Klik hier om onze site "Het Woord" te openen indien u alleen deze pagina zietGalaten 3:26

 

Galaten 3:26

Want gij zijt allen zonen van God door het geloof in Christus Jezus

 

Achtergrond informatie

 

 
De aanneming tot het zoonschap

Vandaag wil ik stilstaan bij een zeer belangrijk onderwerp in de Schrift en ik vraag dan ook uw volle aandacht. Het is een veel omvattend onderwerp met vele facetten. Daar we al enige tijd van de moedermelk af zijn, heb ik het volste vertrouwen, dat we wel enig vast voedsel kunnen verdragen.

Ik kan me voorstellen, dat de zusters onder ons, even vreemd aankijken tegen dit "Zoonschap" en zich afvragen hoe dat in hen werkt. Allereerst wil ik u dan ook zeggen: "U hoort er helemaal bij". Het heeft ook helemaal met u te maken.

In 2Cor.6:18 wordt dit nog eens benadrukt: "Ik zal u aannemen en Ik zal u tot een Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Here, de Almachtige". Als God dit zelf zegt als onze Vader, is daar weinig tegen in te brengen. Door deze uitspraak wil God in Zijn grote liefde, alle zusters volkomen betrekken in het verlossingswerk.

Toch is hiermede het mysterie en alle vragen rondom de verhouding van man en vrouw in het Koninkrijk Gods niet opgelost. Ik word er toe geleid hier enkele kanttekeningen bij te maken, zodat we ten volle kunnen ingaan op ons aller Zoonschap in Christus.

In Genesis vinden we, dat God de mens schiep naar Zijn beeld en Zijn gelijkenis. Hij werd geformeerd uit het stof der aarde naar zijn lichamelijkheid. God is geest en we moeten de gelijkenis naar Gods beeld dan ook niet zo zeer zoeken in zijn lichamelijke toestand. Het gaat niet om een biologische gelijkenis, maar om een geestelijke.
Nadat het lichaam geformeerd is, buigt God zich dan ook over de mens Adam heen en blaast Zijn Geest in hem. Adam wordt dan ook de aardse zoon van God genoemd. Er wordt nog niet specifiek gesproken over mannelijk of vrouwelijk!
God beeft een zoon geschapen op aarde naar Zijn beeld en gelijkenis. De zoon krijgt een plaats in de Hof van Eden, ontvangt verantwoordelijkheden en taken, rechtstreeks uit de handen van God, zonder dat hij ooit een vrouw had gezien!

God maakte hem tot het hoofd van de schepping om in Zijn plaats als hoofd en als zoon op te treden. Wanneer het later fout gaat en de zonde doorbreekt, waarbij Eva een belangrijke rol speelt, is het toch Adam die verantwoordelijk wordt gesteld als beelddrager van God. Wat leert ons dit ontegenzeggelijk?

De eerste uitdrukking van Gods wezen in de lichamelijkheid was mannelijk. Ook had God zich reeds eerder uitgedrukt in een persoon, n.l. de eeuwige Zoon, nu bekend als onze Here Jezus Christus. De engelen, die God later schiep, worden ook zonen van God genoemd en we lezen niet over vrouwelijke engelen. (Natuurlijk zijn hier op aarde wel vrouwen als 'engelen', maar dat is weer wat anders!)

In de geschiedenis van de schepping ontdekken we in de biologische wereld voor het eerst een onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk. In de plantenwereld en in de dierenwereld. Dit onderscheid, deze variatie in al zijn veelkleurige schakeringen is dus duidelijk ontsproten aan het brein van onze Schepper.
Wanneer u zich verdiept in de schoonheid van de schepping... al die verschillende levensvormen, mannelijk en vrouwelijk in al hun variaties, dan beseft u dat God er van genoten heeft. U vindt dan ook niet een minderwaardigheid van het een tegenover het andere. Het vult elkaar op machtige wijze aan en de Heer vond zo een weg tot een gedurige vermenigvuldiging van het door Hem geschapene... Op de aarde, in de zee, in de dampkring rondom de aarde.... alleen .... niet in de hemelen, niet in de onzienlijke, geestelijke wereld.

In de hemel geen moeder, wel een Vader, wel engelen als zonen, maar niet als dochters, wel een eeuwige Zoon, die bij de Vader speelde, maar niet een eeuwige dochter die bij de Vader speelde. Dit is een mysterie wat we nog niet helemaal doorgronden...
Toch laat God ook in de biologische wereld wat levensvormen zien, waarbij vermenigvuldiging niet plaats vindt door gemeenschap, van mannelijk en vrouwelijk, maar waar de soort zich geheel en al zelfstandig vermeerdert.

Het wordt nu wel duidelijk, dat de begrippen 'mannelijk' en 'vrouwelijk' behoren tot het gebied van deze aarde en zich afspelen op de terreinen van het lichaam en de ziel. Eva werd uit de man genomen en het eerste getuigenis van Adam was; nadat hij al maar bezig was geweest met al die dieren: hier nu eindelijk iemand, die bij mij past, "gebeente van mijn beenderen, vlees van mijn vlees"!
Wat een ontdekking van Adam! Alle dieren en vogels waren aan hem voorbij gegaan. Hij had ze ingedeeld, had ze namen gegeven.... Hoelang moet hij er niet mee bezig geweest zijn? Steeds pasten er twee bij elkaar, maar hij vond niemand voor zichzelf!
In de hemel was dat geen probleem! Voor God lag dat probleem er niet. Voor de eeuwige zoon was dat probleem er niet, voor de engelen Gods was dat probleem er niet. Maar voor Adem werd het een probleem! Het was niet zo zeer een probleem voor zijn geest, die van God was ingeblazen. Maar er ontstond een verlangen in zijn ziel en in zijn lichaam. Een hunkering die hij niet kon thuisbrengen, maar wel werd opgewekt door al die levensvormen die hij onderzocht en classificeerde.
God kwam Adam tegemoet en gaf hem een hulp, die bij hem paste voor zijn leven op aarde.

Denk niet te lichtvaardig over de levensnood, die er is bij hen, die -om welke redenen ook- alleen door het leven moeten. Daar ligt heel wat levensstrijd en daar vloeien heel wat tranen. God schiep het vrouwelijke uit het mannelijke. In Adam was dus beide aanwezig. In elk mens zijn mannelijke en vrouwelijke hormonen in een bepaalde verhouding aanwezig.

De verhouding van deze hormonen tot elkaar bepaalt uiteindelijk het geslacht. God maakte de vrouw uit Adam los en gaf haar een eigen leven, doch van de beginne was het zo niet geweest, doch was mannelijk en vrouwelijk in de mens één.

Voor vanmorgen is het voldoende te onthouden, dat dit gescheiden geschapen is voor het leven op aarde. Wanneer Jezus spreekt over de opstanding, zegt Hij: Daar zullen zij niet huwen of ten huwelijk gegeven worden, doch zijn als de engelen. (Matth.22:23).

Kan het nog duidelijker worden gezegd? In de opstanding zal het biologisch verschil tussen man en vrouw niet meer bestaan. Zolang we hier op aarde zijn, zijn daar uiteraard nog de aardse verhoudingen aanwezig. In het huwelijk, in de maatschappij en ook in de gemeente. Het Nieuwe Testament spreekt daar duidelijk over en behandelt daar ook de gezagskwesties. Nimmer is er sprake van "meer" of "minder", maar wel geheel anders, met verscheidene verantwoordelijkheden en taken. Als we deze dingen werkelijk verstaan, dan kunnen we ons nu tot het geestelijke richten en dat beter onderkennen.

We zagen reeds eerder, dat God de Vader in onze geest nieuw goddelijk leven heeft verwekt. Hij is VADER DER GEESTEN, staat geschreven in Hebr.12. Of we nu man of vrouw zijn, broeder of zuster, in ons aller geest is het mannelijk leven van de Zoon Verwekt! In Gal.3:28 staat geschreven: In Christus is noch man, noch vrouw.

In Christus gaat het om het nieuwe leven in ons. Dat is geestelijk, boven-natuurlijk leven. Dat is bestemd voor de eeuwigheid. Dat is niet te beperken tot onze aardse begrippen, die gebonden zijn aan onze lichamelijke en culturele begrenzingen. Dat gaat er ver bovenuit.
Dat wil niet zeggen, dat we in deze aardse bedeling alle begrenzingen al van ons af kunnen schudden. Ze hebben nog hun functie en plaats hier beneden. Maar met onze Geestelijke ogen zien we over de beperkingen heen!

We zien in de geest zowel in de broeder als in de zuster de glorie van het Zoonschap oprijzen. We zien reeds de volle mannelijke rijpheid van de gestalte van Christus in man en vrouw doorbreken.
We zien reeds de opstanding der Zonen Gods..

Zijn we al niet met Hem opgewekt? Zitten we al niet met Hem aan de rechterhand des Vaders? (Efez.2:6) Ziet u reeds in uw medebroeder het Zoonschap? Ziet u ook in uw medezuster het beeld van het Zoonschap?
Zo ja, dan is het ons duidelijk waar we nu eigenlijk over spreken. Het geheim van machtig gebruikte vrouwen is, dat in hen het zoonschap van Christus als teken de aardse begrenzingen doorbreekt.

Laten we ons dan nu richten tot de zegen en het voorrecht van het Zoonschap zelf. De aanneming tot zonen Wat wil de Heilige Geest hiermee zeggen? De uitdrukking "aanneming" of "adoptie" in oude tijden was niet als in onze tijd.

Ik zou 2 kanten willen belichten. Van joodse zijde, de aanneming tot 'zoon der wet' op 13 jarige leeftijd. De zoon als kind, onvolwassen, nog onmondig, die door de ceremonie in de tempel of synagoge tot een volwassen zoon wordt verklaard. Bij elke joodse jongen het grootste moment in zijn leven! Geestelijk naar ons overgebracht, betekent het, dat bij de wedergeboorte het kindschap Gods in ons is verwekt door onvergankelijk zaad, maar dat er ook een groei is naar de volwassenheid van het Zoonschap.
Wanneer Paulus spreekt over de aanneming; tot zonen wordt een woord gebruikt, dat geldt voor, 'volwassen zonen'. Dit sluit ook aan bij de Hebreeën brief, waar in het 12e hoofdstuk wordt gesproken over de opvoeding tot zonen! Hier wordt een vergelijking getroffen tussen de hemelse Vader en de aardse vader. De aardse vader kastijdt zijn kinderen om hen tot goede zonen op te voeden...
Het grondwoord voor kastijding kan vertaald worden voor 'opvoeding', 'tuchtiging' of 'training'. De volgende tekst spreekt dan voor zichzelf; Want wie Hij lief heeft, tuchtigt de Here en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt"
(Hebr.12:6). Niet de zuigeling valt zo zeer onder de tucht en opvoeding, maar met het toenemen van de groei, neemt ook de opvoeding en training toe.
In Hebr. 12:10 lees ik, dat onze aardse vaders naar beste weten ons getuchtigd hebben, maar dat God, onze Hemelse Vader, ons opvoedt, beproeft, tuchtigt, tot ons nut, opdat wij deel zouden krijgen aan Zijn HEILIGHEID!

Dat vraagt tenvolle onze aandacht! We zijn wederomgeboren... in ons is goddelijk volmaakt leven verwekt en toch blijkt er groei en opvoedingsmaatregelen nodig te zijn om er DEEL aan te gaan krijgen! Is dat niet ongerijmd en tegenstrijdig? Nu lijkt de Bijbel wel vol tegenstrijdigheden te zitten, maar dat is maar schijn. De Schrift is een 'geestelijk' BOEK, dat geestelijk verstaan moet worden. De geestelijke dingen zijn voor de natuurlijke mens een dwaasheid, maar de geestelijke mens onderscheidt en verstaat de dingen van de Geest (1Cor.2) De Bijbel is een Openbaringsboek. Zijn volmaakt plan vanaf het begin tot aan het eind is er in vervat. God ziet het einde in het begin (Jes.46.10) Dat geldt voor het grote kosmische plan, dat geldt óók voor ons persoonlijke leven.

Nu laat God ons in de Bijbel Zijn plan en bestek steeds van verschillende invalshoeken zien, van verschillende niveaus, van verschillende tijden. In de 'geest' mag je als het ware met God meekijken. In de ene tekst zie je het begin, dan het heden, dan weer de toekomst. Dan zie je een stukje ongevormd leven en de heer zegt: dat ben jij in je onbekeerde staat, het volgende moment zie je een heilige en een erfgenaam op de troon en zegt de heer: dat ben jij aan het einde als ik met je klaar ben!

Maar ook alle tussenliggende fasen kom je in het Woord tegen. Voor ons lijkt het vaak door elkaar te lopen, kind en zoon, zondaar en heilige, gebondene en vrije, in de woestijn en in het beloofde land, met Hem aan het kruis en met Hem op de troon...

We kennen van alles wat, soms gaan we door fasen heen, die we al eerder hebben gehad, voor het natuurlijk oog kan het alles zeer verwarrend zijn, maar onthoud en houd vast: God is met u bezig. Er zit lijn in. U wordt gevormd door omstandigheden en door mensen.

De Heer is bezig met Zijn opvoeding tot uw zoonschap. Wat in u verwekt is, is kostbaar. Hij is bezig Zijn afdruk in u te maken. Dank God voor de man of vrouw waar u het moeilijk mee heeft. Dank God voor de omstandigheden, die tegen zijn. Zij zijn kostbaar voor uw vorming!

Willen wij doorgaan tot het volwassen ZOONSCHAP? Aan ons is de keuze. Uw wil speelt hierin een sleutelrol! Wie de juiste keuze doet, mag rekenen op de volle medewerking van de Heer! We zagen hoe de Geest 'geestelijke' waarheden van verschillende invalshoeken en niveaus belicht. Zo is het ook met het zoonschap.
We komen het tegen in zijn prilste staat bij de wedergeboorte, we komen het tegen in zijn ontwikkeling, we ontmoeten het bij de aanneming tot volwassen zonen hier beneden, we krijgen ook het uitzicht tot de volkomen staat en de totale openbaring in de toekomende eeuw, als erfgenamen Gods mederegerend op de troon!

Wat zijn we toch ontzaggelijk rijk! Wat een roeping hebben we ontvangen! Maar ook... wat wordt er vaak onder de maat geleefd... wat is er veel geestelijke armoede.

Bij het zoonschap hoort ook de erfenis. Maar dan wordt het wel even belangrijk wie je vader is! De erfenis van een eenvoudige arbeider voor zijn zoon is een andere dan die van een rijke vorst. Wie is onze VADER? Wie heeft ons als zoon aangenomen? Dat woordje 'aanneming' begint me wat te intrigeren.

In dat woord zit een KEUZE. Bij een geboorte zou je je nog kunnen afvragen of het wel gewenst was. Was het wel gewild, was het niet een ongewenste zwangerschap en geboorte? Maar hij aanneming ligt een heel bewuste keuze van degene, die aanneemt. "God heeft mij aangenomen als een zoon". Durft u dat nu zo te zeggen?

God heeft heel bewust Zijn hand op uw leven gelegd en gezegd: je bent van Mij; Ik neem je aan. Ik accepteer je. Ik ga een volwassen zoon van je maken en je zult Mijn erfgenaam zijn. Je zult met Mij mee regeren in mijn Koninkrijk.

Aanneming tot zoon was ook een gebruik onder de Romeinen en ook dat zal bij Paulus een rol hebben gespeeld. Velen van u hebben mogelijk de film van Ben-Hur gezien. Ben-Hur was een slaaf, die door een zeer belangrijk romein als zoon werd aangenomen en daardoor zijn vrijheid kreeg, maar ook de volle rechten, gezag en rijkdom van zijn 'vader'.

We kunnen ook denken aan een andere zoon uit een gelijkenis, die Jezus vertelde.(Luc.15) De verloren zoon, die alles verspeeld had. Zijn hele erfenis er door heen gejaagd had. Eigenlijk geen enkel recht meer had op enig zoonschap en erfenis. Volkomen op zichzelf was teruggeworpen, met zijn rug helemaal tegen de muur stond... Hij was geboren als zoon en toch geen enkel recht meer... Dan komt er een besluit: Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan.

Onderschat niet de waarde van een goed besluit. De zoon nam een besluit naar de Vader toe! Hij had de Vader verloochend, eigenlijk de Vader afgedankt, het leven in eigen hand genomen, maar door het besluit op te staan, herstelde hij de Vader in zijn rechten. God kwam in Christus tot het zijne.... en zovelen Hem hebben aangenomen, die heeft Hij macht gegeven om Kinderen Gods te worden (Joh.1:12).

Door het geloof wordt Jezus aangenomen als Verlosser en God. Aangenomen en hersteld in Zijn rechten als VADER. Dan is er ook een aanneming tot zonen van Vaderszijde! Dan is er geestelijke vreugde in het huis van de Vader. Dan juichen de engelen om het hardst.
Leest u in dat licht nog eens de geschiedenis van de Verloren Zoon, die weer thuis kwam... De vader wachtte op hem met geopende armen en herstelde hem in de volle rechten van het zoonschap. Nieuwe kleding, de zegelring om, weer in rechte en gezag te kunnen handelen. Kunt u zich met deze geschiedenis identificeren? Hebt U God reeds de rechten van VADER gegeven in uw leven? Bent u zich bewust van de genade en roeping die er is in het zoonschap van de levende en Almachtige God? VERBLIJDT U BROEDERS EN ZUSTERS IN DE HERE... VERBLIJDT U IN DE VERWACHTING VAN UW ROEPING!
 

 

.

 

 

.

 

 

 

Verwijsteksten

o Jes.46:10

o Matth.22:23

o Luk.15
o Joh.1:12

o 1Cor.2

o 2Cor.6:18
o Gal. 3:26,28; 4:1-8
o Efez.2:6

o Hebr.12:1-14, 6

 

.

 

 


Het Woord Index Bijbel Gal. Gal.3:26 Totaal