|
Lezen: 1 Korintiërs 1:13-18 en 1 Samuel 4
13 Is
Christus gedeeld? Is Paulus dan voor u gekruisigd, of zijt gij
in de naam van Paulus gedoopt? 14 Ik ben dankbaar,
dat ik niemand uwer gedoopt heb dan Crispus en Gajus; 15
zodat niemand kan zeggen, dat gij in mijn naam gedoopt zijt.
16 Ook heb ik nog het gezin van Stefanas gedoopt; verder
weet ik niet, dat ik nog iemand gedoopt heb. 17 Want
Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het
evangelie te verkondigen, en dat niet met wijsheid van woorden,
om niet het kruis van Christus tot een holle klank te
maken. 18 Want het woord des kruises is wel voor
hen, die verloren gaan, een dwaasheid, maar voor ons, die
behouden worden, is het een kracht Gods.
De Corinthiers,
die de boodschap van Paulus over Jezus Christus hadden gehoord en
geloofd werden door de bevolking spottend "Christenen"
genoemd. Het was een scheldwoord, een scheldnaam, en die
naam dragen miljoenen die zich eigendom van de Christus weten nog
steeds.
Die naam geeft weer dat zij bij de Christus behoren, van Hem
afhankelijk zijn, Zijn aanwijzingen volgen en Zijn toekomst
verwachten. Het was destijds in die, naar toenmalige
begrippen, vrij grote stad, maar een klein kringetje, die zo
genoemd werd.
Aan de andere kant waren er de vele stromingen van denken en leven
die zich in de Griekse wereld een weg zochten. Kleine
groepjes van geleerden (tegenwoordig
lezen we nog op gymnasia hun verslagen)
verkondigden hun wijsheid: maar ze waren het bijna allemaal met
elkaar oneens.
Voor Paulus was het duidelijk. "De Gezondene, Jezus, de
Christus is het Leven". Alleen Hij, de Gekruisigde,
brengt het nieuwe leven. Het oude leven moet tot de dood toe
afsterven en volledig vergaan. Het nieuwe leven, dat uit
genade wordt gegeven, moet het geheel vervangen.
Een lied komt in ons hart...: "Een Naam is onze hope".
|