
Beste Broeder /
Zuster,
het onderwerp voor vandaag is:
Gods aanwezigheid doet zonde voelen
Laten we de Bijbel openen en een stukje lezen. Vandaag: Lucas 5:1-11 en Jesaja 6:1-8 Lucas 5:1-11 En het geschiedde, toen de schare op Hem aandrong en naar het
woord Gods hoorde, dat Hij zelf aan de oever van het meer Gennesaret
stond, en Hij zag twee schepen aan de oever liggen. 2 De vissers waren eruit gegaan en spoelden de netten.
3
Hij ging in een van de schepen, dat van Simon, en
vroeg hem de zee in te gaan, niet ver van de oever. En Hij zette Zich
neder en leerde de scharen van het schip uit. 4 Toen Hij opgehouden had met spreken, zei Hij tot Simon: Ga naar
diep water en zet uw netten uit om te vissen. 5 En Simon antwoordde en zei: Meester, de gehele nacht door hebben
wij hard gewerkt en niets gevangen, maar op uw woord zal ik de netten
uitzetten. 6 En toen zij dit gedaan hadden, haalden zij een grote menigte
vissen binnen, en hun netten dreigden te scheuren. 7 En zij wenkten hun makkers in het andere schip, dat zij hen
zouden komen helpen. En dezen kwamen en zij vulden beide schepen, tot
zinkens toe. 8 Toen Simon Petrus dit zag, viel hij neder aan de knieën van
Jezus en zei: Ga uit van mij, want ik ben een zondig mens, Here.
9
Want verbazing had hem en allen, die bij hem
waren, aangegrepen over de vangst der vissen, welke zij gevangen hadden;
10
evenzo ook Jakobus en Johannes, de zonen van
Zebedeus, die metgezellen van Simon waren. En Jezus zeide tot Simon: Wees
niet bevreesd, van nu aan zult gij mensen vangen. 11 En zij trokken de schepen op het land en lieten alles achter en
volgden Hem.
Jesaja 6:1-8 In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Here zitten op een
hoge en verheven troon en zijn zomen vulden de tempel. 2 Serafs stonden boven Hem; ieder had zes vleugels: met twee
bedekte hij zijn aangezicht, met twee bedekte hij zijn voeten en met twee
vloog hij. 3 En de een riep de ander toe: Heilig, heilig, heilig is de HERE
der heerscharen, de ganse aarde is van zijn heerlijkheid vol.
4
En de dorpelposten beefden van het luide roepen en
het huis werd vervuld met rook. 5 Toen zei ik: Wee mij, ik ga ten onder, want ik ben een man,
onrein van lippen, en woon te midden van een volk, dat onrein van lippen
is; en mijn ogen hebben de Koning, de HERE der heerscharen, gezien.
6
Maar een der serafs vloog naar mij toe met een
gloeiende kool, die hij met een tang van het altaar genomen had;
7
hij raakte mijn mond daarmede aan en zei: Zie,
deze heeft uw lippen aangeraakt; nu is uw ongerechtigheid geweken en uw
zonde verzoend. 8 Daarop hoorde ik de stem des Heren, die zei: Wie zal Ik zenden
en wie zal voor Ons gaan? En ik zei: Hier ben ik, zend
mij. Beste broeder / zuster, Een besef van Gods aanwezigheid maakt een mens nederig en doet hem zijn eigen zondigheid voelen. De woorden van Petrus brengen dit op treffende wijze tot uiting, wanneer hij door de wonderbaarlijke visvangst ervan overtuigd raakt dat er Zich Iemand aan boord bevindt Die machtiger is dan de mens (Luk.5:8). Als wij deze woorden van Petrus overwegen moeten wij natuurlijk rekening houden met het moment waarop ze gesproken werden. Hij stond op zijn hoogst nog in de kinderschoenen wat genade betrof, zwak als hij was in geloof, ervaring en kennis. Op een later tijdstip in zijn leven zou hij ongetwijfeld hebben gezegd: "Blijf bij mij," in plaats van "Ga uit van mij". Maar toch, zelfs als we dit allemaal in aanmerking nemen, geven de woorden van Petrus precies de eerste gevoelens weer van iemand die op een moment in nauwe aanraking komt met God. Het zien van Gods grootheid en heiligheid geeft hem een diep besef van zijn eigen kleinheid en zondigheid. Net als Adam na de val, is zijn eerste gedachte om zich te verbergen. Evenals Israël vreest hij te sterven voor het aangezicht van God. r Laten wij er naar streven ieder jaar van ons leven meer en meer in te zien dat wij een middelaar nodig hebben tussen onszelf en God. r Laten wij proberen er steeds meer van overtuigd te raken, dat wij zonder een middelaar nooit rustig kunnen zijn in onze gedachten over God en dat naarmate wij God duidelijker zien, wij ons des te onbehaaglijker zullen voelen. r Maar laten wij bovenal dankbaar zijn dat wij in Jezus precies de Middelaar hebben die onze ziel nodig heeft. In de Christus mogen wij Hem kennen als een Vader Die Zich met ons verzoend heeft; buiten de Christus om is God een alles verterend vuur. Jezus houdt Petrus een machtige belofte voor Wees niet bevreesd, van nu aan zult gij mensen vangen (Luk.5:10). Deze belofte was niet alleen voor hem, maar ook voor alle trouwe dienaren van het Evangelie die in de voetstappen van de apostel wandelen. Deze belofte werd ons gegeven als een aanmoediging en als vertroosting, om oms te steunen wanneer zij overweldigd dreigen te worden door het gevoel van hun eigen zwakheid en nutteloosheid. In hun hart zijn zulke ware predikers van het Woord soms geneigd er mee op te houden en het preken te staken. Maar hier staat de belofte. Wees niet bevreesd, van nu aan zult gij mensen vangen (Luk.5:10). Laten wij bidden dat alle predikanten hetzelfde evangelie zullen preken als Petrus, en net zo’n heilig leven zullen leiden als hij. Want alleen zulke predikanten zullen succesvolle vissers blijken te zijn. |
|
Deel dit goede nieuws met anderen! Stuur het door aan een vriend die er mee geholpen kan zijn! |
|
Contact
.
Wanneer u ons wilt schrijven, gebruik dan NIET de reply- of
antwoord knop. U stuurt uw bericht dan nl. terug naar een programma voor
aan en afmeldingen. Deze mail wordt automatisch verwerkt en niet door ons
gezien. |