|
Lezen: 1
Thess.4:9-12
9 Over
de broederliefde is het niet nodig u te schrijven; immers, gij
hebt zelf van God geleerd elkander lief te hebben; 10 gij
doet dat dan ook ten aanzien van alle broeders in geheel
Macedonie. Maar wij vermanen u, broeders, dit nog veel meer te
doen, 11 en er een eer in te stellen rustig te blijven en
uw eigen zaken te behartigen en met uw handen te werken, zoals
wij u bevolen hebben, 12 opdat gij u behoorlijk gedraagt
ten aanzien van hen, die buiten staan, zonder iets nodig te
hebben.
's Zondags zit u
in de kerk naast uw mede-gemeentelid. De dag erop zit u
mogelijk weer tegenover die collega 'die nergens aan doet'.
Een wereld van verschil. Toch is het niet onbelangrijk hoe u die
zes dagen van de week werkt en leeft. Er wordt op u gelet. Niet
voor niets waarschuwt Paulus tegen bepaalde misstanden en zegt er
dan in één adem achteraan: opdat gij eerlijk wandelt bij degenen
die buiten zijn.
Zij die niet tot de christelijke gemeente behoren, slaan ons heel
de week gade. Onze buren, collega's, mede-leerlingen houden ons
nauwlettend in de gaten. Paulus noemt in dit verband drie zaken
waarop gelet wordt: weet je jezelf te beheersen, bemoei je je niet
teveel met anderen en wees niet lui. Op zich helemaal niet zulke
indrukwekkende zaken. Toch genoeg om tegenover de buitenwacht te
laten zien wat het betekent om christen te zijn.
Bescheidenheid, ootmoed en getrouwheid sieren de levenswandel van
een christen. Draag dit sieraad in deze week, en de weken die er
op volgen met zorg en toewijding. Er wordt op ons gelet
Parels van Luther:
Een leugen is
als een sneeuwbal:
hoe langer men hem rolt, hoe groter hij wordt.
Geen steen, staal, diamant, ja geen ding op aarde, is zo hard
als het hart van een onboetvaardig mens.
God is dan het allermeest nabij,
wanneer Hij het verst schijnt verwijderd te zijn.
|