Klik hier om onze site "Het Woord" te openen indien u alleen deze pagina zietGalaten 3:9

 

Galaten 3:9

Zij, die uit het geloof zijn, worden dus gezegend tezamen met de gelovige Abraham

 

Achtergrond informatie

   

 
Het verbond met Abram

 
Lezen: Genesis 15:1-21

1 Hierna kwam het woord des HEREN tot Abram in een gezicht: Vrees niet, Abram Ik ben uw schild; uw loon zal zeer groot zijn.  2 En Abram zei: Here HERE (YHWH), wat zult Gij mij geven, daar ik kinderloos heenga en de bezitter van mijn huis, dat zal deze Damascener Eliezer zijn.  3 En Abram zei: Zie, mij hebt Gij geen nakroost gegeven, en nu moet een onderhorige mijn erfgenaam zijn.  4 En zie, het woord des HEREN kwam tot hem: Deze zal uw erfgenaam niet zijn, maar uw lijfelijke zoon, die zal uw erfgenaam zijn.  5 Toen leidde Hij hem naar buiten, en zei: Zie toch op naar de hemel en tel de sterren, indien gij ze tellen kunt; en Hij zei tot hem: Zo zal uw nageslacht zijn.  6 En hij geloofde in de HERE, en Hij rekende het hem toe als gerechtigheid.  7 En Hij zei tot hem: Ik ben de HERE, die u uit Ur der Chaldeeën heb geleid om u dit land in bezit te geven.  8 En hij zei: Here HERE (YHWH), waaraan zal ik weten, dat ik het bezitten zal?  9 En Hij zei tot hem: Haal mij een driejarige jonge koe, een driejarige geit, een driejarige ram, een tortelduif en een jonge duif.  10 Hij haalde die alle voor Hem, deelde ze middendoor en legde de stukken tegenover elkander, maar het gevogelte deelde hij niet.  11 Toen de roofvogels op de dode dieren neerstreken, joeg Abram ze weg.  12 Toen de zon op het punt stond onder te gaan, viel een diepe slaap op Abram. En zie, hem overviel een angstwekkende, dikke duisternis.  13 En Hij zei tot Abram: Weet voorzeker, dat uw nakomelingen vreemdelingen zullen zijn in een land, dat het hunne niet is, en dat zij hen dienen zullen, en dat die hen zullen verdrukken, vierhonderd jaar.  14 Doch ook het volk, dat zij zullen dienen, zal Ik richten, en daarna zullen zij met grote have uittrekken.  15 Maar gij zult in vrede tot uw vaderen gaan; gij zult in hoge ouderdom begraven worden.  16 Het vierde geslacht echter zal hierheen wederkeren, want eerder is de maat van de ongerechtigheid der Amorieten niet vol.  17 Toen de zon was ondergegaan, en er dikke duisternis was, zie, een rokende oven met een vurige fakkel, welke tussen die stukken doorging.  18 Te dien dage sloot de HERE een verbond met Abram, zeggende: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven, van de rivier van Egypte tot de grote rivier, de rivier de Eufraat:  19 De Keniet, de Kenizziet, de Kadmoniet,  20 de Hethiet, de Perizziet, de Refaieten,  21 de Amoriet, de Kanaaniet, de Girgasiet en de Jebusiet.

Abraham was waarschijnlijk al een man op hogere leeftijd, toen hij van God deze wonderlijke belofte en zegen ontving, te wonderlijk om waar te zijn!

Maar ondanks zijn hoge leeftijd durft Abraham aan deze belofte van God toch niet te twijfelen en vraagt daarom om een teken. Nu komt het verschillende malen in de Bijbel voor dat het geven van een teken gepaard gaat met het brengen van een offer, zo ook hier. Wanneer wij offeren worden wij welgevallig voor God. Een offer spreekt altijd van verzoening.
Is het niet vreemd, dat we zo vaak een teken willen hebben vanuit de hemel en dat we dit meer vragen vanuit opstandigheid en twijfel, dan vanuit een verlangen om geheel verzoend en verenigd te zijn met Hem?

Abraham, de vriend van God, haalt de gevraagde offerdieren en deelt ze middendoor, en legt de stukken vervolgens tegenover elkaar. Abraham maakt zich klaar om een verbond met God te sluiten, zoals later de Joden ook deden in Jeruzalem
(Jer.34:18).

Zal God zich zo vernederen, dat Hij een verbond zal sluiten met Zijn schepsel? Het onvoorstelbare gebeurt! God daalt neer, maar de mens is geen partij tegenover God in dit verbond. De mens slaapt en God gaat alleen tussen de stukken door in plaats van samen met Abraham. Het is alleen God die iets belooft aan Abraham en niet omgekeerd. Hoe heel anders dan de verbondssluiting bij de Sinaï; daar stelde God voorwaarden. Maar dat verbond was maar toegevoegd, totdat Jezus kwam. En door Jezus zijn wij, als we geloven als Abraham, geheel betrokken bij het verbond dat God met abraham sloot.
 

 

.

 

 

.

 

 

 

Verwijsteksten

o Gen.15:1
o Jer.34:18

 

.

 

 


Het Woord Index Bijbel Gal. Gal.3:9 Totaal