Klik hier om "Het Woord" te openen wanneer u alleen deze pagina ziet1 Timotheüs 1:15

 

1 Timotheüs 1:15

Dit is een getrouw woord en alle aanneming waard, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaren te behouden, onder welke ik een eerste plaats inneem.

 

Achtergrond informatie

Woord

Voor de betekenis van het Griekse woord "logos" dat hier gebruikt wordt willen we even kijken naar het werkwoord "lego" waar dit van afstamt.

Lego betekent:

  • Verzamelen, bijeenlezen. De Griek ziet hierin een kritische werkzaamheid: men raapt sommige dingen op, andere laat men liggen.

  • Tellen, optellen. Ook dit is een vorm van verzamelen. Men kan echter ook feiten bij elkaar optellen; hieruit ontstaat dan de betekenis:

  • Vertellen, verslag uitbrengen van wat gebeurd is. Logos krijgt dan de betekenis van: verslag, geschiedverhaal, rapport van wat gebeurd is. Dit moet gecontroleerd of nagerekend kunnen worden. Logos betekent daarom ook (denk aan het tellen!):

  • Berekening, kas. Er gebeuren evenwel in het grote kosmische geheel allerlei dingen, die volgens vaste wetten verlopen. Logos wordt hierdoor een term in de metafysica:

  • De wet der dingen, hun zin, hun orde, hun wezen. Tenslotte wordt het woord ook gebruikt voor

  • het menselijk denkvermogen, de rede.

In de Griekse wijsbegeerte is het uit dit alles duidelijk, dat men uit het verband moet opmaken, wat logos betekent. Wel gaat het altijd om iets, dat men kan narekenen.
De logos wil een ding laten zien zoals het is. De logos der dingen is de waarheid over die dingen. Het is niet gemakkelijk deze logos te ontdekken. De Griekse wijsgeren hebben dit trachten te bereiken door hun ontzagwekkende denkarbeid.
 
Zij hadden daarmee ook een praktisch doel: de mensen tot wetenden te maken, opdat zij naar de orde (logos) der dingen zouden leven. Het kan immers niet goed zijn voor een mens als hij tegen de orde van de kosmos ingaat.
Hij leeft eerst zoals hij behoort te leven als hij zich gedraagt in harmonie met het heelal. Het doel van de Griekse wijsbegeerte is steeds een ethiek te vinden.
 
De logos speelt ook een rol in het religieuze leven. Hij wordt dan een godheid. Bekend is, dat Hermes de logos genoemd wordt en als zodanig aan de mensen de wil der goden bekend maakt (vgl. Hand.14:12); zelfs wordt hij verlosser der mensen genoemd.
Bij de Stoa wordt de logos ook in de sfeer van het goddelijke gebracht; hij is daar de logos spermatikos, uit wie het leven stamt en in het leven van de hele kosmos werkzaam aanwezig is. Zo verglijdt de logosspeculatie in de richting van een natuurreligie, waar zij oorspronkelijk niet bij hoorde.

 

Mag het iets meer zijn?

Jurrien Dokter

De mens is een eigenaardig wezen. Vanuit welke invalshoek je het ook bekijkt. Of het nu is vanuit het evolutiegeloof of vanuit het scheppingsgeloof. De mens is eigenaardig en eigenzinnig. Hij is ook eigenwijs. Hij denkt alles te weten. Of in elk geval denkt hij de mogelijkheid te hebben alles te onderzoeken om dan, vanuit dat onderzoek, ook nog een antwoord te vinden op de vragen die hij zichzelf stelt.

Het valt niet mee om als mens te erkennen, dat nu eenmaal, vanuit het blote eigen, niet overal een antwoord op te geven is en niet alles is te bereiken. Toch is het niet geheel bezijden de waarheid: de mens is begiftigd met een groot en scherp verstand. Als enige wezen vindt de mens het ook leuk om achter de 'reden' van de dingen te komen.
Wetenschap puur voor de weet: niet noodzakelijk uit lijfsbehoud. De zaken die vandaag de dag worden uitgevonden, liegen er dan ook niet om. Bijna niets is onmogelijk. Vanuit het scheppingsgeloof gezien is dat ook niet zo vreemd.

Als God de mens op deze aarde heeft gesteld, concludeert Hij: het is zeer goed. De mens was bedoeld als de kroon op de schepping en stond in principe aan het begin van een glanzende carrière. God had met de mens een verregaande samenwerking op het oog. En ten behoeve van die samenwerking had God in het hart van de mens een aantal verlangens meegegeven. Eén van die verlangens was om alles te weten en te leren kennen. De mens was en is nieuwsgierig.

Als God 's-avonds in de koelte met de mens wandelt, zou de schepping het onderwerp geweest kunnen zijn. Het is een beetje filosoferen, maar God zou bijvoorbeeld aan Adam kunnen hebben gevraagd: "Zeg, Adam" "Ja, Heer" Adam, Hoe vind je dat de dieren functioneren?" "Adam?" "Ja, Heer?"
Adam, ben je er al achter hoe dit of hoe dat werkt?"

Naast de waarschijnlijke gesprekken over de geestelijke wereld, zou toch de zichtbare schepping een belangrijk onderwerp geweest kunnen zijn. De mens is nu eenmaal nieuwsgierig en leergierig. En dat is hij altijd gebleven.
Alleen de wandelingen in de avondkoelte hielden op een bepaald moment op. Er kwam iets tussen. Iets afgrijselijks maakte een einde aan de vertrouwelijke omgang tussen God en de creatie, die het meest van Hem weg had: de mens. De zonde kwam als een muur tussen hen in te staan en maakte de gesprekken, op niveau, verder onmogelijk.

De mens raakte met zijn geestelijke partner ook zijn gevoel voor richting kwijt. Vanaf dat moment kwam er dwaling in het leven van de mens. En deze verviel van kwaad tot erger.

Het is goed om te beseffen, dat niet God de mens van zich afstootte, maar dat de mens zelf een scheiding aanbracht tussen hem en zijn Levensbron. In dit verband is de gelijkenis van de verloren zoon misschien ook wel op zijn plaats. God heeft van zijn kant de mens nooit in de steek gelaten. Altijd stond Hij klaar om, daar waar Hij de kans kreeg, een helpende hand uit te steken.

De wens alles te weten, brengt de mens wat dat betreft niet verder. Vanuit eigen inzicht is hij nooit in staat om zichzelf uit zijn geïsoleerde positie ten opzichte van God te bevrijden. Kennis, verstand, nederigheid, hoogmoed, een positieve of een negatieve instelling: niets helpt wat dat betreft. Het blijft behelpen.

God heeft echter van zijn kant nooit het verlangen opgegeven om met de mens te wandelen. Steeds weer opnieuw heeft Hij zich moeite getroost om dat aan de mens duidelijk
te maken. En op het laatst, heeft Hij zijn Zoon als zoenoffer voorgesteld. Dat offer van Zijn Zoon Jezus Christus had dan ook maar één doel: zondaren te behouden.
Want dat was noodzakelijk. Er moesten zondaren worden behouden. Want zonder behouden zondaren, zou Gods plan uiteindelijk geen doorgang vinden.

Daarmee komt ook het eerste probleem om de hoek kijken.

Want de mens moet beseffen, dat hij het zonder Jezus Christus niet redt. Dat zonder Jezus Christus alles, dat hij doet, verloren moeite is. Er spelen dus twee dingen, die welhaast met elkaar in tegenspraak lijken: aan de ene kant is daar God, die de mens zoveel waard acht, dat Hij zijn eniggeboren Zoon er voor over heeft. Aan de andere kant is daar de mens, die moet beseffen, dat hij van zichzelf niet kan wat hij ten diepste wenst, namelijk de hemel bezitten. En dat terwijl hij voor God toch van zeer grote waarde is.

Paulus, die de bovenstaande regels aan Timotheüs schrijft, heeft het begrepen. Hij beseft, dat God de mens van grote waarde acht. Hij zegt, dat van de zondige mens. Niet de mens die geheiligd en gereinigd is, wordt hier in de eerste instantie bedoeld, maar de mens die vervuild en bezoedeld is. God is namelijk in staat om uit die vervuilde, afgeweken en bezoedelde schepselen, die geheiligde en glanzende wezens te maken, die Hij al vanaf de beginne op het oog heeft. Het woord behouden in onze tekst heeft dan ook een veel ruimere betekenis dan alleen maar "op het droge trekken". Het gaat verder. Het behoud spreekt hier van afdrogen, schone kleren aan, een zegelring rond de vinger. Het spreekt van autoriteit van de Vader. Het spreekt van koningschap, van rijkdom, van volmaaktheid. Het betekent een weg, die wordt afgelegd naar een doel.

Uiteindelijk spreekt het "van wandelen met God in de avondkoelte". Want dat is het plan: God alles in allen. Opdat de volheid van God, via Jezus Christus, ook in de door Hem behouden zondaars woning maakt. Als je daar naar verlangt, dan zou de gedachte in je op kunnen komen, dat het verlangen nogal aanmatigend is, want wie ben je per slot van rekening. Maar laat je niets wijsmaken. Het is Gods hartenwens, dat nog vele zondaren hun hart op Hem richten, hun hoop op Jezus Christus zullen richten en door Hem behouden zullen worden. Bevrijd uit de slavernij van de zonde, kun je dan je hele hart richten op het ene belangrijke doel: God vanuit liefde te verheerlijken met alles dat in je is, naar geest, ziel en lichaam.

  

.

.

 

.

.

 

.

.

 

 

.

 

 

.

 

 


Het Woord Index Bijbel 1 Tim 1Tim 1:15 Totaal
Voordat we bovenstaande teller in werking stelden werden we reeds 180977 bezocht
Helaas stopte die teller met zijn service.