|
1
Korintiërs |
|
En ik,
broeders, kon niet tot u spreken als tot geestelijke mensen,
maar slechts als tot vleselijke, nog onmondigen in Christus. |
| Onenigheid |
Lezen: 1
Korintiërs 3:1-9
1 En
ik, broeders, kon niet tot u spreken als tot geestelijke
mensen, maar slechts als tot vleselijke, nog onmondigen in
Christus. 2 Melk heb ik u gegeven, geen vast
voedsel, want dat kondt gij nog niet verdragen. Ja, dat kunt
gij ook nu nog niet, 3 want gij zijt nog
vleselijk. Want als er onder u nijd en twist is, zijt gij dan
niet vleselijk, en leeft gij niet als onveranderde
mensen? 4 Want wanneer de een zegt: Ik ben van
Paulus; en de ander: Ik van Apollos; zijt gij dan niet
onveranderde mensen? 5 Wat is dan Apollos? Of wat
is Paulus? Dienaren, door wie gij tot geloof gekomen zijt, en
wel zoals de Here dit aan een ieder geschonken heeft. 6
Ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God gaf de
wasdom. 7 Daarom, noch wie plant, noch wie
begiet, betekent iets, maar God, die de wasdom geeft. 8
Wie plant en wie begiet, staan gelijk; alleen zal elk zijn
eigen loon krijgen naar zijn eigen werk. 9 Want
Gods medearbeiders zijn wij; Gods akker, Gods bouwwerk zijt
gij.
Wat is de
oorzaak dat in gemeenten Gods Woord z'n gewenste uitwerking
mist? Dat men Christus niet centraal stelt! Daardoor raakt de
echte eenheid zoek.
Wie opnieuw geboren is, is een geestelijk mens geworden. Maar
leven wij altijd wel zo? Soms zijn we ongeestelijk en doen we
onze eigen zin, net zoals ongelovigen. We laten ons dan leiden
door ons 'vlees', onze oude, zondige natuur (1Kor.3:1-3;
Rom.8:5-8) Dit komt uit in wereldsgezindheid, jaloersheid e.d.,
met als gevolg partijdigheid en twist (1Kor.3:4).
Wie zo leeft, laat zien dat hij nog onmondig is en nog geen
verantwoordelijkheid kan dragen. Zo iemand is geestelijk niet
uitgegroeid of teruggevallen of gewoon stil blijven staan bij
het 'abc' van het geloof. Daardoor stuit elke preek die wat
verder gaat af op onbegrip en dringt die niet tot hem door. Hij
ziet de gemeente dan ook niet als Gods werkterrein, waar
Christus door zijn Geest bezig is, maar als een zaak van mensen,
waar bepaalde menselijke voorkeur beslissend is.
Hiertegenover stelt Paulus duidelijk in het licht hoe wij de
gemeente moeten zien. Hij vergelijkt haar met een akker, waar de
oogst alleen aan de HERE te danken is (1Kor.3:9). De leiders
zijn gewone mensen. Het enige dat hen onderscheidt, is dat God
hun een bepaalde taak gegeven heeft, ieder een verschillende.
Voor die taak gaf Hij hun ook bekwaamheden (1Kor.3:5-7). Ze zijn
dus medewerkers die elkaar nodig hebben en ze mogen niet als
concurrenten beschouwd worden.
En als ze ergens in uitblinken, is dat niet hun verdienste. Ze
verdienen dus geen voorkeur, ze doen slechts hun plicht. Wel
ontvangen zij uit genade beloning (Matt.10:41,42), maar die
krijgen ze van God, want Hij alleen kan en zal hun werk zuiver
beoordelen (1Kor.3:8).
Het zal dus zaak zijn dat wij geestelijk zo groeien dat we
kunnen onderscheiden waar het op aankomt (Flp.1:9,1Oa), namelijk
dat wij inderdaad Christus centraal stellen en Hem zien als het
Hoofd van zijn gemeente, die daar bezig is en die het eigenlijke
doet! Dat is het geneesmiddel tegen onenigheid (Efe.4:15,16).
| Vraag: |
Hoe
wordt je van onmondig mondig? (Vgl. Efe.4:11-16) |
|
| Geestelijk
of vleselijk |
Lezen: 1
Korintiers 3:1-9 (Zie boven)
We zagen reeds eerder dat Paulus het over de 'ongeestelijke'
mens spreekt. Dat is de mens die volkomen zonder God leeft
(1Kor.2:14). In de verzen van vandaag gaat het over geestelijke
en 'vleselijke' mensen. Daarmee wordt een onderscheiding binnen
de gemeente aangegeven.
Geestelijk is wie zich door de Geest van God laat regeren.
Dan leer je denken en leven vanuit God (Rom.12:1,2).
Vleselijk is wie wel de Geest ontvangen heeft
(Vgl.1Kor.3:16,17), maar die de leiding over zijn leven niet aan
de Geest geeft, maar aan het vlees (= zijn eigen ik).
Men is wel in Christus, dat wil zeggen: met Hem verbonden, maar
is daarin nog onmondig (1Kor.3:1). De groei in het geloof
stagneert; wie door zijn eigen ik beheerst wordt, kan het
geestelijk voedsel, dat voor deze groei nodig is, nog niet
verdragen (1Kor.3:2; Melk: de grondbeginselen, het abc van het
geloof; vast voedsel gaat dieper. Vgl. Hebr.5:11-6:3).
Paulus wijst het gebrek aan geestelijk denken aan als de oorzaak
van de verdeeldheid onder de gelovigen in Korinte. Men is sterk
gebonden aan bepaalde mensen (1Kor.3:3,4). Jammer genoeg laat
onze tijd vaak niets beters zien.
Daartegenover stelt Paulus met nadruk dat mensen in de gemeente
wel een bepaalde taak hebben, maar slechts als dienaren van God.
Hij geeft ieder zijn taak (1Kor.3:5).
Paulus zegt van zichzelf dat hij slechts het plantje van het
geloof mocht planten en dat anderen, zoals Apollos, dat plantje
mochten begieten. Maar God Zelf doet de plant van het geloof
groeien door zijn genade en door het werk van de Geest. De
dienaren hebben ieder een eigen taak en vullen elkaar wel aan,
maar God doet het eigenlijke werk (1Kor.3:9). Hij, en niet de
gemeente, beoordeelt daarom hun werk en keert hun loon uit
(1Kor.3:6-8).
Sinds de geboorte van de gemeente van Jezus, op de Pinksterdag
in Jeruzalem, door de uitstorting van de Heilige Geest, zijn er
meerdere belangrijke Kerkvaders en Hervormers opgetreden.
Gelovigen, die door God geroepen waren. Maar wat is er helaas
vaak gebeurd? Hun namen werden verbonden aan denominaties en
stromingen binnen de kerken. En dat ondanks waarschuwingen zoals
in dit bijbelgedeelte
| Kern: |
Vleselijk
ben je wanneer je je als christen toch door je zondige
vlees laat leiden.
Geestelijk ben je wanneer je je metterdaad laat
leiden door de Geest. |
| Vraag: |
Hoe
leeft u? (Vgl. Gal.5:16-26) |
| Gebed: |
Leer
mij uw wil meer verstaan, HERE ... |
|
|
|