|
De gemeente wordt
vergeleken met een gebouw, een tempel. De gemeenteleden zijn
'levende stenen.' Elke gelovige mag zich op zijn eigen plaats door
God laten gebruiken. De gemeente is ook een heilig priesterschap,
dat zich niet bezig houdt met het slachten van dierlijke offers,
maar dat geestelijke offers brengt. Aan welke offers kunnen we
zoal denken? De offeranden van onvoorwaardelijk vertrouwen, van
gebed, aanbidding en volledige overgave. Paulus schreef in
Romeinen 12:1, "Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op
de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend,
heilig en Gode welgevallig offer: Dit is uw redelijke
eredienst."
Het is altijd de bedoeling van een offerande, dat het de mens iets
kost. Men kan niet spreken van een offer als het niets kost. Een
voorbeeld: Denk aan de kostbare energie-inspanning, zowel
geestelijk als lichamelijk, die soms gemaakt moet worden om God te
prijzen wanneer we in moeilijkheden of in pijn zijn en de
negatieve signalen ons de mond naar God willen snoeren.
Er is een wezenlijk verschil tussen het doel van offeren vroeger
zoals in de Joodse religie en dit 'geestelijk offeren' waartoe
Christenen worden opgeroepen. Christenen behoeven niet te offeren
om zich met God te verzoenen, want zij geloven dat Jezus hen met
zijn offer aan het kruis heeft verzoend. Christenen offeren als
een expressie van hun dankbaarheid aan God. Zij offeren zichzelf
op om aan Christus' grote verlangen te voldoen, dat iedereen op
deze planeet van zijn liefde, genade, barmhartigheid zal horen en
dat een ieder kan geloven in de vergeving van zonden. Velen hebben
grote offers gebracht in het dienen van de Heer. Ik denk dat het
zowel redelijk als geestelijk is om onszelf af te vragen:
"Welk offer breng ik vandaag?"
"Heer, hier is mijn offer vandaag..."
|