|
Lezen: Jesaja
40:12-31 en 1Korinte 2:6-16
Zondag 8 (vraag 24 en 25 van de Catechismus)
Gemeente van onze Here Jezus Christus,
Het gaat in Zondag 8 over de belijdenis van de Drie-eenheid.
Er is één God, maar de Bijbel spreekt van drie
onderscheiden Personen, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
De Catechismus plakt dat aan de Twaalf Artikelen en verdeelt die
artikelen vervolgens ook in drieën.
Het is een moeilijk belijdenis.
Want in onze beleving bestaat er een duidelijk verschil tussen
één en drie. Als er maar één God is, hoe kun je dan
begrijpen dat de Vader God is, en de Zoon God is en de Heilige
Geest God is, terwijl die Vader, die Zoon en die Geest wel weer
drie verschillende Personen zijn. Daar kun je met je menselijke
logica niet bij.
Wie een gesprek aangaat met Jehova's Getuigen zal daar
waarschijnlijk onmiddellijk op aangesproken worden. En ook
Moslims en Joden zullen u graag voorrekenen dat Drie-eenheid een
innerlijk tegenstrijdige term is.
Daarbij komt nog, dat de woorden "Persoon" en "Drie-een-heid"
ook geen woorden zijn die je in de Bijbel tegenkomt. De term
drie-eenheid is door vroegere theologen bedacht om zich te
kunnen uitdrukken. Maar het is te begrijpen dat we, wanneer we
over dit leerstuk nadenken, duizelig worden en het idee blijft
komen: hoe kan dit zo zijn? Kan dit wel kloppen?
Nu wil ik niet zozeer stilstaan bij de Drie-eenheid. Op zich zou
dat niet slecht zijn, want de manier waarop de Catechismus
erover spreekt kan tot misverstand leiden.
"God, de Vader en onze schepping, God de Zoon en onze
verlossing en God de Heilige Geest en onze heiliging". Dat
is toch weer drie, waarbij de eenheid niet vergeten moet worden.
Want het is niet zo, dat God de Vader alleen het scheppingswerk
heeft gedaan. God de Zoon, onze Here Jezus Christus was voordat
Hij mens werd, ook volop bij dat werk betrokken. Om een
voorbeeld te geven: Johannes begint zijn evangelie met te
vertellen dat de Zoon, die hij het Woord noemt, in den beginne
er al was. "Alle dingen zijn door het Woord geworden, en
zonder dit is geen ding geworden dat geworden is"
(Joh.1:3). En ook de Heilige Geest was er actief bij betrokken.
Al in de eerste twee verzen van de Bijbel lezen we, dat God de
hemel en de aarde schiep "en de Geest Gods zweefde over
de wateren". (Gen.1:2)
We moeten ook niet denken dat onze verlossing exclusief het werk
van God de Zoon was. Bij Jezus' doop in de Jordaan daalde de
Geest in de gestalte van een duif op Hem neer om duidelijk te
laten zien dat in Jezus de Geest van God werkte. Jezus heeft
zich dan ook "door de Geest ten offergesteld",
lezen we in Hebreeën 9:14. En Paulus verkondigde het evangelie,
dat "God door Christus de wereld met zichzelf
verzoenende" was.
En tenslotte is de Heilige Geest niet alleen bezig met onze
heiliging. De Here Jezus wordt door Paulus genoemd als wijsheid,
rechtvaardigheid, heiliging en verlossing. Hij is dus ook onze
heiliging. Ook hierin komt duidelijk naar voren dat we de
eenheid van God niet mogen vergeten.
Maar zoals gezegd, daar wil ik nu niet uitvoerig op doorgaan. Er
is een andere zin in de Catechismus die ik naar voren wil halen,
die wel eens de belangrijkste zin uit deze Zondag zou kunnen
zijn. Want als er gevraagd wordt, ik zeg het even in eigen
woorden: hoe kan dat nou, waarom heb je het nu over één God en
toch over Vader en Zoon en Heilige Geest, dan is het antwoord: Omdat
God zich in zijn Woord zo geopenbaard heeft. Met andere
woorden: God heeft dat van zichzelf zo verteld in de Bijbel.
Daarom geloven wij, dat wil dus zeggen: weten wij, dat er één
God is, die Zich geopenbaard heeft als Vader, als Zoon, en
als Heilige Geest. Waarom? Omdat God zich in zijn Woord zo
geopenbaard heeft!
Ja maar.., moet je dan dingen geloven die tegen de wetten van de
logica ingaan? Leert de Bijbel ons dingen, die niet kunnen, maar
die we dan toch maar gewoon zullen moeten aanvaarden, verstand
op nul, blik op oneindig?
Dat kan natuurlijk niet. Vroeger heeft eens iemand gezegd credo,
quia absurdum en ook als u geen Latijn kent begrijpt u dat: ik
geloof, omdat het absurd is.
Dat klinkt wel aardig, maar het is natuurlijk niet zo aardig.
Geloven is niet absurd. Nee, de dingen die de Here ons vertelt
in zijn Woord zijn juist waar, betrouwbaar en wijs. Hij laat ons
geen onzin geloven. Zeker, er staan dingen in de Bijbel, die we
langs een andere weg niet zouden weten. Maar ook die dingen zijn
niet absurd. En in de Bijbel, en dat is niet het minst
belangrijke, maakt God Zichzelf aan ons bekend. En dan is het
zaak goed te luisteren. Want dat is natuurlijk dé manier om God
te leren kennen.
Ook buiten de Bijbel om kunnen we wel wat over God weten.
Je kunt Hem kennen als de Schepper, wanneer je naar de natuur,
of naar jezelf kijkt.
De opvatting dat het heelal en ook het leven, vanzelf, door een
toevallige explosie is ontstaan, dat is pas absurd! Dat er een
plan achter zit, een geweldig concept; dat daarover nagedacht is
en dat er enorme krachten en inzichten aan zijn besteed, dat
spettert van de schepping af. "De hemelen vertellen Gods
eer, en het uitspansel verkondigt het werk van Zijn handen".
(Ps.19:2)
Je kunt iets van God zien wanneer je je verdiept in de
geschiedenis. Zelfs in uw eigen leven zijn er vast wel momenten
dat u weet: "dit is geen toeval". Wat er nu met
mij gebeurt is duidelijk de hand van God, die mij helpt. Ieder
mens heeft zulke momenten. God laat zijn schepselen niet aan hun
lot over.
Maar dat is voor sommigen wel erg vaag en moeilijk te
accepteren. Er is dus een "hogere macht" een
"godheid". Maar hoe of wat, daarover gaan de meningen
uiteen. Het verschilt nogal wat of je Hindoe, Moslim of Christen
bent! Allemaal hun eigen voorstelling van God, en allemaal
verschillend van elkaar.
"En wie zal dan zeggen, dat hij het weet en de ander niet?
Dat zou arrogant zijn. Je kunt het toch niet weten. Ieder maakt
zich zijn eigen voorstelling van God. Een voorstelling die
gebaseerd is op de eigen ervaringswereld en de eigen
beleving". zo zegt men
En daar komen de verschillen van. Je moet zeggen: daar gaat het
fout. Dat gebeurt ook onder het volk van God. In Jesaja 40
klagen de mensen in ballingschap, dat God niet meer weet hoe het
met ze gaat en dat Hij zich niets meer van ze aantrekt. In hun
voorstelling is Hij een God, die het opgeeft. Hij kan hen niet
meer zien en hen geen recht verschaffen. Hij bekommert zich niet
meer om ons en neemt het niet meer voor ons op. Dat is hun
ervaring.
Maar dan stuurt God de profeet Jesaja met die machtige woorden,
waarin hij de zaak weer in de juiste proporties zet. Wat denken
jullie eigenlijk, jullie horen beter te weten. Je hebt het toch
gehoord, wanneer de Schriften werden gelezen? Het is jullie toch
verteld door je ouders en grootouders? God is de schepper, die
zo groot is dat volkeren voor Hem maar een druppeltje een emmer
zijn. De mensen op aarde zijn voor God als sprinkhanen in de
diepte. En alles wat er op de wereld gebeurt is in zijn hand,
inclusief die geweldige machthebbers. Met wie dan wilt Gij God
vergelijken en welke vergelijking op Hem toepassen? (Jes.40:18)
Nee, er is niets waarmee God te vergelijken valt. Zeker niet met
zo’n stom beeld, dat door een vakman in elkaar wordt gezet.
God gaat alle menselijk verstand te boven. Hij is eeuwig, en Hij
wordt nooit moe.
Kunt u het zich voorstellen? Ik niet. De Israëlieten waren het
ook vergeten. Zoals de mensen dachten was veel te beperkt, veel
te klein, veel te menselijk voor God. De ballingen in Babel
kunnen beter weten. Ze kunnen beter weten, "omdat Gód zich
in zijn Woord zo geopenbaard heeft"!
Wat was het gevolg van die verkeerde voorstelling van God?
Het gevolg was dat men met God niets meer meende te kunnen
beginnen. Dat ze Hem eigenlijk hadden afgeschreven in de
problemen van hun bestaan. Zodat Jesaja er nog maar eens op
wijst, dat Hij de God is, die de moede kracht geeft en de
machteloze sterkte vermeerdert. Dat Hij de God is, die je mag
zoeken, want wie de HERE verwachten putten nieuwe kracht.
(Jes.40:31)
Wanneer ze God niet voor ogen houden zoals Hij is, kunnen ze
geen beroep op Hem doen, terwijl Hij hen wil helpen, hen kracht
wil geven. Ze mogen dagelijks van Hem hun portie moed ontvangen.
Want zó is Hij. “Omdat God zich in zijn Woord zo geopenbaard
heeft”! Je moet Hem kennen om Hem te zoeken en van Hem
te ontvangen wat je nodig hebt.
In de begintijd van onze jaartelling trok de apostel Paulus door
de wereld. Hij verkondigde het blijde nieuws, dat Jezus, Gods
Zoon, aan het kruis gestorven was en dat door Hem er vergeving
van zonden en eeuwig leven is.
Hij vertelde, en alle andere apostelen deden dat ook, dat er
maar één weg ten leven is, maar één manier om als mens gered
te worden van de ondergang, en dat is door te geloven in het
werk van Jezus. U moet zich voorstellen, dat Paulus leefde in
een wereld waarin een heleboel goden werden vereerd, die elkaar
niet beten maar als collega's beschouwd werden. Ieder zijn god,
daar was niets mis mee.
In die wereld kwamen de apostelen vertellen dat alle goden nep
zijn, allemaal, en dat de God, die hemel en de aarde gemaakt
heeft door zijn Zoon Jezus Christus gezocht en gevonden wil
worden.
Dat heeft men ervaren als een arrogante eigenwijsheid.
Tolerantie verdraagt alles, behalve wanneer anderen claimen de
waarheid te kennen. Dan worden tolerante mensen intolerant, en
breken vervolgingen los.
Waarom zouden hun goden niet ook een stuk van de goddelijke
wereld kunnen vertegenwoordigen?
Waarom zou tegenwoordig de Islam
en het Hindoeïsme en welke andere godsdienst ook maar, niet net
zo goed een heilsweg kunnen bieden. Misschien is Allah wel
dezelfde als de God van de Bijbel, en hebben de moslems alleen
maar een andere maniér...
Wat geeft jullie het recht zo exclusief te spreken? Julle weten
het toch net zo min al wij? We zijn toch allemaal maar mensen.
zo zeggen ze dan tegen ons
Deels hebben ze gelijk. Vanuit ons zelf weten wij het ook niet.
Wil je weten hoe God is, dan kun je dat niet vanuit je eigen
gevoel halen, en je kunt het ook niet al redenerend vaststellen.
Dat heeft een man als Paulus ook beslist niet gedaan. Hij zegt:
wij weten dit, want God heeft het ons geopenbaard door de Geest.
(1Kor.2:10) Gods Heilige Geest heeft Paulus geleerd wie God is
en hoe God is. En dat is de enige manier. Paulus vergelijkt het
met een mens. Wie toch onder de mensen weet wat in een mens is,
dan des mensen eigen geest, die in hem is. (1Kor.2:11) Dat is
waar.
Wie kent mij nu echt? Mensen, die vaak met je omgaan kennen je
wel een beetje, en je man of je vrouw die kent je aardig goed.
Maar niemand kan een ander ooit helemaal kennen. Je eigen geest,
die kent je goed.
Je weet uiteindelijk alleen maar zelf, wie je bent. En een ander
ziet maar een stukje, en veelal alleen maar buitenkant. Wil je
dus weten hoe iemand echt is, wil je iemand beter leren
kennen, dan helpt het niet om over die persoon na te denken en
wat te verzinnen. Nee, dan moet je met die persoon gaan praten
of persoonlijke brieven lezen. Hij moet het je zelf gaan
vertellen, dat is het beste. Want je kunt niet aan de hand van
een foto en zelfs niet aan de hand van verhalen van familieleden
een ander leren kennen. Je zult op zijn minst van die persoon
zelf moeten horen wat die zegt.
Zo is het met God ook. De enige, die God echt kent, is God Zelf.
Gods Heilige Geest. Die weet precies wat er in God omgaat, wat
Hij denkt, wat Hij vindt.
De enige manier waarop een mens God kan leren kennen is wanneer
God over Zichzelf vertelt, het kan alleen maar door Gods Woord
en Geest. Wij kunnen prachtige gedachten hebben, we kunnen ons
een god uitdenken die ons zeer aanspreekt door zijn
liefde en trouw, maar uiteindelijk zal God groter blijken
te zijn dan onze gedachten, en ook nog vaak anders dan
wij dachten. Paulus kon over God spreken omdat God eerst over
zichzelf met Paulus gesproken had.
Zo kunnen wij ook alleen maar over God spreken op grond van wat
God over zichzelf in de Bijbel laat vertellen.
Dat betekent niet, dat we nu alles van God weten. We kunnen niet
eens een medemens volkomen doorgronden, ja, we kennen vaak niet
eens de diepten van ons eigen hart.
Dus die almachtige God, die hemel en aarde gemaakt heeft, kunnen
we zeker niet doorgronden. Plat gezegd krijgen we Hem nooit in
onze zak. We kunnen Hem, zoals Jesaja ook zegt, met niets en
niemand vergelijken. Er is in onze hele ervaringswereld en
kenniswereld niets of niemand, die we kunnen gebruiken als een
plaatje of verduidelijking van God.
Maar wanneer God zelf spreekt, dan leer je wat! Daarom kon
Paulus met zijn evangelie rondgaan. Want het was niet een
verzinsel van Paulus, geen verhaal dat goed paste bij de
persoonlijke beleving en gedachtewereld van Paulus, het was de
boodschap van God zelf voor de mensen. Daarom sprak hij zo
exclusief. Daarom worden ook wij als christenen geroepen de
mensen te wijzen op de Here Jezus, de enige, die je redden kan.
Dat is niet omdat wij het zo goed weten, en het is zeker niet,
omdat wij wel eventjes kunnen vertellen hoe God in elkaar
steekt. Maar dat is omdat God het zo van zichzelf vertelt, en
wij boodschappers zijn, geen uitvinders.
Dan is ook te aanvaarden dat God van Zichzelf vertelt dat Hij
Eén is en duidelijk maakt dat de Vader, de Zoon en de Geest God
zijn. Dat kunnen we ons niet voorstellen. Er is niets in de
schepping dat daar ook maar in de verste verte op lijkt. Zoiets
kun je als mens ook niet bedenken. Zo heeft God het gezegd.
Dan is het ook vanzelfsprekend dat de Bijbel, het Woord van God,
van onschatbare waarde is. Daar lees je dingen in, die je
nergens anders kunt lezen. Daar mag je meer en meer leren wie je
Vader in de hemel is, wie je Zaligmaker is, wie in je wil wonen
en werken.
Er was eens iemand die een opmerking plaatste dat mensen iets
over God gedacht hadden, namelijk, dat Hij opdracht had gegeven
de Kanaänieten uit te roeien, maar dat God niet echt zo is.
Wanneer het punt dat hier in de Catechismus genoemd wordt, ons
ter harte gaat, dan moeten we erkennen dat God Zichzelf in zijn
Woord aan ons bekend maakt en wanneer we menen dat sommige
dingen niet kunnen kloppen, zijn we niet alleen eigenwijs, maar
verliezen we daarmee ook de enige bron van kennis. Het gaat
niet om een theologisch debat, maar om de persoonlijke omgang
met Vader in de hemel; nemen we Hem op zijn Woord serieus of
niet?
Want als we de Here God kennen zoals Hij is, dan kunnen we, zou
ik haast zeggen, ten volle van Hem profiteren.
Zoals de Israelieten in Babel een te beperkt beeld van God
hadden, zo kunnen wij dat krijgen wanneer we een deel van Gods
zelfgetuigenis niet willen aanvaarden. Daarmee doen we onszelf
en elkaar te kort. Dan krijg je scheefgroei in het geloof en
wanneer ik me niet vergis komt scheefgroei binnen de Nederlandse
christenheid veel voor. Mensen weten steeds minder wat ze
geloven mogen en de zekerheid van het geloof staat bij velen
onder druk. Dat is een gevolg van de afname van het lezen in en
het gelovig aanvaarden van de Bijbel.
Blijkbaar realiseren we ons te weinig hoe afhankelijk we van de
Bijbel zijn in ons spreken over God en het nadenken over het
geloof in God.
Dan is die mooie zin uit onze belijdenis weer een eyeopener. Hoe
weten we dat nu, wat we over God belijden? "Omdat God
zich in zijn Woord zo geopenbaard heeft". Daarom..!
En dan begrijpen we ineens ook een zin over de Drie-eenheid in
artikel 9 uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Wij weten dit
alles zowel uit de getuigenissen der Heilige Schrift als uit de
werkingen van deze Personen, voornamelijk die welke wij in ons
ervaren. Wanneer je geleerd hebt in de Schrift dat God Vader,
Zoon en Heilige Geest is, ga je merken in je leven dat dat waar
is.
Het gaat over goddelijk werk: schepping, verlossing,
vernieuwing. Daar kun je ten volle van van genieten als je goed
geluisterd hebt naar wat de Geest tot de gemeente zegt! Amen
|