|
1
Koningen 11:19
|
|
En Hadad
won zozeer de genegenheid van Farao, dat deze hem de zuster van
zijn vrouw, de zuster van
Tachpenes, de gebiedster, tot vrouw gaf. |
|
Achtergrondinformatie
|
Hadad
Hadad is
de naam van een Edomietische prins. Bij een inval van David en
Joab in zijn land (1Kron.11:14-22) vreesde hij de wraak van Job
en vluchtte naar Egypte, waar hij huwde met een Egyp- tische
prinses, Tachpenes, de zuster van de koningin. Na Davids dood
keerde hij naar zijn vaderland terug en kreeg weer een deel van
Edom. (Septuaginta vs. 14 en 22; Hebreeuwse tekst vs. 25; de
Statenvertaling heeft nog een fragment van de tekst van de
Septuaginta).
Farao
Farao is de
titel van de Egyptische koningen. Het woord betekent "het
grote huis" en het duidt in hiërogliefen-teksten de koning
aan zonder dat hij bij name genoemd wordt. Een Farao had titels
die meer voor een God dan voor een mens passen, zoals "heer
der beide werelden", "de leven gevende" en de
"eeuwig levende". Hij gold als een aardse
verschijningsvorm van de zonnegod Ra, wiens zoon, nakomeling en
erfgenaam hij was. Hoewel zijn macht onbeperkt was en hij ook na
zijn dood goddelijke eer ontving, werden zijn schreden
zorgvuldig bewaakt door de priesters, die voor hem de gebedsuren
leidden en de offers brachten. Slechts enkele Farao’s waagden
het hun leven in te richten in strijd met de oude inzettingen,
welke de koning voor ieder uur van don dag bijzondere
verrichtingen voorschreven.
De wettige vrouw van Farao, de
koningin, had een hoge positie die soms hoger was dan die van
haar man, omdat er ook opvol- ging in de vrouwelijke linie
mogelijk was. Anders dan andere Oos- terse vorsten vertoonde de
koning van Egypte zich vaak in het openbaar, zelfs in gezelschap
van zijn vrouw en zoons. Dat er bij die gelegenheden veel
luister ten toon gespreid werd, ligt voor de hand.
De gedenktekens beelden de koning
af in zeer verschillende kos- tuums. Dikwijls draagt hij alleen
een schort met een gordel. Om de hals heeft hij een brede band
van edelstenen en goud. Hij droeg een pruik omdat de Egyptenaren
kale hoofden hadden.
De koning werd gekroond op de dag
na het overlijden van zijn voorganger. De paleizen van de Farao’s
waren zeer groot en door tuinen omgeven. Maar terwijl de tempels
van steen waren, waren de paleizen van tegels en hout; ze zijn
dus niet bewaard geble- ven.
Zuster
van Tachpenes
In de stamboom
wordt in de NBG-bijbel, bij de
zuster van Tachpenes, de toevoeging "Gebiedster van
Egypte" vermeld. Uit andere vertalingen kan echter
geconcludeerd worden dat deze toevoeging slaat op Tachpenes zelf
i.p.v. op haar zuster.
|
|
|