|
Lezen:
Hebreeën 12:7-17
7 Indien gij
de kastijding verdraagt, zo gedraagt Zich God jegens u als
zonen; (want wat zoon is er, dien de vader niet kastijdt?)
8 Maar indien gij zonder kastijding zijt, welke allen
deelachtig zijn geworden, zo zijt gij dan bastaarden, en niet
zonen.
9 Voorts, wij hebben de vaders onzes vleses wel tot kastijders
gehad, en wij ontzagen hen; zullen wij dan niet veel
meer den Vader der geesten onderworpen zijn, en leven?
10 Want genen hebben ons wel voor een korten tijd, naar
dat het hun goed dacht, gekastijd; maar Deze kastijdt ons
tot ons nut, opdat wij Zijner heiligheid zouden
deelachtig worden.
11 En alle kastijding als die tegenwoordig is, schijnt geen zaak
van vreugde, maar van droefheid te zijn; doch daarna geeft zij
van zich een vreedzame vrucht der gerechtigheid dengenen, die
door dezelve geoefend zijn.
12 Daarom richt weder op de trage handen, en de slappe knieën;
13 En maakt rechte paden voor uw voeten, opdat hetgeen kreupel
is, niet verdraaid worde, maar dat het veelmeer genezen
worde.
14 Jaagt den vrede na met allen, en de heiligmaking, zonder
welke niemand den Heere zien zal;
15 Toeziende, dat niet iemand verachtere van de genade Gods;
dat niet enige wortel der bitterheid, opwaarts spruitende,
beroerte make en door dezelve velen ontreinigd worden.
16 Dat niet iemand zij een hoereerder, of een onheilige,
gelijk Ezau, die om een spijze het recht van zijn
eerstgeboorte weggaf.
17 Want gij weet, dat hij ook daarna, de zegening willende beërven,
verworpen werd; want hij vond geen plaats des berouws, hoewel
hij dezelve met tranen zocht.
Is
het niet een geweldig wonder, dat er zelfs in onze tijd van
relatieloosheid een werkelijke gemeenschap kan ontstaan tussen
mensen, door gehoor te geven aan de verkondiging van het
Evangelie?
Ja, maar dan ook werkelijk verkondiging van wat we gezien en
gehoord hebben, of, zoals Johannes het gezegd heeft:
"Hetgeen wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben
van het Woord des Levens" (1Joh.1:1).
Zuivere Evangelieverkondiging is niet praten Over allerlei mooie
gedachten uit de Bijbel, maar verkondiging zoals Johannes het
hier beschrijft.
Maar dat zou dan inhouden dat er nu geen echte verkondiging meer
mogelijk zou zijn! Want wie heeft er zelf iets getast en gezien
van het Woord des Levens? Er zijn toch geen apostelen meer die
zelf Jezus gekend hebben?
Nee, dat is waar. Maar, wat heeft Paulus dan van Jezus gezien,
anders dan door openbaring zoals het staat in Galaten 1:16?
Maar juist de verkondiging van Paulus heeft zo ontzettend veel
uitgewerkt in de gehele wereld van toen! Als Paulus zo'n
geweldige toerusting heeft gekregen om verkondiger van het
Evangelie te worden door de openbaring van Jezus Christus in
zijn leven, dan is het enige wat wij nodig hebben om dezelfde
toerusting te krijgen, dat Jezus zich ook in ons leven kan
openbaren!
Het bijbelgedeelte van vandaag vertelt ons dat niemand de Here
zal zien zonder heiliging (Hebr.12:14). Hiermee wordt
niet bedoeld: zelfheiliging, want dat is zo vreselijk ik-gericht,
dat het misschien wel de grootste zonde is die er bestaat.
Maar de Hebreeënbriefschrijver toont ons de weg naar echte
heiliging: God tuchtigt ons tot ons nut, "opdat wij deel
verkrijgen aan Zijn heiligheid" (Hebr.12:10). |