|
Ik haalde al eens
eerder aan hoe sterk men de neiging heeft om allerlei lijden in de
wereld, van volken en van van minderheden zomaar naast het kruis
van de Here Jezus te plaatsen en dat dit het grote risico in zich
bergt dat men voorbijgaat aan het feit dat Zijn lijden zo
volstrekt uniek is geweest.
Het is al weer wat jaren geleden dat de KRO een film uitzond over
het leven van pater Titus Brandsma, de man die in 1942 in Dachau
om het leven werd gebracht. De film is aangrijpend, en het kijken
waard, maar waarom zond men deze nu uitgerekend uit op de avond
van Goede Vrijdag? Zo werd door velen toch weer vergeten hoe
onvergelijkbaar het lijden van onze Heer is geweest.
Wat komt dat ook sterk uit in zijn op één na laatste kruiswoord:
Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest. Wij gebruiken deze
woorden nog al eens in de omgeving van de dood. Polycarpus, de
bisschop van Smyrna, moet ze gebruikt hebben bij zijn sterven en
ook Luther deed dat.
Stervensbereid?
De Heiland citeert hier (Ps.31:6), maar wat is het verrassend te
ontdekken dat dit geen psalm is van een man die stervensbereid
is. Integendeel: Hij heeft het vreselijk benauwd onder de
plagerijen van zijn vijanden, maar temidden van zijn zoveel
bedreigends zegt hij: Bij U schuil ik (Ps.32:2). Wanneer je mensen
tijdens een bombardement naar de schuilkelders ziet rennen is
één ding heel duidelijk: die willen hun leven behouden. In dat
zelfde kader van een hardnekkige strijd om het leven te behouden,
staat dit woord: In uw handen beveel ik mijn geest.
De dichter ziet om zich heen de grijpende, klauwende en stompende
handen van de vijand en temidden daarvan zoekt hij naar een plek
waar hij zijn leven veilig kan stellen. Hij weet zo’n plek: Gods
handen. En hij weet: wanneer ik daar mijn leven neer kan leggen is
het veilig.
Jammer van dat woord ‘bevelen’ dat een beetje in de buurt komt
van ‘aanbevelen’. Je zou moeten zeggen - en ik heb dan geen
mooie maar wel een rake vertaling - "Vader, in uw handen leg
ik mijn leven". Je hebt wat veel geld in huis en je brengt
het naar de bank. Daar deponeer je het: wilt u dit voor mij
bewaren, ik kom het weer terughalen wanneer de tijd daar is.
Hoe ver we met deze woorden uit de buurt van stervensbereidheid
zijn, blijkt ook uit het feit dat de rabbijnen deze woorden later
hebben opgenomen in een kinderavondgebed. Kinderen, moegespeeld,
maar niet levensmoe, leren ‘s avonds te bidden: "In uw
handen beveel ik mijn leven". "Ik ga slapen, ik ben moe
... Here houd ook deze nacht over mij getrouw de wacht"
Dat heeft de Here Jezus, samen met alle kinderen van zijn volk
gebeden: In uw handen beveel Ik mijn geest. Ik ga slapen,
Ik ben moe ... Here houdt ook deze ene nacht van mijn dood over
mij getrouw de wacht.
Het hoofd opgeheven
Christus is niet voor ons gesneuveld. Hij is niet gevallen in
de strijd om een betere wereld. Hij heeft aan het kruis het hoofd
opgeheven en het met luider stem geroepen. Hij riep het zo luid
dat zij die van verre stonden, Maria, Suzanna, Jakobus en Johannes
het konden horen en weten: dit zijn geen nauwelijks verstaanbare
woorden van een stervende.
Zouden ze het toen begrepen hebben
wat Hij bedoelde, toen Hij over Zijn leven zei: Niemand
ontneemt het Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af. Ik heb macht het
af te leggen en macht het weder te nemen (Joh.10:18).
Wanneer wij sterven is het zo dat wij het leven niet langer
kunnen vasthouden. Het glijdt ons uit de vingers. Maar de Heer
gééft zijn leven, heel koninklijk, met luider stem, in de kracht
van zijn leven.
Daarin is Hij anders geweest dan allen die vandaag het leven laten
in de strijd om een betere wereld. Ik ben wel eens bang dat wij
tekortschieten in onze bewondering voor de velen die nu opstandig
zijn en hun leven wagen voor wat recht en vrijheid, maar ik zeg er
dit bij: al ben je nog zo bewogen om het onrecht en de
verdrukking: je leven geven voor de ander kun je niet. Jawel, je
kunt je leven wel laten, je kunt je leven wel verliezen, maar niet
in de plaats van die ander.
Misschien moeten we ons als
christenen ook een beetje matigen in onze passiemuziek en onze
lijdensliederen. Hij wordt daarin zo vaak afgeschilderd als een
meelijwekkend figuur. Menig traantje wordt in de lijdensweken en
paasdagen weg gepinkt, maar helaas zijn dat tranen om de pijn de
Hij leed, en niet om de zonden die wij doen, waardoor Hij die pijn
moest ondergaan.
Ook Jezus zei: "Dochters van Jeruzalem, weent niet over
Mij, maar weent over uzelf en over uw kinderen"
(Luk.23:28)
Hij was niet een verliezer, maar de winnaar, die het met luide
stem, en opgeheven hoofd uitriep. Dit is niet bedoeld om bij ons
medelijden en tranen op te wekken.
Kunnen we met dit woord nog iets bij het sterven?
Misschien is het goed om te horen hoe Stefanus het gebruikte
onder een regen van stenen: "Here Jezus, ontvang mijn
geest". Dat woord blijft tot onze beschikking, tot aan
onze dood.
Bron: J.
Kranenburg
|