en door uw giften zijn we
in staat om door te gaan. Daarom vragen we ook u dit werk te willen
ondersteunen met uw gebed of daadwerkelijk, en ons te helpen om deze
internet activiteit levend te houden! Alvast bedankt voor uw
steun! Indien u ons financieel wenst te
ondersteunen kan dit door een bijdrage over te maken op bankrekening
53.20.57.678 ten name van "Faith Evangelistic Assn." te Rotterdam onder
vermelding van bijv. "Dagelijks Brood" - Indien u wilt helpen om het
restbedrag van de nieuwe computer te voldoen zet u dan svp het woord
"computer" bij uw overmaking |
| Het Woord | Index | Dag.Br | Oktober | Totaal |