|
Vandaag wil ik stilstaan bij een zeer belangrijk onderwerp in
de Schrift en ik vraag dan ook uw volle aandacht. Het is een
veel omvattend onderwerp met vele facetten. Daar we al enige
tijd van de moedermelk af zijn, heb ik het volste vertrouwen,
dat we wel enig vast voedsel kunnen verdragen.
Ik kan me
voorstellen, dat de zusters onder ons, even vreemd aankijken
tegen dit "Zoonschap" en zich afvragen hoe dat in hen werkt.
Allereerst wil ik u dan ook zeggen: "U hoort er helemaal bij".
Het heeft ook helemaal met u te maken.
In 2Cor.6:18 wordt dit
nog eens benadrukt: "Ik zal u aannemen en Ik zal u tot een Vader
zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Here, de
Almachtige". Als God dit zelf zegt als onze Vader, is daar
weinig tegen in te brengen. Door deze uitspraak wil God in Zijn
grote liefde, alle zusters volkomen betrekken in het
verlossingswerk.
Toch is hiermede het mysterie en alle vragen
rondom de verhouding van man en vrouw in het Koninkrijk Gods
niet opgelost. Ik word er toe geleid hier enkele kanttekeningen
bij te maken, zodat we ten volle kunnen ingaan op ons aller
Zoonschap in Christus.
In Genesis vinden we, dat God de mens
schiep naar Zijn beeld en Zijn gelijkenis. Hij werd geformeerd
uit het stof der aarde naar zijn lichamelijkheid. God is geest
en we moeten de gelijkenis naar Gods beeld dan ook niet zo zeer
zoeken in zijn lichamelijke toestand. Het gaat niet om een
biologische gelijkenis, maar om een geestelijke.
Nadat het
lichaam geformeerd is, buigt God zich dan ook over de mens Adam
heen en blaast Zijn Geest in hem. Adam wordt dan ook de aardse
zoon van God genoemd. Er wordt nog niet specifiek gesproken over
mannelijk of vrouwelijk!
God beeft een zoon geschapen op aarde
naar Zijn beeld en gelijkenis. De zoon krijgt een plaats in de
Hof van Eden, ontvangt verantwoordelijkheden en taken,
rechtstreeks uit de handen van God, zonder dat hij ooit een
vrouw had gezien!
God maakte hem tot het hoofd van de schepping
om in Zijn plaats als hoofd en als zoon op te treden. Wanneer
het later fout gaat en de zonde doorbreekt, waarbij Eva een
belangrijke rol speelt, is het toch Adam die verantwoordelijk
wordt gesteld als beelddrager van God. Wat leert ons dit
ontegenzeggelijk?
De eerste uitdrukking van Gods wezen in de
lichamelijkheid was mannelijk. Ook had God zich reeds eerder
uitgedrukt in een persoon, n.l. de eeuwige Zoon, nu bekend als
onze Here Jezus Christus. De engelen, die God later schiep,
worden ook zonen van God genoemd en we lezen niet over
vrouwelijke engelen.
(Natuurlijk zijn hier op aarde wel vrouwen
als 'engelen', maar dat is weer wat anders!)
In de geschiedenis
van de schepping ontdekken we in de biologische wereld voor het
eerst een onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk. In de
plantenwereld en in de dierenwereld. Dit onderscheid, deze
variatie in al zijn veelkleurige schakeringen is dus duidelijk
ontsproten aan het brein van onze Schepper.
Wanneer u zich
verdiept in de schoonheid van de schepping... al die
verschillende levensvormen, mannelijk en vrouwelijk in al hun
variaties, dan beseft u dat God er van genoten heeft. U vindt
dan ook niet een minderwaardigheid van het een tegenover het
andere. Het vult elkaar op machtige wijze aan en de Heer vond zo
een weg tot een gedurige vermenigvuldiging van het door Hem
geschapene... Op de aarde, in de zee, in de dampkring rondom de
aarde.... alleen .... niet in de hemelen, niet in de
onzienlijke, geestelijke wereld.
In de hemel geen moeder, wel
een Vader, wel engelen als zonen, maar niet als dochters, wel
een eeuwige Zoon, die bij de Vader speelde, maar niet een
eeuwige dochter die bij de Vader speelde. Dit is een mysterie
wat we nog niet helemaal doorgronden...
Toch laat God ook in de
biologische wereld wat levensvormen zien, waarbij
vermenigvuldiging niet plaats vindt door gemeenschap, van
mannelijk en vrouwelijk, maar waar de soort zich geheel en al
zelfstandig vermeerdert.
Het wordt nu wel duidelijk, dat de
begrippen 'mannelijk' en 'vrouwelijk' behoren tot het gebied van
deze aarde en zich afspelen op de terreinen van het lichaam en
de ziel. Eva werd uit de man genomen en het eerste getuigenis
van Adam was; nadat hij al maar bezig was geweest met al die
dieren: hier nu eindelijk iemand, die bij mij past,
"gebeente
van mijn beenderen, vlees van mijn vlees"!
Wat een ontdekking
van Adam! Alle dieren en vogels waren aan hem voorbij gegaan.
Hij had ze ingedeeld, had ze namen gegeven.... Hoelang moet hij
er niet mee bezig geweest zijn? Steeds pasten er twee bij
elkaar, maar hij vond niemand voor zichzelf!
In de hemel was dat
geen probleem! Voor God lag dat probleem er niet. Voor de
eeuwige zoon was dat probleem er niet, voor de engelen Gods was
dat probleem er niet. Maar voor Adem werd het een probleem! Het
was niet zo zeer een probleem voor zijn geest, die van God was
ingeblazen. Maar er ontstond een verlangen in zijn ziel en in
zijn lichaam. Een hunkering die hij niet kon thuisbrengen, maar
wel werd opgewekt door al die levensvormen die hij onderzocht en
classificeerde.
God kwam Adam tegemoet en gaf hem een hulp, die
bij hem paste voor zijn leven op aarde.
Denk niet te
lichtvaardig over de levensnood, die er is bij hen, die -om
welke redenen ook- alleen door het leven moeten. Daar ligt heel
wat levensstrijd en daar vloeien heel wat tranen. God schiep het
vrouwelijke uit het mannelijke. In Adam was dus beide aanwezig.
In elk mens zijn mannelijke en vrouwelijke hormonen in een
bepaalde verhouding aanwezig.
De verhouding van deze hormonen
tot elkaar bepaalt uiteindelijk het geslacht. God maakte de
vrouw uit Adam los en gaf haar een eigen leven, doch van de
beginne was het zo niet geweest, doch was mannelijk en
vrouwelijk in de mens één.
Voor vanmorgen is het voldoende te
onthouden, dat dit gescheiden geschapen is voor het leven op
aarde. Wanneer Jezus spreekt over de opstanding, zegt Hij:
Daar
zullen zij niet huwen of ten huwelijk gegeven worden, doch zijn
als de engelen. (Matth.22:23).
Kan het nog duidelijker worden
gezegd? In de opstanding zal het biologisch verschil tussen man
en vrouw niet meer bestaan. Zolang we hier op aarde zijn, zijn
daar uiteraard nog de aardse verhoudingen aanwezig. In het
huwelijk, in de maatschappij en ook in de gemeente. Het Nieuwe
Testament spreekt daar duidelijk over en behandelt daar ook de
gezagskwesties. Nimmer is er sprake van "meer" of "minder", maar
wel geheel anders, met verscheidene verantwoordelijkheden en
taken. Als we deze dingen werkelijk verstaan, dan kunnen we ons
nu tot het geestelijke richten en dat beter onderkennen.
We
zagen reeds eerder, dat God de Vader in onze geest nieuw
goddelijk leven heeft verwekt. Hij is VADER DER GEESTEN, staat
geschreven in Hebr.12. Of we nu man of vrouw zijn, broeder of
zuster, in ons aller geest is het mannelijk leven van de Zoon
Verwekt! In Gal.3:28 staat geschreven:
In Christus is noch man, noch vrouw.
In Christus gaat het om het nieuwe leven in ons. Dat
is geestelijk, boven-natuurlijk leven. Dat is bestemd voor de
eeuwigheid. Dat is niet te beperken tot onze aardse begrippen,
die gebonden zijn aan onze lichamelijke en culturele
begrenzingen. Dat gaat er ver bovenuit.
Dat wil niet zeggen, dat
we in deze aardse bedeling alle begrenzingen al van ons af
kunnen schudden. Ze hebben nog hun functie en plaats hier
beneden. Maar met onze Geestelijke ogen zien we over de
beperkingen heen!
We zien in de geest zowel in de broeder als in
de zuster de glorie van het Zoonschap oprijzen. We zien reeds de
volle mannelijke rijpheid van de gestalte van Christus in man en
vrouw doorbreken.
We zien reeds de opstanding der Zonen Gods..
Zijn we al niet met Hem opgewekt? Zitten we al niet met Hem aan
de rechterhand des Vaders? (Efez.2:6) Ziet u reeds in uw
medebroeder het Zoonschap? Ziet u ook in uw medezuster het beeld
van het Zoonschap?
Zo ja, dan is het ons duidelijk waar we nu
eigenlijk over spreken. Het geheim van machtig gebruikte vrouwen
is, dat in hen het zoonschap van Christus als teken de aardse
begrenzingen doorbreekt.
Laten we ons dan nu richten tot de
zegen en het voorrecht van het Zoonschap zelf. De aanneming tot
zonen Wat wil de Heilige Geest hiermee zeggen? De uitdrukking
"aanneming" of "adoptie" in oude tijden was niet als in onze
tijd.
Ik zou 2 kanten willen belichten. Van joodse zijde, de
aanneming tot 'zoon der wet' op 13 jarige leeftijd. De zoon als
kind, onvolwassen, nog onmondig, die door de ceremonie in de
tempel of synagoge tot een volwassen zoon wordt verklaard. Bij
elke joodse jongen het grootste moment in zijn leven! Geestelijk
naar ons overgebracht, betekent het, dat bij de wedergeboorte
het kindschap Gods in ons is verwekt door onvergankelijk zaad,
maar dat er ook een groei is naar de volwassenheid van het
Zoonschap.
Wanneer Paulus spreekt over de aanneming; tot zonen
wordt een woord gebruikt, dat geldt voor, 'volwassen zonen'. Dit
sluit ook aan bij de Hebreeën brief, waar in het 12e hoofdstuk
wordt gesproken over de opvoeding tot zonen! Hier wordt een
vergelijking getroffen tussen de hemelse Vader en de aardse
vader. De aardse vader kastijdt zijn kinderen om hen tot goede
zonen op te voeden...
Het grondwoord voor kastijding kan
vertaald worden voor 'opvoeding', 'tuchtiging' of 'training'. De
volgende tekst spreekt dan voor zichzelf; Want wie Hij lief
heeft, tuchtigt de Here en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij
aanneemt" (Hebr.12:6). Niet de zuigeling valt zo zeer onder de
tucht en opvoeding, maar met het toenemen van de groei, neemt
ook de opvoeding en training toe.
In Hebr. 12:10 lees ik, dat
onze aardse vaders naar beste weten ons getuchtigd hebben, maar
dat God, onze Hemelse Vader, ons opvoedt, beproeft, tuchtigt,
tot ons nut, opdat wij deel zouden krijgen aan Zijn HEILIGHEID!
Dat vraagt tenvolle onze aandacht! We zijn wederomgeboren... in
ons is goddelijk volmaakt leven verwekt en toch blijkt er groei
en opvoedingsmaatregelen nodig te zijn om er DEEL aan te gaan
krijgen! Is dat niet ongerijmd en tegenstrijdig? Nu lijkt de
Bijbel wel vol tegenstrijdigheden te zitten, maar dat is maar
schijn. De Schrift is een 'geestelijk' BOEK, dat geestelijk
verstaan moet worden. De geestelijke dingen zijn voor de
natuurlijke mens een dwaasheid, maar de geestelijke mens
onderscheidt en verstaat de dingen van de Geest
(1Cor.2) De
Bijbel is een Openbaringsboek. Zijn volmaakt plan vanaf het
begin tot aan het eind is er in vervat. God ziet het einde in
het begin (Jes.46.10) Dat geldt voor het grote kosmische plan,
dat geldt óók voor ons persoonlijke leven.
Nu laat God ons in de
Bijbel Zijn plan en bestek steeds van verschillende invalshoeken
zien, van verschillende niveaus, van verschillende tijden. In de
'geest' mag je als het ware met God meekijken. In de ene tekst
zie je het begin, dan het heden, dan weer de toekomst. Dan zie
je een stukje ongevormd leven en de heer zegt: dat ben jij in je
onbekeerde staat, het volgende moment zie je een heilige en een
erfgenaam op de troon en zegt de heer: dat ben jij aan het einde
als ik met je klaar ben!
Maar ook alle tussenliggende fasen kom
je in het Woord tegen. Voor ons lijkt het vaak door elkaar te
lopen, kind en zoon, zondaar en heilige, gebondene en vrije, in
de woestijn en in het beloofde land, met Hem aan het kruis en
met Hem op de troon...
We kennen van alles wat, soms gaan we
door fasen heen, die we al eerder hebben gehad, voor het
natuurlijk oog kan het alles zeer verwarrend zijn, maar onthoud
en houd vast: God is met u bezig. Er zit lijn in. U wordt
gevormd door omstandigheden en door mensen.
De Heer is bezig met
Zijn opvoeding tot uw zoonschap. Wat in u verwekt is, is
kostbaar. Hij is bezig Zijn afdruk in u te maken. Dank God voor
de man of vrouw waar u het moeilijk mee heeft. Dank God voor de
omstandigheden, die tegen zijn. Zij zijn kostbaar voor uw
vorming!
Willen wij doorgaan tot het volwassen ZOONSCHAP? Aan
ons is de keuze. Uw wil speelt hierin een sleutelrol! Wie de
juiste keuze doet, mag rekenen op de volle medewerking van de
Heer! We zagen hoe de Geest 'geestelijke' waarheden van
verschillende invalshoeken en niveaus belicht. Zo is het ook met
het zoonschap.
We komen het tegen in zijn prilste staat bij de
wedergeboorte, we komen het tegen in zijn ontwikkeling, we
ontmoeten het bij de aanneming tot volwassen zonen hier beneden,
we krijgen ook het uitzicht tot de volkomen staat en de totale
openbaring in de toekomende eeuw, als erfgenamen Gods
mederegerend op de troon!
Wat zijn we toch ontzaggelijk rijk!
Wat een roeping hebben we ontvangen! Maar ook... wat wordt er
vaak onder de maat geleefd... wat is er veel geestelijke
armoede.
Bij het zoonschap hoort ook de erfenis. Maar dan wordt
het wel even belangrijk wie je vader is! De erfenis van een
eenvoudige arbeider voor zijn zoon is een andere dan die van een
rijke vorst. Wie is onze VADER? Wie heeft ons als zoon
aangenomen? Dat woordje 'aanneming' begint me wat te intrigeren.
In dat woord zit een KEUZE. Bij een geboorte zou je je nog
kunnen afvragen of het wel gewenst was. Was het wel gewild, was
het niet een ongewenste zwangerschap en geboorte? Maar hij
aanneming ligt een heel bewuste keuze van degene, die aanneemt.
"God heeft mij aangenomen als een zoon". Durft u dat nu zo te
zeggen?
God heeft heel bewust Zijn hand op uw leven gelegd en
gezegd: je bent van Mij; Ik neem je aan. Ik accepteer je. Ik ga
een volwassen zoon van je maken en je zult Mijn erfgenaam zijn.
Je zult met Mij mee regeren in mijn Koninkrijk.
Aanneming tot
zoon was ook een gebruik onder de Romeinen en ook dat zal bij Paulus een rol hebben gespeeld. Velen van u hebben mogelijk de
film van Ben-Hur gezien. Ben-Hur was een slaaf, die door een
zeer belangrijk romein als zoon werd aangenomen en daardoor zijn
vrijheid kreeg, maar ook de volle rechten, gezag en rijkdom van
zijn 'vader'.
We kunnen ook denken aan een andere zoon uit een
gelijkenis, die Jezus vertelde.(Luc.15) De verloren zoon, die
alles verspeeld had. Zijn hele erfenis er door heen gejaagd had.
Eigenlijk geen enkel recht meer had op enig zoonschap en
erfenis. Volkomen op zichzelf was teruggeworpen, met zijn rug
helemaal tegen de muur stond... Hij was geboren als zoon en toch
geen enkel recht meer... Dan komt er een besluit:
Ik zal opstaan
en tot mijn vader gaan.
Onderschat niet de waarde van een goed
besluit. De zoon nam een besluit naar de Vader toe! Hij had de
Vader verloochend, eigenlijk de Vader afgedankt, het leven in
eigen hand genomen, maar door het besluit op te staan, herstelde
hij de Vader in zijn rechten. God kwam in Christus tot het
zijne.... en zovelen Hem hebben aangenomen, die heeft Hij macht
gegeven om Kinderen Gods te worden
(Joh.1:12).
Door het geloof
wordt Jezus aangenomen als Verlosser en God. Aangenomen en
hersteld in Zijn rechten als VADER. Dan is er ook een aanneming
tot zonen van Vaderszijde! Dan is er geestelijke vreugde in het
huis van de Vader. Dan juichen de engelen om het hardst.
Leest u
in dat licht nog eens de geschiedenis van de Verloren Zoon, die
weer thuis kwam... De vader wachtte op hem met geopende armen en
herstelde hem in de volle rechten van het zoonschap. Nieuwe
kleding, de zegelring om, weer in rechte en gezag te kunnen
handelen. Kunt u zich met deze geschiedenis identificeren? Hebt
U God reeds de rechten van VADER gegeven in uw leven? Bent u
zich bewust van de genade en roeping die er is in het zoonschap
van de levende en Almachtige God? VERBLIJDT U BROEDERS EN
ZUSTERS IN DE HERE... VERBLIJDT U IN DE VERWACHTING VAN UW
ROEPING!
|