dinsdag 23 augustus 2005 9:44

Beste Broeder /
Zuster,
het onderwerp voor vandaag is:
Dienen vanuit liefde
|
Laten we de Bijbel openen en een stukje lezen. Vandaag: Lucas 8:1-3 en Mattheüs 25:31-46 Lucas 8:1-3 1 En het geschiedde kort daarna, dat Hij van stad tot stad en van
dorp tot dorp trok, verkondigende het evangelie van het Koninkrijk Gods,
en de twaalven met Hem, 2 en enige vrouwen, die genezen waren van boze geesten en van
ziekten: Maria, met de bijnaam: van Magdala, van wie zeven boze geesten
uitgegaan waren, 3 en Johanna, de vrouw van Chusas, de rentmeester van Herodes, en
Susanna en vele andere, die hen dienden met hetgeen zij
bezaten. Mattheüs
25:31-46
31 Wanneer dan de Zoon des mensen komt in zijn heerlijkheid en al
de engelen met Hem, dan zal Hij plaats nemen op de troon zijner
heerlijkheid. 32 En al de volken zullen voor Hem verzameld worden, en
Hij zal ze van elkander scheiden, zoals de herder de
schapen scheidt van de bokken, 33 en Hij zal de schapen zetten aan zijn rechterhand en de bokken
aan zijn linkerhand. 34 Dan zal de Koning tot hen, die aan zijn rechterhand zijn,
zeggen: Komt, gij gezegenden mijns Vaders, beerft het
Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld af.
35 Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten
gegeven. Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij te
drinken gegeven, Ik ben een vreemdeling geweest en
gij hebt Mij gehuisvest, 36 naakt en gij hebt Mij gekleed, ziek en
gij hebt Mij bezocht; Ik ben in de gevangenis geweest
en gij zijt tot Mij gekomen. 37 Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende: Here,
wanneer hebben wij U hongerig gezien en hebben wij U gevoed, of dorstig en
hebben wij U te drinken gegeven? 38 Wanneer hebben wij U als vreemdeling gezien en hebben U
gehuisvest, of naakt, en hebben U gekleed? 39 Wanneer hebben wij U ziek of in de gevangenis gezien en zijn tot
U gekomen? 40 En de Koning zal hun antwoorden en zeggen: Voorwaar,
Ik zeg u, in zoverre gij dit aan een van deze mijn minste broeders hebt
gedaan, hebt gij het Mij gedaan. 41 Dan zal Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn, zeggen:
Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat
voor de duivel en zijn engelen bereid is. 42 Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij
niet te eten gegeven, Ik heb dorst geleden en gij
hebt Mij niet te drinken gegeven; 43 Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij
niet gehuisvest, naakt en gij hebt Mij
niet gekleed, ziek en in de gevangenis en gij hebt
Mij niet bezocht. 44 Dan zullen ook zij Hem antwoorden en zeggen: Heer, wanneer
hebben wij U hongerig gezien, of dorstig, of als vreemdeling, of naakt of
ziek, of in de gevangenis, en hebben wij U niet gediend? 45 Dan zal Hij hun antwoorden en zeggen: Voorwaar, Ik zeg
u, in zoverre gij dit aan een van deze minsten niet gedaan hebt,
hebt gij het ook aan Mij niet gedaan. 46 En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar
de rechtvaardigen naar het eeuwige leven. Beste broeder / zuster, Onze Heer was onvermoeibaar als het ging om goede werken te doen, en dit ongeacht de ontvangst die Hij kreeg (Luk.8:1). Het ongeloof van de mensen weerhield Hem er niet van Zijn werk voort te zetten. Hij was altijd bezig in de dingen van Zijn Vader. Tijdens Zijn korte bediening verzette Hij heel veel werk. Laten wij die ons christenen of volgelingen van hem noemen, die naam ook waard zijn en hier een voorbeeld aan nemen en hard werken zolang het nog dag is en wij leven om weldaden te doen (1Joh.2:6). Laten we onze tijd toch goed gebruiken! Er zijn maar heel weinig mensen die er enig idee van hebben wat er allemaal in twaalf uur gedaan kan worden, zolang men zich bij zijn werk houdt en de tijd niet verdoet met lanterfanten, luieren en beuzelarijen. Er is nog maar heel weinig tijd, en het beangst me soms te zien dat satan daar kennelijk (zie de krant er maar op na!) meer van doordrongen is dan vele van Zijn volgelingen. In de toekomende wereld zullen er & geen onwetende mensen meer zijn die nog onderwezen moeten worden, & geen rouwenden meer die nog getroost moeten worden, & geen geestelijke duisternis meer die om verlichting vraagt, & geen nood meer die gelenigd moet worden, & geen pijn meer, die verzacht moet worden, en & geen verdriet meer dat verzachting behoeft. Nog iedere dag komen er zielen om die mogelijk gered hadden kunnen worden, als wij maar wat meer liefde voor onze Heiland hadden gehad. Maar helaas worden de voetbal wedstrijd, het Tv-programma, onze hobby, onze nieuwe auto, of de promotiekansen op het werk als veel belangrijker ingeschat, immers waarom zouden we dat anders voorrang verlenen boven het bestuderen van Zijn Woord en het getuigen ervan tot de mensen om ons heen? En ondertussen vliegt de tijd! Wij zien de macht van Gods genade en de dwingende invloed van de liefde van Christus in deze vrouwen. We kunnen ons goed voorstellen aan wat voor moeilijkheden deze heilige vrouwen het hoofd moesten bieden om discipelen van Christus te worden: w de minachting en hoon van de Farizeeërs jegens alle discipelen van Christus, w de harde woorden en de onheuse behandeling die iedere Joodse vrouw te beurt vielen die serieus over godsdienst nadacht. Dankbaar echter voor de zegeningen die zij van de Heer hadden ontvangen en vernieuwd door de Heilige Geest, konden zij veel verdragen, konden zij zich vastklemmen aan onze Heer Jezus en niet bezwijken. Het waren niet de vrouwen die onze Heer verraadden, Hem in de steek lieten en loochenden. w Zij weenden en klaagden bij Zijn kruisiging. w Zij stonden aan de voet van het kruis. w Zij waren als eersten bij Zijn graf. Laten alle vrouwen dit goed opmerken. Drukke moeders, de vrouwen van goddeloze mannen en de dochters van wereldse ouders moeten Christus volgen, dienen en verheerlijken. De Heer geeft zijn trouwe volgelingen werk te doen (Luk.8:3). Onze Heer die een mens was net als wij, behalve dat Hij niet heeft gezondigd, leefde uit het geloof in de voorzienigheid van Zijn vader. Hij stond het Zijn volgelingen toe Hem te dienen als teken van hun liefde en achting voor Hem. Voor de ware liefde is het een vreugde alles te geven aan de geliefde. Laten we toch beseffen dat niet alleen hetgeen we zeggen, maar vooral ook hetgeen we doen een getuigenis is voor de wereld. Wij laten immers door onze leefwijze voortdurend zien of wij de Christus liefhebben of de wereld. Wanneer wij de minste van de volgelingen van de Christus dienen, dan dienen wij daarmee ook de Christus. |
|
Deel dit goede nieuws met anderen! Stuur het door aan een vriend die er mee geholpen kan zijn! |
|
Contact
.
Wanneer u ons wilt schrijven, gebruik dan NIET de reply- of
antwoord knop. U stuurt uw bericht dan nl. terug naar een programma voor
aan en afmeldingen. Deze mail wordt automatisch verwerkt en niet door ons
gezien. |