|
T.J. de Ruiter
Leusden, 19 december 2000
De apostel
Paulus heeft een merkwaardig en krachtig woord geschreven in 1
Korintiërs 3:21-23, "Daarom, niemand beroeme zich op
mensen; alles is immers het uwe: Hetzij Paulus, Apollos of
Cefas, hetzij wereld, leven of dood, hetzij heden of toekomst,
het is alles het uwe; doch gij zijt van Christus en Christus
is van God."
In dit nieuwjaarsartikel wil ik het licht laten schijnen op
het gedeelte in vers 22, waar Paulus schreef: “hetzij
wereld, leven of dood... het is alles het uwe.” Wat kan
dit woord betekenen?
Is er sprake van een conflict met wat Jezus zei in Lucas
12:15, "Ziet toe, dat gij u wacht voor alle hebzucht,
want ook als iemand overvloed heeft, behoort zijn leven niet
tot zijn bezit."
Jezus zei dat wij geen bezitter van ons leven zijn en Paulus
schreef dat ook leven en dood van ons zijn. Hoe kunnen we deze
verklaringen met elkaar in harmonie brengen?
We stellen vast dat de rijke man van het verhaal geen rekening
met God hield en geen intieme en hechte relatie met Hem had.
Hij stelde zich niet afhankelijk van de ‘Hogere Macht’ in
wiens hand de krachten, die leven geven en nemen rusten.
Paulus daarentegen schreef aan Christenen. Hij ging ervan uit
dat zij, vanwege de gemeenschap met Christus, wel in een
relatie met God leefden. De Christen weet zich veilig geboren
- voor eeuwig, want in leven en sterven is hij van Jezus. De
Christen weet dat niets zijn ziel schade kan berokkenen, noch
in het leven, noch in het sterven, want Christus waakt over
hem als zijn kostbaar bezit.
Op grond van het onderwijs in de Bijbel is het duidelijk dat
de mens geen bezitter van zijn leven is, maar wel de beheerder
of rentmeester ervan. Een goed rentmeesterschap over het
leven, waarbij de wil van God als de Eigenaar ervan wordt
geëerbiedigd en uitgevoerd, garandeert dat de gelovige zich
zeker mag weten van een goede toekomst. En dan doet het er
niet toe wat er zich aan moeilijke omstandigheden ontwikkelt
tijdens de aardse reis, want zijn ware leven is met Christus
in God verankerd. Het doet er zelfs niet toe of hij leeft of
sterft, want de gelovige weet zich het eigendom van Christus,
vrijgekocht uit de macht van het boze door het verzoenend
bloed van Golgotha.
In het licht van de huidige discussie over de wet op de
euthanasie wil ik toch nog even bij relevant bijbels onderwijs
stil staan. De Schrift leert ons dat het leven een geschenk
van God is. De Schrift leert ons niet dat het recht van de
mens op het leven zover gaat, dat hij zelfstandig mag
beslissen dit geschenk te vernietigen. Er zijn voorbeeld in de
Schrift van mensen, die God verlieten en zich in uitzichtloze
wanhoop of uit wroeging van het leven beroofden; we denken aan
koning Saul in het Oude- en aan Judas in het Nieuwe Testament.
De overheid heeft van God alleen het mandaat gekregen voor het
doden van een mens als er sprake is van een ernstig misdrijf.
Dit is in de Torah wetgevingen vastgelegd en Paulus schreef in
Romeinen 13:4 dat de overheid het zwaard niet tevergeefs
draagt. Dat de doodstraf om humanitaire redenen is afgeschaft
heeft zowel goede- als nadelige gevolgen voor het handhaven
van het recht en de veiligheid in de maatschappij. God heeft
de overheid echter geen volmacht gegeven te doden als - zoals
de minister het formuleerde - het lijden 'uitzichtloos en
ondraaglijk' is.
Ik kan niet anders dan met grote droefheid en zorg vaststellen
dat de overheid - als de wet op de euthanasie mogelijk deze
maand door de Eerste Kamer wordt goedgekeurd - ingaat tegen
het fundamentele beginsel van geloof in God, als de Schepper
en Eigenaar van het leven, waaruit onmiddellijk volgt dat wij
het leven dienen te beschouwen als een geschenk van Hem. Het
is onze opdracht het leven op een verantwoordelijke wijze te
beheren en te exploiteren tot Gods eer. De mens moet het leven
van de jeugd tot in ouderdom, in ziekte en gezondheid,
aanvaarden. Daarbij wordt hij door God zelf uitgenodigd Hem
onder alle omstandigheden vertrouwen te schenken en in nood te
zoeken om hulp te verkrijgen ‘ter gelegener tijd.’
Zichzelf of een ander vanwege ondraaglijk of uitzichtloos
lijden van het leven te beroven is geen optie, die God voor de
mens heeft open gelaten. De wet op de euthanasie, zoals die
thans is voorbereid, negeert het gebod: "Gij zult niet
doden."
Helaas ligt het in de lijn van de huidige ontwikkelingen op
het terrein van de moraal in combinatie met de wetenschap dat
er de komende jaren verder gaande verschuivingen ten aanzien
van het "recht op de dood" zullen plaats vinden. De
meeste bewindslieden maken zich hierover echter thans niet zo
druk.
Over de mogelijkheid dat de normen met betrekking tot
euthanasie en zelfdoding te zijner tijd mogelijk verruimd
zullen worden, wordt schouderophalend gezegd: “Dat zien we
dan wel weer.” Dit is een houding, die past in de wijze,
waarop in deze tijd wetten worden gemaakt, want de wetgever
past deze aan de morele veranderingen in de maatschappij aan -
een zeer zorgelijke ontwikkeling in onze maatschappij.
In het besef dat er lijden is dat als ondraaglijk aangevoeld
kan worden, zowel door de lijder als door hen, die met liefde
en tranen om het ziekbed heen staan, dring ik er bij een
ieder, vooral bij verantwoordelijke instanties, met name onze
overheid, op aan, alle voorrang aan palliatieve zorgen de
daarvoor noodzakelijke voorzieningen te geven opdat het
ongeneeslijk en terminale lijden in de laatste levensdagen
zoveel mogelijk wordt verlicht. Ook goede psychologische- en
pastorale hulp moet in deze zorg een plaats kunnen krijgen.
Voor subsidies ten behoeve van de palliatieve zorg zou ruim
voldoende geld aanwezig dienen te zijn, opdat elk mens met
alle zorg kan worden bijgestaan tot aan het moment, dat hij
zijn geest aan de Schepper terug moet geven. Dit noem ik hulp,
die een mens, de beelddrager van God, waardig is en daarvan
ben ik een voorstander.
Als wij van Christus zijn en alles, in Hem, van ons, ook het
leven en ook de dood, past het ons op een verantwoordelijke en
waardige wijze met zowel het leven als de dood om te gaan. Wij
zullen dan onze dagen tellen, zoals de psalmist het zei in
Psalm 90:12. Niet om zelf, hoogmoedig en autonoom, de lengte
van ons leven te bepalen, maar om elke dag als een kostbaar
geschenk te beleven en hem optimaal voor God en zijn
Koninkrijk te benutten.
Als u en ik zo leven wordt elke dag van dit nieuwe jaar, zowel
in ziekte als in gezondheid, een kostbaar geschenk van God. Ik
wek u op God voor elke dag u hier gegeven, een hoger en reiner
loflied toe te zingen.
|