Klik hier om "Het Woord" te openen wanneer u alleen deze pagina ziet2 Koningen 8:7

 

2 Koningen 8:7

Elisa kwam naar Damascus, terwijl Benhadad, de koning van Aram, ziek lag. Toen hem meegedeeld was: De man Gods is hierheen gekomen

 

Achtergrond informatie

Damascus:

Deze stad was in bijbelse tijden (Jes.7:8) en is nog altijd de hoofdstad van Aram of Syrië. Het was de voornaamste handelsstad aan de hoofdweg tussen Voor- en Achter-Azië (Eze.27:18), een van de weinige steden uit de oudheid die de eeuwen trotseerde en nooit haar oude roem heeft verloren.
 

Benhadad:

Benhadad is in de Hebreeuwse tekst van het Oude Testament de naam van drie koningen van Damascus: (1Kon.15:18, 20:1; 2Kon.6:24, 8:7, 13:3; Amos 1:4).
 
De eerste Benhadad was een tijdgenoot van koning Asa van Juda, de tweede was een tijdgenoot van Achab van Israël en de derde, een zoon van Hazaël, regeerde gelijktijdig met de koning Joahaz van Israël, de zoon van Jehu.
 
Over de tweede Benhadad hebben wij buiten de Bijbel nog andere berichten. Hieruit blijkt dat de uitspraak van de naam anders is dan de Hebreeuwse tekst aangeeft: op Assyrische inscripties luidt de naam Bin-hidri, en/of Benhadar.
Wij danken deze opheldering aan de inschriften van koning Salmaneser II van Assyrië (858-824). Hij bericht ons dat hij in zijn 6e, 11e en 14e regeringsjaar tegen Benhadar (II) van Syrië - Damascus is opgetrokken, hem herhaaldelijk overwonnen heeft, en rijke buit op hem behaald heeft.
 
Met het oog op de eerste van deze veldtochten (in het 6e regeringsjaar van de koning) vermeldt de Assyrische koning een verbond tussen Benhadar en een Achabbu, dat is Achab van Israël. Dit is geheel in overeenstemming met de Bijbel, die ons bericht dat Achab na de slag bij Afek een verbond met de Syrische koning sloot (1Kon.20:34).
De latere tegenspoed van Benhadar in de strijd tegen de Assyriërs schijnt ook op het verbond met de Israëlitische koning ongunstig te hebben gewerkt. De buren werden vijanden en het kwam tot een strijd, waarin Achab door de Syriërs werd geslagen en gedood (1Kon.22:37).
 

Aram:

Arameeërs is oorspronkelijk de naam van een kleiner, tot de zgn. Aramese tak van de Semitische stam behorend volk, evenals Arabië en Arabieren. We komen hen tegen in de Bijbel (Gen.22:21), op de Assyrische inschriften en bij de Klassieken.
 
Met deze naam werden reeds vroeg alle Semitische stammen aangeduid, die aan dit Aramese volk verwant waren; hij omvatte alle volken die tot de Semieten gerekend werden, maar niet onder de Elamieten, Assyriërs, Lydiërs en Afareschaïeten (Hebreeën) begrepen zijn en een gemeenschappelijke taal (Aramees) spraken (Gen.10:22vv.).
Arameeërs zijn dan die Semitische stammen, die woonden in het gebied dat in het noorden door Armenië, in het westen door het Taurus en het Amanusgebergte, de Orontes en Leontes en verder door Noord- Palestina, in het zuiden door de Arabische woestijn en in het oosten gedeeltelijk door deze, gedeeltelijk door de Eufraat, en in het noorden door het gebied van Irak-Arabi begrensd wordt.
 
De gemeenschappelijke naam van de Assyriërs voor de volken, die in dit gebied wonen is "Land van de Chatti (Hethieten)"; met deze naam, in de uitspraak Cheta, duidden ook de Egyptenaren de Arameeërs aan, terwijl zij het gebied Syrië ook Chal noemen. In dit laatste woord is de Hebreeuwse naam van het volk Chul of Hul (Gen.10:23) te herkennen, dat in het dal, aan de wateren van Merom, woonde.
 
In de Grieks-Romeinse tijd werd de naam Aram verdrongen door Syrië (verkort uit Assyrië). De Arabische benaming van Syrië is Esj-Sjam, "land van het Noorden," even echt als die van Jemen, d.i. "land van het Zuiden", die gegeven is aan het zuidelijk van daar gelegen Arabisch gebied
 

 

Elisa en het "monster"

Lezen: 2 Koningen 8:7-15

7 Elisa kwam naar Damascus, terwijl Benhadad, de koning van Aram, ziek lag. Toen hem meegedeeld was: De man Gods is hierheen gekomen, 8 zeide de koning tot Hazaël: Voer een geschenk met u, ga de man Gods tegemoet en raadpleeg door hem de HERE aldus: zal ik van deze ziekte herstellen? 9 Toen ging Hazaël hem tegemoet en voerde een geschenk met zich mee, allerlei kostbaarheden uit Damascus, een last van veertig kamelen; hij kwam voor hem staan en zeide: Uw zoon Benhadad, de koning van Aram, heeft mij tot u gezonden met de vraag: zal ik van deze ziekte herstellen? 10 En Elisa zeide tot hem: Ga, zeg hem: gij zult zeker herstellen. Maar de HERE heeft mij getoond, dat hij zeker zal sterven. 11 En de man Gods zette een strak gelaat en hield het onbewogen tot verlegen wordens toe; daarop barstte hij in wenen uit. 12 En Hazaël zeide: Waarom weent mijn heer? En hij zeide: Omdat ik weet, wat voor kwaad gij de Israëlieten zult aandoen: hun vestingen zult gij met vuur verbranden, hun jonge mannen zult gij met het zwaard doden, hun zuigelingen zult gij verpletteren en hun zwangere vrouwen zult gij openrijten. 13 Toen zeide Hazaël: Maar wat is uw knecht, die hond: dat hij zo iets groots zou doen? En Elisa zeide: De HERE heeft mij getoond, dat gij koning over Aram zult zijn. 14 Toen ging hij van Elisa weg en kwam bij zijn heer; deze vroeg hem: Wat heeft Elisa tot u gezegd? En hij zeide: Hij heeft tot mij gezegd: Gij zult zeker herstellen. 15 De volgende dag echter nam hij een deken, doopte die in water en spreidde die over zijn gelaat, zodat hij stierf. En Hazaël werd koning in zijn plaats.

Hier hebben wij een geschiedenis, die bij sommige lezers mogelijk vragen kan oproepen. Hoe is het mogelijk, dat de profeet Elisa zegt, dat de koning zal herstellen van zijn ziekte, terwijl hij weet,dat hij er juist onderdoor zal gaan en zal sterven?

  • Er zijn mensen die stellen dat de profeet, als man Gods, blijkbaar de mogelijkheid heeft om zulke dingen te zeggen, zonder hiervoor gestraft te worden als leugenaar. Wij begrijpen dat niet, maar hoeven dat ook niet te begrijpen.

  • Persoonlijk denk ik dat de Benhadad, de koning van Aram, niet ten dode toe ziek was, en indien hij niet vermoord zou worden zeker zou herstellen.
    Anderzijds is het ook goed mogelijk dat Hazaël tot deze moord kwam, omdat hij gezien de ziekte van Benhadad meende nu snel Koning te worden, maar als Benhadad inderdaad zou herstellen, zou de kroning nog op zich laten wachten, en wie weet, misschien zelfs wel zijn neus voorbij gaan.

In dit Bijbelgedeelte is zien we de profeet Elisa, Benhadad de koning van Aram en Hazaël, de opvolger van koning Benhadad en de stad Damascus, de hoofdstad van Aram.

  • Koning Benhadad
    In 1 Koningen 20 lezen wij een uitgebreid verslag over de strijd die er was tussen koning Achab en Benhadad, waarbij Benhadad door Achab verslagen werd. Interessant is vooral 1Kon.20:23-34. Nu is Benhadad ernstig ziek.
     

  • Hazaël
    Hij was één van de belangrijkste leiders in Aram. In een Assyrische tekst wordt hij echter een "zoon van niemand" genoemd, omdat hij zich op eigen wijze en op gewelddadige wijze van de troon heeft meester gemaakt.
     

  • De profeet Elisa
    Deze is niet alleen bekend in Israël en in Juda,maar ook in Aram.
    Dat zal zeker zijn

    • als gevolg van de genezing van Naäman,

    • als gevolg van de gevangenneming van de benden van Aram in Samaria en ook

    • als gevolg van de wonderbare bevrijding van Samaria, de woonplaats van de profeet Elisa.

Elisa stond als man Gods, of Godsman, in hoog aanzien in Aram.

  • Damascus
    Damascus was vroeger een beroemde stad, zie Eze.27:18 en Amos 3:12. Vanuit Damascus werd handel gedreven met Egypte, Klein Azië en Mesopotamië. Er was van alles te koop en de plaatselijke industrie produceerde van alles. 
     
    De oase van Damascus leverde allerlei heerlijke vruchten op, zoals abrikozen en wijn. Mohammed heeft later Damascus zelfs vergeleken met het paradijs. 

Waarom ging Elisa naar Damascus?

  • Er zijn uitleggers, die menen, dat Elisa door Benhadad uitgenodigd zou zijn om naar Damascus te komen, zodat koning Benhadad via Elisa de Here zou kunnen raadplegen.

  • Anderen menen, dat Elisa door de Geest van God geleid zou zijn om naar Damascus te reizen.

  • Weer anderen wijzen erop, dat Elia een opdracht had, zoals wij die in 1Kon.19:15 (zie vs.17) lezen en deze zelf niet had volbracht, maar blijkbaar overgedragen had op zijn opvolger, Elisa.

Benhadad wilde de Here raadplegen

In Aram was Rimmon de nationale god. Benhadad raadpleegt echter niet zijn eigen god, maar wil de mening horen van de God van Israël, Die verschillende bijzondere wonderen gedaan had.
Je kunt ook zeggen: Benhadad hoopte, dat wat er eens met Naäman gebeurd was, nu met hem zou gebeuren. Het omgekeerde van Benhadads daad zien wij in 2Kon.1:1-8.
 

Geschenken met 40 kamelen vervoerd

Zoals Naäman indertijd met grote geschenken naar Elisa reisde, toen hij hem ging raadplegen, zo reisde nu ook Hazaël met grote geschenken naar Elisa. Niet minder dan 40 kamelen heeft Hazaël nodig om zijn geschenken te vervoeren.
Dit betekent niet, dat al die kamelen zwaar beladen waren. Het gaat hier om een oude Oosterse gewoonte om indruk te maken op Elisa en op de mensen van de stad. Elke kameel vervoerde waarschijnlijk volgens die gewoonte één geschenk.
 
Men meende, dat als men de man Gods raadpleegde, men hem ook een geschenk moest aanbieden. (Zie 1Sam.9:7 en 1Kon.14:1-16). Door de man Gods middels geschenken gunstig te stemmen, meende men, dat hij ook een gunstig woord van de Here zou spreken, alsof de man Gods de wil van de Here zou kunnen beïnvloeden...! Het lijkt wel, of men God, door middel van geschenken aan Zijn knecht, wil omkopen...!
 

De ontmoeting van Elisa en Hazaël

(zie 2Kon.8:10-11)
Bij de ontmoeting van Hazaël met Elisa, noemt Hazaël zijn koning: "Uw zoon Benhadad." Benhadad erkent Elisa als zijn geestelijke vader, als zijn meerdere en buigt zich in nederigheid voor Elisa en toont de tekenen van onderwerping.
 
Elisa deelde Hazaël mee wat er met Benhadad zou gebeuren waarbij hij strak en onbewogen naar Hazaël bleef kijken, tot schamens toe, d.w.z. een heel lange tijd (vgl. Richt.3:25), en daarbij weende.
 
Hazaël vraagt waarom Elisa weende. Je zou kunnen denken, dat Hazaël dacht: "Hij zal toch niet wenen, omdat Benhadad dood gaat?" Inderdaad weende Elisa daar niet over. Hij weende, om wat hij in de geest zag. Hij zag, wat Hazaël de Israëlieten nog zou aandoen. Het was heel wat anders, dan wat Israël indertijd op advies van Elisa met Moab moest doen. (2Kon.3:19)
  

Hazaël zal onheil brengen over Israël

(2Kon.8:12)

Hazaël zal zich ontpoppen als een monster. Hij heeft dat ook inderdaad gedaan (zie 2Kon.10:32, 33; 13:3; Hos.10:13-15; 14:1)
 
De oudheid stond bekend om zijn wreedheden, ook begaan tegen vrouwen en kinderen. Maar... is dat vandaag anders..? 2Kon.15:16 spreekt over een andere tijd, waarin al de zwangere vrouwen werden opengereten. 
Psalm 137:8, 9 spreekt over Babel, waarvan de kinderen gegrepen en tegen de rots verpletterd zouden worden.
Amos 1:13 zegt, dat de Here de Ammonieten zal straffen, omdat zij de zwangere vrouwen van Gilead hebben opengereten. Amos noemt niet alleen het feit wat de Ammonieten gedaan hebben, maar ook de reden waarom zij dit deden.
Zij hebben de zwangere vrouwen van Gilead opengesneden om hun eigen gebied te kunnen uitbreiden. Deze barbaarse wreedheid werd gedaan om er voor te zorgen, dat er ook in de toekomst geen mensen meer in Gilead zouden zijn,die aanspraak zouden kunnen maken op het gebied van Gilead.
 
Opmerkelijk is het, dat Elisa geen verwijten maakt aan het adres van Hazaël.

  • Hij ziet Hazaël blijkbaar als een tuchtroede in de hand van de Here. Zo was het ook indertijd al bij Elia aangekondigd - 1Kon.19:17.

  • Hazaël zal een instrument zijn in de hand van God, als God toornt over Israël vanwege diens afval van de Here en zijn dienen van de gouden kalveren, de zonden van Jerobeam.

  • Hazaël zal de gesel in de hand van God zijn. Hij zal Israël veel kwaad aandoen, maar dit doen, omdat het moet van God, als straf voor het zondige volk. 

Hazaël beschouwt zichzelf als een hond

In een uitspraak van zgn. nederigheid noemt Hazaël zichzelf een hond. Honden waren in Israël verachtelijke dieren. Zie hiervoor bijvoorbeeld:

  • Exod.11:7 'Maar tegen niemand van de Israëlieten zal een hond zijn tong durven roeren, tegen mens noch dier, opdat gij weet, dat de HERE scheiding maakt tussen de Egyptenaren en de Israëlieten'.

  • 1Sam.17:43 "Goliath zei tot David: 'Ben ik een hond, dat je met een stok op mij afkomt?' En de Filistijn vervloekte David bij zijn goden."

  • 1Sam.24:15 Als David Sauls leven gespaard heeft, zegt hij: 'Wie is de koning van Israël achterna getrokken? Wie achtervolgt gij? Een dode hond!  Eén enkele vlo.'

  • 2Sam.9:8 Als Mefiboseth aan Davids tafel mag eten, buigt Mefiboseth zich neer en zegt: "Wat is uw knecht, dat gij u bekommert om een dode hond, als ik ben?"

De dood van Benhadad

Een aantal vragen kunnen gesteld worden naar aanleiding van de dood van Benhadad:

  1. Wat is er over het gelaat van Benhadad gelegd?
    Onze vertaling noemt het een "deken". Het Hebr. woord is "makbeer", wat is dat? Het komt alleen hier in de Bijbel voor. Er wordt gedacht aan een sprei, een deken, een laken of iets dergelijks. Flavius Josephus noemt het een net, een soort vliegennet.

  2. Wie legde deze makbeer over het gelaat van Benhadad? 
    Er zijn mensen, die gemeend hebben, dat Benhadad het zelf deed. Dit lijkt mij onwaarschijnlijk. Koningen waren gewend zich te laten bedienen, niet om alles zelf te doen
    (Denk bijv. aan Saul die aan zijn wapendrager vroeg hem te doden). Verder zal de doodzieke koning waarschijnlijk te zwak geweest zijn om een kleed in water te dopen en het op zijn gezicht te leggen. Het lijkt dan ook, dat de in vers 15 genoemde 'hij' dezelfde is als de in vers 14 genoemde, die de boodschap overbracht, dus dat Hazaël de daad zelf verricht heeft.

  3. Waarom werd de makbeer op het gelaat van Benhadad gelegd?
    Velen denken, dat Hazaël dit deed, om Benhadad te vermoorden. Dat denkt ook Flavius Josephus, die zegt: "Een kletsnat net over hem heengeworpen hebbende, vermoordde hij (= Hazaël) hem met een strop."
    Er zijn er die denken, dat de koning leed onder hevige koorts en dat het natte, dus koude kleed over hem heen gelegd werd, opdat hij zou afkoelen.
    Wanneer we echter lezen wat er in de tekst staat lijkt het mij aannemelijker dat hij (Benhadad) een natte doek over zijn gelaat kreeg, waardoor hij geen adem meer kon halen en stikte. Ook het "zodat hij stierf" wijst volgens mij in die richting.

  4. Hoe kwam het dat Benhadad stierf?
    Hoewel het mij aannemelijk lijkt dat Hazaël, Benhadad heeft vermoord, denken sommigen dat het ook mogelijk is, dat de Here Zelf plotseling Benhadad doodde en wel op het moment, dat de koude doek over hem gelegd werd.

De les uit deze geschiedenis

Wij leren een moeilijke les uit deze geschiedenis. Het feit, dat je behoort bij het volk van God, betekent niet dat God alles maar van je door de vingers ziet.
God let juist extra scherp op je en straft je nadrukkelijk, wanneer je van Hem afdwaalt.  "Want het is nu de tijd, dat het oordeel begint bij het huis Gods." (1Pet.4:17)

   

.

.

 

 

.

 

 

.

 

 


Het Woord Index Bijbel 2 Kon. 2Kon.8:7 Totaal
Voordat we bovenstaande teller in werking stelden werden we reeds 180977 bezocht
Helaas stopte die teller met zijn service.