Klik hier om onze site "Het Woord" te openen indien u alleen deze pagina ziet1 Korintiërs 1:4

 

1 Korintiërs 1:4

Ik dank God te allen tijde over u, vanwege de genade Gods, die u in Christus Jezus geschonken is

 

Kritiek? Eerst danken!

 
Lezen: 1 Korintiërs 1:1-9

1 Paulus, een geroepen apostel van Christus Jezus door de wil van God, en Sostenes, de broeder,  2 aan de gemeente Gods te Korinte, aan de geheiligden in Christus Jezus, de geroepen heiligen met allen, die allerwegen de naam van onze Here Jezus Christus aanroepen, hun en onze Here:  3 genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus.  4 Ik dank God te allen tijde over u, vanwege de genade Gods, die u in Christus Jezus geschonken is; 5 want in elk opzicht zijt gij rijk geworden in Hem: in alle woord en alle kennis,  6 gelijk het getuigenis aangaande Christus onder u bevestigd is,  7 zodat gij ten aanzien van geen enkele genadegave te kort komt, terwijl gij uitziet naar de openbaring van onze Here Jezus Christus.  8 Hij zal u ook bevestigen ten einde toe, zodat gij onberispelijk zult zijn op de dag van onze Here Jezus Christus.  9 God is getrouw, door wie gij zijt geroepen tot gemeenschap met zijn Zoon Jezus Christus, onze Here.

Op zijn tweede zendingsreis had Paulus Korinte voor de eerste maal bezocht. Toen ontstond daar een gemeente.

Ongeveer 3 jaar later schrijft hij deze brief. Paulus schrijft hem niet alleen uit belangstelling, maar ook omdat hem berichten hebben bereikt die hem zorg baren (Vgl. 1Kor.11,12). De gemeente in Korinte is een jonge gemeente en ze bevindt zich in een grote stad, waarin de diverse culturen uit de landen rondom de Middellandse Zee door elkaar wonen. Korinte is een handelsstad met een zeer gemengde bevolking.

Paulus schrijft deze brief ook namens zijn medewerker Sostenes (1Kor.1:1). Deze Sostenes was in Korinte een leider van de joodse gemeenschap, evenals Crispus (1Kor.1:14).
Zij hoorden tot de eerste bekeerlingen die Paulus maakte (Hand.18:8,17). Direct waren zij toen al in ongenade gevallen bij de joden die niet op de boodschap van Paulus wilden ingaan. Heel nadrukkelijk zegt Paulus van de christenen dat ze een afgezonderd eigendom van God zijn, Hem toebehoren door Jezus (1Kor.1:2). Zo wil hij hen bemoedigen en hen hun plaats laten zien in de alom groeiende universele gemeente van Jezus. Zij horen er echt bij!

Paulus heeft kritiek op deze gemeente, maar hij begint met de HERE te danken (1Kor.1:4). Alleen als dat met betrekking tot elkaar vooropstaat, is kritiek christelijk en opbouwend.

De Korintiërs zijn rijk geworden in het Woord van God en in het kennen van God. Het zaad van Gods Woord is er in goede aarde gevallen en draagt vrucht (1Kor.1:5,6; Vgl. Matt.13: 8,23). Geen enkele genadegave (De charismata, 1Kor.12 en 14) ontbreekt hun (1Kor.1:7a). Paulus prijst hen ook om hun uitzien naar de terugkomst van Jezus (1Kor.1:7b).

Ze kijken uit naar Hem die het centrum van hun leven is. Doet u dat ook? dat geloof wordt bevestigd (1Kor.1:8,9; Flp.1:6).

Voor de Korintiërs, die net tot geloof gekomen zijn, is het een bemoediging, te mogen constateren dat er groei is in het geloof en in de opbouw van de gemeente. Is zo'n groei en zo'n opbouw ook te zien in uw leven en in uw gemeente?

Kern: het nieuwe leven, dat door het geloof in ons geplant wordt, moet groeien.  God onderhoudt die groei.
Vraag: Hoe kunt u deze groei ook in uw leven en in uw gemeente bevorderen? (Vgl. Efe.4:11-16.)
Gebed: Laat m'in U blijven, groeien, bloeien, o Heiland die de wijnstok zijt! Uw kracht moet in mij overvloeien, of 'k ben een wis verderf gewijd...
 

 

.

 

 

Inhoud:

o Kritiek? Eerst danken!

 

Referenties:

o

 

.

 

 


Het Woord Index Bijbel 1 Kor Totaal
Voordat we bovenstaande teller in werking stelden
werden we reeds 180977 bezocht
Helaas stopte die teller met zijn service.