|
Lezen 1
Korintiers 1:26-31
26 Ziet
slechts, broeders, wat gij waart, toen gij geroepen werdt: niet
vele wijzen naar het vlees, niet vele invloedrijken, niet vele
aanzienlijken. 27 Integendeel, wat voor de wereld
dwaas is, heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, en
wat voor de wereld zwak is, heeft God uitverkoren om wat sterk
is te beschamen; 28 en wat voor de wereld
onaanzienlijk en veracht is, heeft God uitverkoren, dat, wat
niets is, om aan hetgeen wel iets is, zijn kracht te ontnemen,
29 opdat geen vlees zou roemen voor God. 30
Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van
God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en
verlossing, 31 opdat het zij, gelijk geschreven
staat: Wie roemt, roeme in de Here.
De christenkring
in Korinte bestaat kennelijk uit eenvoudige mensen. Zij
hebben niet gestudeerd, zijn ook niet kapitaalkrachtig of van
edele geboorte. Op geen enkel gebied gaven zij de toon
aan. Alleen van een zekere Erastus weten we dat hij
"rentmeester", (wethouder van financiën) was.
(Rom.16:23).
Paulus troost hen: God gebruikt doodgewone lieden om mee te
werken. En dat heeft als bijkomend resultaat, dat niemand de
kans krijgt om op te scheppen (1Kor.1:29).
Grote woorden gebruiken doe je alleen over God. Dat zei Jeremia al
(Jer.9:23-25). Hij doet goedertierenheid, recht en
gerechtigheid op aarde. Wie dat doorheeft, heeft pas goed
verstand
En dan komen Paulus' grote woorden. Pas door Christus' persoon en
werk, als je daarmee met je hele persoon in contact bent gekomen,
kun je weten waar het in het leven om gaat: rechtvaardigheid (de
fouten doorgestreept), heiliging (afzondering tot God - op de
goede weg gezet met een kompas in de hand) en verlossing
(losgekocht uit de slavernij van de Boze door het bloed van
Christus).
Ja, ik roem in "vrije gunst alleen".
|