|
1
Korintiërs 3:16 |
|
Weet gij
niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u
woont. |
| Gerichtheid |
|
1 Corintiers
3:16
Lezen: Johannes 12:1-11
1
Jezus dan kwam zes dagen voor het pascha te Bethanie, daar
Lazarus was, die gestorven was geweest, welken Hij opgewekt
had uit de doden. 2 Zij bereidden Hem dan aldaar
een avondmaal, en Martha diende; en Lazarus was een van
degenen, die met Hem aanzaten. 3 Maria dan,
genomen hebbende een pond zalf van onvervalste, zeer
kostelijke nardus, heeft de voeten van Jezus gezalfd, en met
haar haren Zijn voeten afgedroogd; en het huis werd vervuld
van den reuk der zalf. 4 Zo zeide dan een van Zijn
discipelen, namelijk Judas, Simons zoon, Iskariot, die Hem
verraden zou: 5 Waarom is deze zalf niet verkocht
voor driehonderd penningen, en den armen gegeven? 6
En dit zeide hij, niet omdat hij bezorgd was voor de armen,
maar omdat hij een dief was, en de beurs had, en droeg hetgeen
gegeven werd. 7 Jezus dan zeide: Laat af van
haar; zij heeft dit bewaard tegen den dag Mijner
begrafenis. 8 Want de armen hebt gijlieden altijd
met u, maar Mij hebt gij niet altijd. 9 Een grote
schare dan der Joden verstond, dat Hij aldaar was; en zij
kwamen, niet alleen om Jezus' wil, maar opdat zij ook Lazarus
zouden zien, dien Hij uit de doden opgewekt had. 10
En de overpriesters beraadslaagden, dat zij ook Lazarus doden
zouden. 11 Want velen van de Joden gingen heen om
zijnentwil, en geloofden in Jezus.
Na al de
strijdlustige vragen en snode plannen van de hogepriesters en
Farizeeërs, waardoor Jezus Zich niet meer vrij onder hen kon
bewegen (Joh.11:54) moet het verblijf in Bethanië wel een
rustplaats, een verkwikking, voor Jezus geweest zijn.
Maria, Martha en Lazarus hielden van Jezus en namen Zijn woorden
met heel hun hart aan (Luk.10:39). Ze aten met Hem d.w.z. zij
hadden contact - gemeenschap met hem. Er was vrede, blijdschap
en liefde in dat huis.
Opvallend is, dat het bij deze mensen alleen om Jezus ging. Ze
hadden Hem lief met heel hun hart. Zien we hierin een boodschap
voor onszelf?. Is al ons denken en doen, ons dagelijks werk,
alleen op Hem gericht? Hebben we Jezus werkelijk lief met heel
ons hart en laten we dat ook zien in de kleine dingen van elke
dag?
Wanneer we klagen dat God zo ver weg is, dat we weinig of niets
van Zijn liefde bespeuren, laten we onszelf dan ernstig
onderzoeken of we Hem misschien op de tweede plaats gesteld
hebben. Mogelijk zoeken we alleen maar Zijn gaven en zegeningen,
of we bouwen op ervaringen. Dan hebben we een vermaterialiseerd
geloof, zoals Judas.
Maar Jezus is het alleen te doen om onze liefde. Laten we niet
opgaan in ons werk, in de dingen die op ons afkomen, maar laat
ons hart een woonplaats, een Bethanië voor Hem zijn. Aan Jezus
ligt het beslist niet want Hij wil door zijn Geest in ons wonen.
(Joh.14:23)
|
| Gods
tempel zijt gij |
|
Lezen: 1
Korintiers 3:10-17 en 1 Samuel 10
10
Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een kundig
bouwmeester het fundament gelegd, waarop een ander voortbouwt.
Maar ieder zie wel toe, hoe hij daarop bouwt. 11
Want een ander fundament, dan dat er ligt, namelijk Jezus
Christus, kan niemand leggen. 12 Is er iemand,
die op dit fundament bouwt met goud, zilver, kostbaar
gesteente, hout, hooi, of stro, 13 ieders werk
zal aan het licht komen. Want de dag zal het doen blijken,
omdat hij met vuur verschijnt, en hoedanig ieders werk is, dat
zal het vuur uitmaken. 14 Indien het werk, dat
hij erop gebouwd heeft, stand houdt, zal hij loon
ontvangen, 15 maar indien iemands werk verbrandt,
zal hij schade lijden, doch hij zelf zal gered worden, maar
als door vuur heen. 16 Weet gij niet, dat gij
Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont? 17
Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem schenden. Want de
tempel Gods, en dat zijt gij, is heilig!
Als je lesgeeft
moet je alles altijd minstens twee keer laten zien. Dat doet
Paulus ook. Zijn tweede plaatjesles gaat over het bouwen van een
huis.
In Korinte werd menig nieuw groot huis gebouwd. Iedereen had
daar wel eens bij staan kijken.
Allerbelangrijkst is het fundament. Dat bepaalt de draagkracht
in alle omstandigheden en geeft de grootte aan: de binnenplaats
en het aantal kamers.
Even belangrijk is daarna het bouwmateriaal, waarmee het huis op
het fundament wordt opgetrokken. Waar het vooral om gaat is de
kwaliteit van het huis. Die blijkt pas als er brand uitbreekt.
Wat blijft er dan van het huis staan?
De Korintiërs hebben het best begrepen: Paulus de architect.
Apollos de metselaar, zij het huis en dat staat te branden! En
alsof het nog niet genoeg is, klinkt het geweldige woord in hun
oren: "Een groot huis? Nee. Gods Tempel zijn jullie! Hij
woont bij jullie. Jullie zelf zijn Zijn Huis. Jullie breken
jezelf toch niet af'.
"Blijf
tot het laatste toe bijeen:
tezamen sterk en met Hem een:
zo zult gij overwinnen".
(Gezang 298)
|
|
|