Lezen: 2
Koningen 4:1-7
1 Een
van de vrouwen der profeten riep tot Elisa om hulp en zeide: Uw
knecht, mijn man, is gestorven, en gij weet zelf, dat uw knecht
de HERE vreesde. En nu is de schuldeiser gekomen om mijn beide
kinderen als slaven voor zich weg te halen. 2 En Elisa
vroeg haar: Wat kan ik voor u doen? Vertel mij, wat gij in uw
huis hebt. En zij antwoordde: Uw dienstmaagd heeft niets in huis
behalve een kruikje olie. 3 Toen zeide hij: Ga heen,
vraag buitenshuis vaten van al uw buren, ledige vaten; laat het
er niet weinige zijn. 4 Ga dan naar binnen, sluit de deur
toe achter u en uw zonen en giet in al die vaten; en wat vol is,
moet ge laten wegzetten. 5 Zij ging van hem weg, sloot de
deur achter zich en haar zonen toe; dezen plaatsten steeds de
vaten bij haar en zij goot steeds door. 6 Toen de
vaten vol waren, zeide zij tot haar zoon: Breng mij nog een vat.
Maar hij zeide tot haar: Er is geen vat meer. Toen hield de olie
op te stromen. 7 Zij ging het de man Gods vertellen, en
deze zeide: Ga heen, verkoop de olie en betaal uw schuld, en
leef met uw zonen van het overige.
Er is een groot
verschil tussen Elia en Elisa. Elia verscheen op momenten van
grote geestelijke crises en verdween daarna naar de woestijn.
Elisa was dagelijks bij de mensen. Hij was geïnteresseerd in hun
dagelijkse beslommeringen, hij was geïnteresseerd in hun
persoonlijk leven, in de noden en de zorgen van de mensen om hem
heen.
In zekere zin was Elisa een type van de Here Jezus, die ook
rondging goed doende. Zo lijkt ons gedeelte wel op het gedeelte
uit Joh.2:1-10, waar de bruiloft te Kana beschreven wordt.
Elisa was steeds vol ontferming bewogen over de mensen om hem
heen. Hij probeerde mensen uit hun lijden te verlossen. Hij bracht
hoop en blijdschap bij de mensen. Zo was Elisa een beeld van de
Here Jezus. Zo wil Elisa ook een voorbeeld voor ons zijn.
Wij kunnen niet allemaal zo groot zijn als Elia was, maar wij
kunnen wel het leven van Elisa naleven. In de kracht van de
Heilige Geest kunnen ook wij daden van barmhartigheid verrichten,
die als wonderen zijn in de ogen van andere mensen. Zo kunnen wij
ons tussen de mensen begeven en moed en blijdschap brengen bij
ontmoedigde en verdrietige harten.
Je kunt deze geschiedenissen op twee manieren lezen.
-
Met een hart
vol kritiek. In dat geval hebben wij hier alleen maar een
aantal verhalen, waarvan wij ons afvragen hoe het mogelijk is,
dat zulke dingen plaats hadden.
-
Met een
gelovig hart. In dat geval hebben wij geen twijfel aangaande
deze verhalen, maar vinden wij hierin allerlei geestelijke
lessen.
Veel van deze
verhalen kunnen bij ons de vraag doen rijzen waarom ze in de
Bijbel staan, omdat ze als geschiedenis weinig interessants of
bijzonders vertellen. Het moet zo zijn, dat ze vanwege hun
geestelijke lessen in de Bijbel zijn opgenomen.
Deze geschiedenis vertelt ons, dat één van de profeten in
Israël was overleden. Hij liet een weduwe met twee zonen achter.
Hij liet echter ook een enorme schuld achter. Nu had de
schuldeiser volgens de Bijbelse wet het recht, om als betaling van
de schuld de beide kinderen van deze vrouw te nemen en die tot
slaven voor zichzelf te maken. (Zie
Exod.21:7; Lev.25:39; Deut.15:12-18; Neh.5:5; Jes.50:1;
Jer.34:8-11). Pas in het
zevende jaar zullen zij weer vrij zijn.
De vrouw komt nu met haar problemen bij Elisa en vertelt hem de
hele situatie. Elisa vraagt haar wat zij nu van hem verwacht en
daarop komt geen direct antwoord. Dan vraagt hij haar wat zij in
huis heeft en het enige dat er nog in haar huis is, blijkt een
kruikje olie te zijn.
Het Hebreeuwse woord dat hier gebruikt wordt, maakt duidelijk, dat
het hier niet ging om olie voor voedsel of verlichting, maar dat
het hier om zalfolie ging.
Vervolgens stuurt Elisa deze vrouw erop uit om zoveel mogelijk
lege vaten te verzamelen. Zij moet de deur sluiten en dan beginnen
te schenken. Dan geschiedt het wonder: Zo lang zij blijft
schenken, blijft de olie uit de kruik stromen en vult al die
vaten. Als alle vaten gevuld zijn en er geen lege vaten meer
voorradig zijn, houdt de olie op uit de kruik te stromen.
De vrouw (2Kon.4:1)
Haar naam wordt niet genoemd, zelfs de naam van haar man, de
profeet, wordt niet genoemd. Zij is een onopvallende, anonieme
vrouw.
In Joodse kring heeft men geprobeerd haar uit de anonimiteit te
halen. De Joodse traditie zegt, dat zij de vrouw was van Obadja,
de dienaar van koning Achab.
Josephus zegt, dat deze Obadja zo arm geworden is, omdat hij al
zijn geld gestoken had in de voeding en de verzorging van de 100
profeten, die hij verborgen hield voor koning Achab (1Kon.18:3-4).
De profeet was altijd een vroom mens geweest en een toegewijd
dienaar van de Here God. Toch was er bittere armoede gekomen en
was hij voor de achterblijvende vrouw veel te vroeg gestorven. Ze
blijft immers met een paar kinderen achter. Zoiets past niet in
ons beeld over de Here God en in ons beeld over Zijn omgaan met de
mens.
Aan de andere kant is het een ervaring, waar wijzelf ook vaak ook
doorheen moeten. De Heer belooft niet, dat Hij een oplossing zal
geven voor al onze problemen. Hij belooft, dat Hij steeds op ons
zal letten en dat Hij bij ons zal zijn. Soms moeten wij dan dwars
door de zorgen heen, opdat ons geloof en geduld getraind worden.
De vrouw gaat met haar probleem via Elisa in feite naar God Zelf.
Zij haast zich naar God en Zijn profeet, want ze weet, dat je daar
moet zijn, als je in de zorgen en in de problemen zit. Hier hebben
wij een belangrijke les.
Wij moeten ook met onze zorgen en problemen tot God en Zijn Knecht
naderen. Alleen de Knecht van God die naar onze problemen wil
luisteren, is niemand minder dan de Zoon van God, de Here Jezus.
Wij moeten steeds met al onze zorgen tot Hem naderen.
Uit deze geschiedenis mogen wij toch zeker de conclusie trekken,
dat God er een behagen in had om door middel van Zijn knecht,
Elisa, een oplossing te brengen bij deze vrouw. Het kleine beetje
olie dat zij in huis had, was, na vermenigvuldiging, genoeg om al
haar schulden te betalen, dus om er voor te zorgen, dat haar beide
zonen niet tot slavernij vervielen en om er voor te zorgen, dat
zij daarna onbezorgd kon leven. Er was genoeg olie om, na verkocht
te zijn, als bron van inkomsten voor haar en haar gezin te dienen.
Zoals deze vrouw tot God kwam en God het fijn vond om haar te
helpen, zo moeten wij ons realiseren, dat dit de weg is, die God
ook met ons wil gaan. God wil, dat wij onze nood eerst aan Hem
kenbaar maken. Pas daarna komt Hij ons te hulp. Denk er daarom
aan, dat als u problemen of zorgen hebt, dat u deze eerst aan God
kenbaar maakt. Hij zal zeker voor u zorgen.
Wij mogen er echter ook niet aan voorbij gaan, dat God het
toeliet, dat deze vrouw, deze weduwe van Gods geliefde dienaar,
toch diep in de zorgen terecht gekomen was. Zij kon haar schulden
niet meer betalen en stond machteloos tegenover de schuldeiser.
Alles was in haar leven donker geworden. Zij zag geen lichtpuntje
meer.
De wijze waarop deze vrouw geholpen werd, betekende tevens een
training en een versterking van haar geloof.
Zij moest lege
vaten bij haar buren lenen, terwijl zij op dat moment nog niets
wist van het wonder dat zou gaan gebeuren. Zij moest lege vaten
lenen, waar zij in feite ook niets aan had. Wat zouden de buren
wel zeggen, als zij die vaten kwam lenen? Vervolgens moest zij de
deur sluiten en beginnen te schenken. Uit dat kleine kruikje moest
zij al die grote vaten gaan vol gieten. Ze moest wel geloven, dat
door het woord van de profeet Elisa zo'n groot wonder zou kunnen
gebeuren.
Het moesten ledige vaten zijn (2Kon.4:3).
Dit is de meest belangrijke opmerking uit dit gedeelte, waaraan
wij een geestelijke les kunnen verbinden. De les voor ons allen is
deze, dat God van Zichzelf blijft geven, zo lang wij iets van
onszelf geven, waarin Hij van Zich kan uitstorten. Zodra wij niets
meer als een leeg vat van onszelf aan Hem overgeven, stopt Hij met
geven.
a. het ledige vat van verlangen.
God kan ons een heleboel dingen geven, waarom wij niet
gevraagd hadden. Hij kan ons echter Zijn grootste gift niet geven,
tenzij wij erom vragen. Hij zal ons nooit dwingen om Zijn
gezelschap te aanvaarden. Als wij niet naar Hem verlangen, zal Hij
Zichzelf en Zijn Geest niet aan ons opdringen.
Deze gedachte moet ons echter niet in verwarring brengen, als zou
het initiatief tot Gods zegen aan ons van ons uitgaan. Gods
geschenken liggen niet opgeslagen binnen ons handbereik, maar
binnen de oneindige volmaakte liefde van God. Aan de andere kant
kan God niet meer van Zichzelf aan ons geven, dan wij van Hem
verlangen te ontvangen.
b. het ledige vat van verwachting.
Een verlangen om de zegen van God te mogen ontvangen, is eigenlijk
niet voldoende. Wij moeten ook geloof en verwachting hebben, dat
God ons werkelijk Zijn zegen zal schenken. Wat wij verwachten van
God te ontvangen, zal Hij ons geven, indien het in overeenstemming
is met Zijn heilige wil.
Soms bidden mensen voor meer heiliging en reinheid in hun leven,
voor meer groei en een overwinningsleven, terwijl zij in feite
niet verwachten, dat hun gebeden ook verhoord zullen worden. Zij
zouden zich misschien geen raad weten, als God ook werkelijk hun
gebed zou verhoren.
Het is triest, dat wij vaak zoveel bidden, maar vaak zo weinig
verwachten, dat God ook echt onze gebeden zal verhoren. Wie weinig
verwacht, zal ook weinig ontvangen. Terwijl God toch gezegd
heeft,dat Hij meer voor ons kan doen, dan wij denken of bidden.
Wat verwacht u daarom van Hem?
De vrouw moest ledige vaten inzamelen. Zij had nu de mogelijkheid
om een kleine of een grote zegen te ontvangen. Als zij maar een
paar vaten inzamelde, zou zij een kleine zegen ontvangen. Als zij
zoveel mogelijk vaten inzamelde, zou zij een grote zegen
ontvangen. Zo bepaalde zij zelf hoe groot haar zegen zou worden.
Er is echter een groot verschil tussen de vaten die de beide
jongens verzamelden en die gevuld werden met olie en de vaten,
waarin voor ons Gods zegen uitgestort mag worden. Voor de vaten
van de weduwe gold, dat vol vol was. Voor ons geldt een ander
principe: Er kan altijd meer in. Het lijkt wel alsof onze vaten
kunnen groeien. Hoe meer je ze vult, des te meer kunnen ze
bevatten.
c. het ledige vat van gehoorzaamheid.
- De vaten die gebruikt werden,
moesten lege vaten zijn.
- Het moesten schone vaten zijn.
- Er mocht niet een andere
vloeistof in zitten.
- Er mocht geen vuil in zitten.
Als wij onze
vaten door God willen laten vullen,
- dan moet er reinheid in ons
hart en leven zijn.
- Dan moeten wij gehoorzaam zijn
aan Zijn heilige wil.
Wie de wereld
intrekt, kan bidden om met Gods Geest gevuld te worden, maar God
kan zulke gebeden niet verhoren.
Mensen die van zichzelf weten, dat zij leeg zijn, kunnen door Gods
Geest gevuld worden met de Here Jezus Zelf. Zo worden verloren
zondaars veranderd tot behouden kinderen Gods.
- Zo lang er lege vaten waren,
bleef de olie stromen.
- Zo lang er nog verloren
zondaars zijn, blijft het aanbod van de Here Jezus gelden om
in hun leven te komen en hen het eeuwige leven te schenken.
Er zijn velen
hier aanwezig, die als lege vaten eens tot de Here Jezus zijn
gekomen en door Hem gevuld werden met Zijn genade en vrede. Maar
er zijn misschien nog lege vaten, die alsnog gevuld moeten en
kunnen worden.
Kom vandaag als een leeg vat bij de Here Jezus, opdat Hij het
vulle tot Gods eer.
Bapt. Gem. Alphen
aan den Rijn, 4 aug. 1996 |